¶ §Speel Kluisje Kluisje
Natuurlijk ben ik heel blij dat ik weer internet heb en zo, maar ik ben wat minder blij met de pop-up’s. Hoewel ik ze heb geblokkeerd, komen ze af en toe nog op wonderbaarlijke wijze naar boven. Net zo onverklaarbaar als huilende Mariabeelden, zal ik maar zeggen. Zo werd ik zojuist uitgenodigd voor een potje ‘Speel Kluisje Kluisje’. Eerst dacht ik dat het om een dubieus spelletje ging met iemand van Chinese afkomst (vervang de L door de R en je weet wel wat ik bedoel), maar het ging hier om een ordinair gokspelletje waar ik niet echt voor in de stemming was om half tien ’s ochtends. Maar dan vraag ik me wel direct iets af? Is er een geheimzinnige internet community die en masse ‘Kluisje Kluisje’ aan het spelen is in de vroege ochtenduren? Als dat zo is, hoef ik het bij nader inzien niet te weten. Of misschien is het wel een formidabel idee om Mister Tumor erop af te sturen, heb ik ook weer even rust.
¶ §Jongen in ponywagen
Hij voelt alleen de warmte van de zon
Op het fietspad rijdt een ponywagen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik kan de wagen niet inhalen omdat hij vrijwel net zo breed is als het fietspad. Achterin de ponywagen ligt een jongen te slapen. Hij heeft een blauwe overall aan met witte verfspatten erop. De zon valt op zijn gezicht en hij heeft nog net geen strohalm in zijn mond. Achter mij verzamelen zich meer fietsers die ook geen moeite doen om de ponywagen voorbij te gaan. Iedereen past zijn tempo aan, het is warm. Het moet een vreemd gezicht zijn vanaf de weg die ernaast ligt. Een ponywagen met een sliert fietsers erachter. Alsof we met zijn allen een kleine honderd jaar terug zijn gegaan in de tijd. De jongen ziet dit allemaal niet. Hij voelt alleen de stralen van de zon. Ik rij met mijn fietsband over een paar afgewaaide herfstbladeren. Van een eik volgens mij, maar ik ben een slechte amateurbioloog. Het liefste wil ik niet aan de herfst denken nu het nog volop zomer is. Dat is ongeveer hetzelfde als het glas altijd halfleeg zien.
¶ §Ik tel tot drie, en verder...
Het was de bedoeling dat ik hier weer een paar keer per week zou verschijnen, maar dat voornemen kwam tot stand voordat mijn neuroloog de dosis van mijn medicijnen verhoogde. Sindsdien ben ik zo hyper als een kleuter met adhd inclusief het bijbehorende concentratievermogen. Het gevolg van alle onrust in mijn lijf en kop is dat het even gewoon niet lukt om een fatsoenlijke zin te typen. Mijn hersencellen (de gezonde, die nog gewoon hun werk doen) zijn te druk om drie jaar leven met mister Tumor te evalueren. Dat is frustrerend, want ik zit vol met gedachtes, belevenissen en ideeën die ik met de digitale wereld wil delen. Jullie hebben het goed gelezen. Mr. T. en ik zijn dinsdag aanstaande écht al drie jaar een setje. Over records heb ik het niet eens meer, dat wordt bijna saai.
Ik ben trots op mijn familie die alles voor me over heeft. Ik ben trots op alle vrienden die altijd wel een luisterend oor beschikbaar hebben, of praktischer een auto als ik er nodig even uit moet. Ik ben trots op de lezers van dit weblog, omdat zij mij trouw blijven volgen, ondanks het momenteel geringe aantal updates van mijn kant. Maar het meest trots ben ik, en dat is niet chic, op mezelf. Waarom? Het lukt me steeds beter om mister Tumor los te koppelen van mijn dagelijks leven en ik heb bijna genoeg lef om volledig mijn eigen plan te kiezen.
Nu is het genoeg geweest. Blijf alsjeblieft niet langer met je weerhaken hangen in mijn zijn, schreef ik vorig jaar in mijn
liefdesbrief. En langzaam, soms tergend langzaam voel ik dat de greep losser wordt...
¶ §Dromen & sprookjes
Ik ben in een groentewinkel. Mister Tumor (gezien de omstandigheden is het misschien beter om hem voortaan Mister Tumorcel te noemen, maar dat klinkt zo lullig) is een mosbruine slang die zich om mijn enkels krult. Ik val bijna en ben bang. ‘Je moet de slang met een bezem op zijn kop slaan’, zegt een tuinkabouter met een lange grijze baard, ‘dan gaat hij dood’. Daarna weegt de tuinkabouter een krop sla af. Ik sla met een bezem alsmaar op de kop van de slang totdat hij mijn enkels met rust laat en levenloos op de grond ligt. Mister Tumor is er geweest, maar dan word ik wakker en is hij er weer. Elke ochtend als ik wakker word, hoop ik nog altijd op zo’n wonderbezem om Mister Tumor(cel) voorgoed mijn leven uit te vegen. Ik blijf geloven in mijn dromen. En in sprookjes. Al is het maar om voor een keertje zorgeloos wakker te kunnen worden.