¶ §Take it like a man
Elke keer probeer ik iets nieuws te ontdekken. Daarom zat ik zaterdag om zes uur voor de televisie voor het Europees kampioenschap vrouwenvoetbal. Ik wist niet eens dat het bestond, maar nu weet ik dat dus wel. En hoe. De NOS deed live verslag van de halve finale Nederland Engeland tijdens het Europees kampioenschap voetbal voor vrouwen. Gaandeweg de wedstrijd wilde ik erachter komen of de dames net zo
verwijfd zijn als hun mannelijke collega’s. En ook vroeg ik me af waarom er zelden aandacht aan deze sport, die
booming schijnt te zijn, wordt besteed. Op beide vragen kreeg ik een antwoord.
Allereerst even de overeenkomsten. De dames hebben net zulke grote, vormloze broeken aan als de mannelijke collega’s. De dames dragen dezelfde haarbandjes als de mannen en hebben veelal hetzelfde kapsel, kort of een slordig staartje. De dames bleken na het verlies van de wedstrijd net zo geëmotioneerd als de mannen en na het scoren van een doelpunt gingen ze net zo gezellig met zijn allen bovenop elkaar liggen. Ook de dames kwamen uiteindelijk niet in de finale. Hiermee hielden de gelijkenissen met de mannen op.
De verschillen waren echter groot. De dames deden niet aan schwalbes. Ze gingen dus niet opzettelijk liggen in het strafschopgebied om zo jammerend en theatraal een strafstop te versieren. Ze maakten sowieso hun handen of voeten niet vuil aan overtredingen. En als er dan toch iemand om een blessurebehandeling vroeg, was het serieus bedoeld en geen aanstelleritis om tijd te rekken. ‘Dames gaan alleen op de grond liggen als ze echt pijn hebben’, verklaarde de verslaggever van de NOS. De scheidsrechter werd geen één keer uitgescholden voor ‘hijo de puta’, of in dit geval ‘hija de puta’en het publiek zong heel braaf ‘Hup Holland Hup’ in plaats van ‘Luca Toni is een homo.’ Het was een uiterst gemoedelijk theekransje.
Theekransjes zijn over het algemeen niet zo leuk om naar te kijken en dat gold ook een beetje voor Nederland tegen Engeland. Ook al deed de verslaggever nog zo zijn best om er iets van te maken, door uitgebreid uit te weiden over de leuke, rode appelwangetjes van één van de speelsters, of het knappe uiterlijk van een andere speelster. Daardoor werd de sport volgens hem toch wel aantrekkelijker om te bekijken. Zo lyrisch heb ik hem ook nog nooit horen praten over het uiterlijk van Klaas-Jan Huntelaar. En dat is best zielig voor Klaas-Jan. Uiteindelijk heeft 1,6 miljoen Nederlanders de wedstrijd gezien, waaronder één miljoen mannen (63 procent).
Als het herenelftal op het volgende EK net zulk antimietjesgedrag vertoont als het dameselftal, en als de dames dan hetzelfde technische niveau hebben behaald als het herenelftal, komt het wel goed met het Nederlandse voetbal. Dit is slechts mijn vrouwelijke mening.
¶ §Kracht die in je schuilt?
Drie jaar geleden heb ik een boek door de kamer gegooid. Het was het boek
De kracht die in je schuilt van Carl Simonton. Dit is een Amerikaanse radioloog en ex-leukemiepatiënt die een alternatieve therapie heeft ontwikkeld om mensen met terminale kanker te ‘genezen’. Een therapie die grofweg bestaat uit veel mediteren en positief denken, maar aan het praktische gedeelte kwam ik niet eens toe, toen had ik het boek al weggesmeten.
Simonton meent onder andere dat mensen met kanker dit mede aan zichzelf te wijten hebben. Zij hebben in het verleden te veel negatieve gedachtes gehad, een te stressvol bestaan geleid en daardoor het ontstaan van allerlei ziektes ruim baan gegeven. In mijn geval klopt dit deels, maar ik kan me niet voorstellen dat het ook geldt voor een tweejarige die met een slangetje in zijn neus in het ziekenhuis op zijn chemokuren wacht. Wat weet dit kind op dat moment al van het leven? Heeft het ook al verkeerde keuzes gemaakt, die leidden tot een wrede tumor op zo’n jonge leeftijd? Hierop gaf Simonton geen antwoord.
Ik te ben weinig spiritueel en ik weet natuurlijk ook wel dat ik Simonton’s adviezen niet al te letterlijk moet nemen, maar toch deed het mij destijds veel verdriet dat ik via zijn boek terecht werd gewezen. Niet elke stresskip krijgt kanker en niet elke blije eikel of zen-boeddhist blijft gezond. In hoeverre beïnvloedt je geest werkelijk je lichamelijke gezondheid. En in hoeverre is dit een fabeltje...
Afgelopen weekend las ik in
Volkskrant Magazine een interview met zwemmer, goudenmedaillewinnaar en, net als Simonton, ex-leukemiepatiënt
Maarten van der Weijde. De illusie dat je door positief denken een grotere kans maakt om kanker te overleven vindt hij: ‘ Afschuwelijk voor de patiënten die het niet halen. Alsof die dan te weinig hun best zouden hebben gedaan.’
Uitgaan van het positieve zal mij niet beter maken. Dat ben ik met Maarten eens. Mister Tumor heeft mij aan de andere kant wel geleerd om positiever te zijn en - dat kan ik niet vaak genoeg benadrukken - om meer te genieten. Hierdoor blijf ik op mijn voeten staan en lukt het mij, tussen de huilbuien en mindere dagen door, een hele zware last dagelijks op mijn smalle schouders mee te dragen. Dat had ik misschien niet gekund als alle lichtpuntjes waren verduisterd. Positivisme is niet helend. Ik vind het hoogstens motiverend. Een mooie middenweg.