¶ §Pauze
Ik neem even pauze tot eind november. Helaas niet op een tropisch eiland, maar mijn eigen woorden zitten me nu even dwars. Tot snel!

¶ §Helemaal alleen in de piramide bij het Louvre
COLUMN voor vrouw.nl
Veel mensen die een ongeneeslijke ziekte hebben, zijn van mening dat ze de hele dag in een kaasstolp zitten. Ik begrijp goed wat ze bedoelen met dat ‘kaasstolpgevoel’. Net als iedereen heb ik mijn dagelijkse routine. Ik bezoek de supermarkt, ga naar de bakker voor vers brood, haal kiwi’s bij de groenteman, maak een praatje met de buurman, leeg mijn brievenbus en wandel met een stofzuiger door mijn huis. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand, toch heb ik continu het idee dat iets mij afschermt van het normale leven. Een vacuümverpakking ligt als een schil om mij heen. Anders gezegd, het ‘kaasstolpgevoel.’
Het is niets voor mij om de hele dag in een kaasstolp te zitten. Het ruikt er niet fris, het glas is vettig, zodat ik moeilijk naar buiten kan kijken en zonlicht dringt slechts mondjesmaat naar binnen. Een homp oude kaas is bovendien niet het meest aangename gezelschap dat er is. Daarom heb ik de afgelopen maanden gezocht naar een alternatieve locatie. Een plaats die geïsoleerd is, maar wel met wat meer
glamour. En gevonden! Als je keihard werkt, kun je soms het noodlot onverbiddelijk een andere kant op sturen.
Hoe is het om een ongeneeslijke ziekte te hebben? Die vraag beantwoord ik nu als volgt: ‘Ik zit helemaal alleen in de glazen piramide voor het Louvre. Om mij heen zie ik het Parijs van de ansichtkaarten. De hele dag ben ik omringd door de schoonheid van de Renaissance, maar ik kan de piramide niet uit. Zelfs niet om eventjes naar de wereldberoemde glimlach van de Mona Lisa te gaan kijken. Ik maak aan de ene kant deel uit van de
Rive Droit, het chicste arrondissement van Parijs, en aan de andere kant ook weer niet. Grote glaspanelen, houden mij op afstand van het toeristische Parijs. De Parisiennes die voorbij rennen in hun strakke leren broeken, weten niet dat ik hier zit. Niemand weet dat ik hier zit.’
Zo is het ook in het echte leven. De hele dag heb ik lieve mensen om mij heen die me steunen. Mensen die er voor me zijn op de momenten dat ik me eenzaam voel. En toch is er tussen hen en mij altijd een glazen muur die niet wil wijken. Een wand van glas die is volgekalkt met maar één woord: Tumor. Hoe hard ik er ook tegenaan schop het glas versplintert niet. Het ‘kaasstolp gevoel’ is een bijzonder hardnekkige jongen.