Weblog van Maaike

§

Terugblik (1)

Op mijn hoge hakken trippel ik het bedrijfspand uit. De zon verwarmt mijn zwarte colbertje. Het lijkt wel een draagbare kruik. Ik trek mijn jasje uit en gooi het over mijn arm. Bovenop mijn hoofd zit een mannetje met een drilboor. Hij doorboort vakkundig mijn schedel. Driewerf stampende koppijn. In een kiosk aan de voet van station Amsterdam Bijlmer koop ik twee flesjes spa blauw. Hoe houd ik dit vol? Met deze warmte ruim anderhalf uur treinen? Het is minstens 35 graden. Het gedreun in mijn hoofd is een ongewenste reisgenoot die niet wil oprotten. Ik heb mijn werk niet eens afgekregen, maar ik maak me geen zorgen over de naderende deadline. De ellende in mijn kop is verontrustender.

De huisarts zegt dat ik me niet druk hoef te maken. Mijn bloeddruk is goed, mijn bloed is afgetapt en akkoord bevonden, ik ben een gezonde jonge vrouw. Waarschijnlijk, concludeerde de huisarts, is het spanningshoofdpijn. Maar waarom ben ik dan zo moe? Waarom is het mannetje met de drilboor continu aanwezig? Waarom hang ik elke ochtend misselijk boven de plee? Waarom moet ik soms janken van de pijn? En waarom heb ik last van spanningshoofdpijn? Ik heb mijn werk prima onder controle… Maar toch, hij heeft vast gelijk.

Morgen moet ik voor de laatste keer naar de ortomanueel arts. Een man met een donkere snor die mijn wervelkolom mishandelt en zo de spanning uit mijn lichaam bonjourt. Tot nu toe helpt het geen fuck. Mijn zenuwen zijn aangetast, mijn taalgebruik is grover dan normaal. Pure wanhoop. Nu moet ik nog naar huis met die rottrein ook. Bij deze temperaturen is het een rijdende sauna vol met mensen die stinken naar schimmelkaas. De stoelen druipen van het zweet van andere reizigers. Ik verheug me nu al op de frisse duik in de lichaamssappen van mede-forenzen.

De roltrap die naar het perron leidt, is gesloten. Ook dat nog. Voetje voor voetje beklim ik onzeker de metershoge trap aan de zijkant van het station. Ik houd me verkrampt vast aan de brede, houten leuning. De waterflessen klotsen in mijn tas. Straks val ik flauw, denk ik. Ik had mijn hoge hakken thuis moeten laten. Halverwege de trap stop ik om water te drinken. Als ik eindelijk boven ben, hoor ik dat de intercity naar Utrecht Centraal drie kwartier vertraging heeft. Wanhopig ga ik op de grond zitten. Nergens is schaduw. Eén waterfles is al leeg.
Kolere NS. Kom ik ooit nog thuis?

In de zomer van 2006 had ik geen energie meer om mijn weblog bij te houden. Daarom ontbreken er belangrijke schakels in mijn online verhaal. Daarom af en toe een terugblik. §

Maarten verdient heldenstatus

De afgelopen weken had ik behoefte aan een nieuwe held. En die behoefte viel toevallig samen met de Olympische Spelen. In Peking moest ik zijn voor helden en ik nomineerde een aantal mogelijke kandidaten. Pieter van den Hoogenband maakte grote kans om mijn nieuwe held te worden, totdat ik zijn badmuts zag.

Wil je goud winnen? Zet dan geen zilverachtige badmuts op. Dat is vragen om problemen. En waarom hebben alle zwemmers tegenwoordig een legging aan? Of nog erger een zwempak. Helden dragen geen zwempak, maar gladiatorenrokjes en een schild. Vanwege het zwempak maakte ook zwemmer Michael Phelps geen enkele kans meer om mijn nieuwe held te worden. Ondanks zijn 1013 gouden medailles.

Mijn speurtocht voerde me langs volwassen mannen die keihard rondjes fietsten op een wielerbaan. Ze probeerden een brommertje bij te houden. Dat brommertje had een motor en de fietsers niet. Nederlanders schijnen goed te zijn in het bijhouden van brommertjes. We maakten zelfs kans op een gouden plak. Het ging mis doordat een paar mannen op de grond vielen. Dat gebeurde nadat het brommertje temporiseerde – mooi woord. Omdat ik zelf regelmatig van mijn rijwiel donder, kon ik me wel identificeren met de vallende fietsers. Toch kwamen ze niet in aanmerking voor een heldenstatus. Brommertjes bijhouden is té kinderachtig.

De sprinter Hussain Bolt kwam in eerste instantie wel in aanmerking. Hij rende de honderd meter in minder dan tien seconden. Ondertussen keek hij rustig in het rond of er nog lekkere wijven op de tribune zaten aan wie hij zijn gouden schoenen kon laten zien. Vanwege dit overspelige gedrag werd ook Bolt mijn nieuwe held niet. Hij richtte zich te weinig op de race en soms ben ik heerlijk rancuneus. Veel concurrentie kan ik niet hebben. Mijn diskwalificatie volgde.

Bijna gaf ik de moed op, maar toen kwam Maarten van der Weijden langs. Een zwemmende reus van twee meter. Hij schildert zijn wedstrijdnummer gewoon op zijn kale kop. Stoer. Nog stoerder is dat hij leukemie overwon en revanche nam op de kankercellen door olympisch goud te winnen. En niet met het gemakkelijkste onderdeel: tien kilometer zwemmen in woelig open water. Een overwinnaar, een inspirator en met recht mijn nieuwe held. Missie geslaagd. §

Twee jaar in beeld

§

Geen liefdesbrief

Lieve, verschrikkelijke hersentumor,

Twee jaar zijn wij nu samen. Dat is wat mij betreft een pittig record. Niemand dacht dat onze verhouding zo lang zou duren, maar het is ons toch gelukt. Wij wisten dat er geen twijfel bestond over de diagnose, maar deze prognose zat er wat ons betreft ver naast. Jullie zullen niet langer dan twee jaar samen zijn, doe normaal!

Onze gevoelens voor elkaar zijn diep, bruisend, verhit als het vloeibare gesteente onder het aardoppervlak van onze planeet. Soms vraag ik me af hoe dat mogelijk is, want wij hebben niet voor elkaar gekozen. Het was geen match made in heaven, maar het lot heeft ons uitgehuwelijkt. Ik moest de bruid van de ellende zijn. Niet met een sluier op mijn hoofd, maar met een litteken van oor tot oor. Bovenop mijn kop bevindt zich permanent een lieftallige glimlach. Of is het juist een grimas?

Sommige mensen beweren dat jij het mooiste geschenk bent dat ik ooit heb gehad, omdat je van mij een zelfbewust mens hebt gemaakt. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ben net zo blij met jou als een kleuter die een paar huidkleurige steunkousen cadeau krijgt voor zijn verjaardag: afgrijselijk, nutteloos. Een terminale ziekte is nooit een cadeau, dichtgebonden met een grote glanzende strik. Het is een griezelverhaal dat zich afspeelt onder de menselijke huid. Een griezelverhaal zonder verrassend plot. De afloop is al bekend.

Sommige momenten haat ik je intens, omdat je mij niet de vrijheid geeft die ik nodig heb. Je volgt me overal. Als ik op kraamvisite ben bij vrienden en met mijn handen over de zachte wangen van een pasgeboren baby strijk. Als ik ’s ochtends wakker word na een nacht vol mooie dromen. Als ik met vriendinnen in de bioscoop zit. Ik kan je nooit wegduwen. Ik kan je nooit diep genoeg beledigen. Je komt altijd weer terug: een onschuldige glimlach op je lippen, je schouders gespannen, een meelijwekkende blik in je ogen. Steeds open ik mijn deur, terwijl een poortwachter die verdriet of angst heet, je onverbiddelijk tegen zou moeten houden.

Je blijft bij mij omdat ik nog niet ben uitgeleerd, zeg je. Daar ben ik inderdaad nog veel te jong voor. Ik zie nu de schoonheid van elke bloem, van elke stoeptegel, van elke graffititekening op een bakstenen muur, van elke kleurrijke vlinder die door de vrije ruimte fladdert. Ik zie de schoonheid van het leven waar ik voorheen aan voorbij denderde met mijn blik slechts op de toekomst gericht. Een leven waar ik niet lang genoeg van kan genieten.

Nu is het genoeg geweest. Blijf alsjeblieft niet langer met je weerhaken hangen in mijn ‘zijn’. Het liefste wil ik mijn knellende schoenen uittrekken en mijn opgezwollen, warme voeten laten afkoelen in een bruisende fontein. Verlossing. Dat kan alleen als jij permanent uit mijn hoofd verdwijnt. Of je moet me de garantie geven dat we nog minstens vijftig jaar samen zijn? De keuze is aan jou.

Je Maaike

§

Best lekker om een medisch wondertje te zijn

COLUMN VOOR vrouw.nl

De familiekamer in ziekenhuizen is een ruimte waar je niet moet zijn. In de familiekamer wordt slecht nieuws verteld. Het is augustus 2006. De boodschap die ik krijg, is een kopstoot die doel treft. ‘De hersentumor in je hoofd is zeer kwaadaardig,’ zegt de neuroloog. ‘Je hebt nog een half jaar tot maximaal twee jaar te leven.’ Ondertussen geeft hij een co-assistent op zijn donder die met veel rumoer de kamer binnenvalt. Perfecte timing.

Ik kijk mijn familie niet aan. Speel met een koffiekopje. Veeg met mijn wijsvinger een bruin vlekje op het glazuur weg. Voor mij op tafel vallen tranen. Over vier weken word ik 32. Het liefst wil ik de neuroloog een dreun geven. Hem stevig bij zijn witte doktersjas pakken en zeggen dat hij een oelewapper is, omdat hij het medische dossier van iemand anders in zijn handen heeft. Maar het is echt mijn dossier. Mijn naam staat in blokletters op een witte sticker. Ik ben 31 jaar en ongeneeslijk ziek. Iemand heeft heel groot 'mislukkeling' op mijn voorhoofd getatoeëerd. Tenminste, zo voelt het.

‘We kunnen de groei van de tumor wat remmen, maar het is onmogelijk om alle kwaadaardige cellen te vernietigen,’ gaat de neuroloog verder. ‘Het is uitstel van executie.’ Ik stamel dat ik een bikkel ben. Ik wil ook zeggen dat ik niet opgeef voordat ik een eigen seniorenflat en een scootmobiel heb en voordat mijn vrienden hangouderen zijn geworden, maar de lettergrepen die uit mijn mond komen, hebben minder samenhang dan peutertaal.

Inmiddels is het zomer 2008. De tumor heeft als een scheidsrechter op een fluitje geblazen en besloten dat mijn extra tijd nog wat langer duurt. De afgelopen twee jaar heb ik dertig succesvolle dates gehad met een bestralingsapparaat, een pittige chemokuur afgerond, emmers vol tranen gejankt, tweeduizend troostijsjes gegeten (daarna ben ik de tel kwijt geraakt) en minstens acht paar ik-heb-medelijden-met-mezelf-schoenen gekocht. Het resultaat is dat al het tumorweefsel uit mijn hoofd is verdwenen. De kwaadaardige cellen zijn nog bij bosjes aanwezig, maar slapen. Doordat ik nu langer leef dan de meest gunstige prognose noemen de artsen me officieel een medisch wonder. Het is best lekker om een medisch wonder te zijn. Maar het is nog beter om een medisch wonder te blijven. In die zin ben ik ambitieuzer dan ooit. §

Tekening in condens

Het is acht uur in de ochtend als ik mijn gordijn openschuif. Wie denkt dat arbeidsongeschikten tot een uur of twaalf in bed liggen, heeft het in mijn geval fout. Beneden mij op straat, die normaal gesproken op dit vroege uur niet bijzonder levendig is, gebeurt iets opvallends.

Ik zie een meisje in een lange, glanzende avondjurk. Ze heeft haar blonde haren in losse krullen vastgespeld op haar hoofd met zilverkleurige spelden. Het meisje wil achterop de fiets springen bij haar vriend. Hij heeft een feloranje jas aan met reflecterende strepen. Ik denk dat hij stratenmaker is, een andere mogelijkheid is dat hij ergens langs de snelweg werkt of een spoorlijn aanlegt die het landschap bruut doorkruist. Ik vraag me af waar ze heen gaan, de stratenmaker en zijn assepoester.

Mijn adem belandt ritmisch op de ruit in wolkjes condens. Ik teken een hartje in de damp. Op de nok van het dak van mijn overburen zitten twee duiven. Beide vogels poetsen hun veren op, buigen zich naar voren, gaan rechtop staan en maken kleine dansende bewegingen. Af en toe strijken ze met hun wangen langs elkaar. Na een paar minuten beëindigen ze hun liefdesdans en vliegen vleugel aan vleugel verder.

De jongen en het meisje hebben niets gezien van de romantische scène die zich boven hun hoofd heeft afgespeeld. Ze kijken pas later naar de lucht waar een leigrijze wolk voorbij drijft. Opeens hebben ze veel haast. Het meisje stroopt haar jurk op, zodat haar blote benen zichtbaar worden. Ze is net een slang die zich van zijn oude, versleten huid ontdoet. De jongen gaat op zijn trappers staan en na drie keer proberen, belandt zijn vriendin op de bagagedrager. Ze slaat haar lange, slanke armen stevig om zijn middel. Ik kijk het jonge stel na totdat ze de hoek om zijn gefietst. Dan scheurt de hemel open en kletteren duizenden, vingerdikke regenstralen op straat.

Het hartje dat ik een paar tellen eerder op de ruit heb getekend, is vervaagd. Veiligheid verdwijnt net zo plotseling als een tekening op een beslagen ruit. Doms heb je net als de jongen en het meisje op de fiets maar één ding nodig. Een schuilplaats waar het vertrouwd en warm is. §

Doodskist met een gouden randje

Voor mijn deur staat een jongen van een jaar of 25. Hij heeft een overhemd aan met blauwe ruitjes. Je kent het wel, zo’n overhemd dat ook in de kast hangt bij een leraar aardrijkskunde. In zijn handen heeft hij een zwarte lederen map die opkrult aan de punten. Met zijn vingers verfrommelt hij zenuwachtig een papiertje. Shit, denk ik, een ruitjesbloes en lederen map, die wil me wat verkopen. En het is nog een broekie ook.

De jongen vraagt of ik lekker een dagje vrij heb. Tenminste dat denk ik te ontcijferen, want ik versta er weinig van. Hij praat alsof hij een zuurtje tussen zijn tanden heeft vastgeklemd. Dan komt hij terzake. Of ik wel eens heb nagedacht over een uitvaartverzekering? En of ik me wel realiseer hoe belangrijk dat is? Of ik wel weet dat een uitvaart heel duur is en dat vooral jonge mensen dat vaak vergeten? ‘Onze uitvaartverzekering is er daarom ook voor jonge mensen zoals u, zegt de jongen.’ Hij kijkt daarbij heel ernstig. Alsof er zojuist iemand voor zijn voeten is gestorven na een gulzige slok uit een gouden gifbeker.

Eigenlijk zou ik nu allemaal domme vragen moeten stellen aan de jongen. Worden doodskisten ingelegd met cyclaamkleurige swarovski-kristallen volledig vergoed? Kunnen mijn nabestaanden gratis een tatoeage laten zetten op hun bil van mijn as? Is het mogelijk om Jantje Smit en Wolter Kroes samen waarheen waarvoor, te laten zingen tijdens de officiële plechtigheid? Kan ik mijn stoffelijk overschot laten balsemen, zodat ze mij in 4012 weer tot leven kunnen wekken? Of moet ik dan bijbetalen c.q. een aanvullend pakket kiezen?

Maar ik ben de braafheid zelve, ondanks dat ik op een zonnige woensdagochtend liever niet wordt herinnerd aan mijn eigen begrafenis. De woorden, dood-uitvaart-muziek-kist-uitnodigingen gaan al bijna twee jaar lang als een mantra door mijn hoofd. Het zou mooi zijn als ik daar juist even afscheid van kon nemen. Ik antwoord daarom wat kortaf. ‘Ik vind het niet zo leuk dat je komt,’ zeg ik. ‘Ik ben ongeneeslijk ziek. En uitvaartverzekeringen zijn niet zo dol op ongeneeslijk zieken. Die kosten alleen maar geld en leveren weinig op. Dus je kan maar beter naar de buren gaan.’

De jongen slikt figuurlijk het zuurtje door en zijn ‘Sorry’ kan ik wel goed verstaan. Ik wil hem nog zeggen dat mijn buurmeisje een houten been heeft, moeilijk bij de deur kan komen en daarom argeloze verkopers beschiet met een luchtbuks, maar dat merkt hij vanzelf wel. Daar wordt hij hard van en het geeft zijn dodelijk (onbedoelde woordspeling) saaie baan wat meer leven. Ben ik hem nog van dienst ook.

§

High five

Onzeker staat hij op zijn surfboard. Het zeewater stroomt over zijn voeten en maakt zijn wetsuit nat. Vanuit een strandtent waaiert harde housemuziek uit over zee. Om hem heen het eeuwige donker. Het surfboard deint zachtjes mee op de golven. Hij krijgt er kriebels van in zijn maag. Dit rozige gevoel heeft hij één keer eerder gehad op de zeilboot van opa, maar toen was hij niet op zichzelf aangewezen.

Nu is er niemand, alleen hij, de golven en het sufboard. Door het gebulder van de zee kan hij de aanwijzingen van zijn coach amper verstaan. ‘Spread your arms’, roept de coach vanaf het strand. Het is een jonge Amerikaanse beroepssurfer, een fitte atleet met door de zon gebleekt haar. Hij offert zijn vakantiedagen op om blinde en slechtziende kinderen te leren surfen. Als het ze lukt om op het brede, maar korte surfboard te blijven staan, dan kunnen ze meer uitdagingen aan in het leven. Het is de bedoeling dat ze zich minder onzeker voelen na deze ervaring.

Het lukt de aspirant-surfer om tien seconden op het wankele board te blijven staan en een golf te pakken. Hij is vogelvrij. Met de snelheid van een achtbaan schiet hij vooruit en valt uiteindelijk in het water. Het zoute zeewater prikt in zijn ogen, maar het maakt niet uit. De coach is in de buurt om hem overeind te helpen. ‘High five’, roept de coach. ‘You did it!’ Op het gezicht van zijn pupil verschijnt een brede glimlach.

Wat de slechtziende kinderen kunnen, moet ik ook kunnen. Angsten overwinnen. Onzeker loop ik door de gangen van het ziekenhuis. Het is de eerste keer in lange tijd dat ik alleen naar een afspraak ga. Voor iemand met slechte ogen en een defect richtingsvermogen is het ziekenhuis een nachtmerrie. Al die gangen, al die obstakels waarover je kunt vallen. Bovendien hangen op sommige plaatsen geen bordjes die de juiste route aangeven. Straks beland ik weer op een duister kamertje met alleen maar enge mannen, denk ik. Of nog erger, ik kom de boskabouter tegen.

Niets van dit alles gebeurt. In een keer vind ik de weg naar de wachtkamer van de medisch psycholoog die is verstopt in een uithoek van het gebouw. Ik neem plaats op een stoel die een beetje wankelt. De witte jassen die langslopen hebben geen idee hoe blij ik ben. Ik ben zo trots dat ik niet ben verdwaald. Het is net alsof ik zelf zonder hulp op volle zee op een surfboard heb gebalanceerd. Maar waar is nou die leuke, gebruinde surfboy om me een high five te geven?

‘Angsten kun je de pas niet afsnijden’, zegt de psycholoog even later tegen mij. ‘Je moet er dwars doorheen.’ Ze heeft gelijk.

Linkdump

Search

Archieven

01 Apr - 30 Apr 2009
01 Mrt - 31 Mrt 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Jan - 31 Jan 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Okt - 31 Okt 2008
01 Sep - 30 Sep 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Jul - 31 Jul 2008
01 Jun - 30 Jun 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 29 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008
01 Sep - 30 Sep 2007
01 Aug - 31 Aug 2007
01 Jun - 30 Jun 2007
01 Apr - 30 Apr 2007
01 Feb - 28 Feb 2007
01 Jan - 31 Jan 2007
01 Dec - 31 Dec 2006
01 Nov - 30 Nov 2006
01 Okt - 31 Okt 2006
01 Sep - 30 Sep 2006
01 Apr - 30 Apr 2006
01 Mrt - 31 Mrt 2006
01 Feb - 28 Feb 2006
01 Dec - 31 Dec 2005
01 Nov - 30 Nov 2005
01 Okt - 31 Okt 2005
01 Sep - 30 Sep 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Apr - 30 Apr 2005
01 Mrt - 31 Mrt 2005
01 Feb - 28 Feb 2005

Links

Pivot
Kaat
Karin
Puur Kaat
Saskia
Quirijne
Swan
Verynijs
Webbles
Soyrosa
Jet
Sunflowertricky
Rian
Tijdtussendoor

Stuff

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed