Weblog van Maaike

§

Pluk het leven

Het zonlicht schijnt door de gordijnen. Ik lig op bed en luister naar de geluiden van de ochtend. Precies om half acht loopt mijn buurman in een langzaam tempo naar zijn werk. Ik herken het timbre van zijn logge voetstappen. Niet veel later hoor ik het ruisen van de trein. Ik visualiseer hoe de gele wagons het station binnenrijden en tientallen ongeduldige forenzen opslokken. Ooit was ik er een van. Nu lig ik in bed en draai me nog een keer om. De stilte wordt gevuld door kinderstemmen. Op roze fietsjes en gekleed in felgekleurde zomerjasjes fietsen de scholieren naar hun basisschool verderop in de straat. Een hond blaft, een brievenbus kleppert, een auto start zijn motor: allemaal herrie die hoort bij het krieken van de dag. Ik wil meedoen met lawaai maken, maar mijn energiegebrek houdt me gevangen onder het dekbed.

De neuroloog durft geen voorspelling meer te doen over mijn (nabije) toekomst. ‘Probeer nog meer van je oude leven op te pakken, dan je nu al doet’, zei hij. Op hetzelfde moment gooide een postbode de officiële verklaring van uitdiensttreding van mijn werk door mijn brievenbus. Perfecte timing. Ik hoef alleen nog maar een handtekening te zetten en dan is mijn loopbaan in loondienst officieel voorbij.

Mijn oude leven weer oppakken, het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Bijna twee jaar lang heb ik niet aan de toekomst gedacht en nu krijg ik het advies om dat juist wél te doen. Ik moet weer plaatsnemen in de sleurhut, maar denken aan mijn eigen toekomst verlamt me. Een psycholoog die is gespecialiseerd in de begeleiding van terminale patiënten gaat me helpen om weer op gang te komen. Ik ben, ondanks het positieve verloop van mijn ziekte, nog steeds een terminale patiënt. Ik kan nog steeds niet beter worden. Dat maakt het moeilijk om weer volledig mijn draai te vinden.

Mijn wilskracht is voorlopig groter dan de tumor. Ik wil niet langer slechts de dag plukken, maar het hele leven. Daarom ga ik onder het dekbed vandaan, doe de gordijnen open en lach naar mezelf in de spiegel. ‘Time is the coin of life. It is the only coin you have, and only you can determine how it will be spent. Be careful lest you let other peple spend it for you’, staat in mijn agenda. Het is een citaat van de Amerikaanse dichter Carl Sandburg. Ik volg zijn advies op en ga koffie zetten, wat ik de rest van de dag ga doen zie ik later vandaag wel. De tijd staat aan mijn kant. Voorlopig. §

Gevaar voor de conditie

Met een hersenoperatie, chemotherapie en een flinke dosis radiotherapie in je rugzak kun je niet moeiteloos de Kilimanjaro of Montblanc beklimmen. Van de neuroloog moet ik daarom hard gaan werken aan mijn conditie. Weer begon hij over de sportschool. ‘Het is echt goed om je hart wat harder te laten pompen’, zei hij. ‘Dan raak je misschien een deel van je vermoeidheid kwijt.’ Ik kan geen excuus meer verzinnen om niet te gaan. De neuroloog weet helaas niet welk gevaar er schuilt binnen de muren van de sportschool. Een gevaar dat luistert naar de naam W. Fonda.

W. Fonda is een actieve veertiger die altijd sport in een ongewassen, wollen trui in combinatie met een vergeelde, en door vuil versteende spijkerbroek. Hierdoor verspreid hij zo’n penetrante zweetlucht dat hij eenvoudig dienst zou kunnen doen als chemisch wapen. Ook denkt W. Fonda dat hij karate kid is en verstoort hij menig aerobicsuurtje met ongecontroleerde karatetrappen en bijpassende oerwoudgeluiden. Daarbij komt het voor dat hij een medesportster (W. Fonda doet graag mee met de dames) frontaal raakt. Het heeft weinig zin om hem aan te spreken op zijn lompe acties en hygiëneproblemen, want W.Fonda is in het bezit van een afgeronde rechtenstudie en heeft daarom altijd een passend weerwoord.

Samen met vriendin M. vier ik mijn overwinning in een restaurant. We hebben een fles bubbels besteld, maar zonder resultaat. ‘De wijnleverancier heeft het af laten weten’, zegt de ober. ‘We hebben geen champagne.’ Toch bederft dit mijn avond niet, want vriendin M. biedt spontaan aan om met me mee te gaan naar fitness. Dat is heel lief, want vriendin M. kent W. Fonda en weet precies welk risico een bezoek aan de sportschool met zich meebrengt. Dus ik ben bang, dat ik er volgende maand al aan moet geloven. Nu nog mijn geestelijke veerkracht op peil brengen. Misschien kan - vvreemd genoeg - juist W. Fonda me daarbij helpen, want die klust in zijn vrije tijd bij als magnetiseur. Niets is toeval in dit leven. §

Mijn hoofd, mijn zorgenkindje

Het is half negen. Ik ben al aangekleed omdat ik over een paar uur naar de neuroloog moet voor de uitslag van de scan. Er ontbreekt nog één ding: een ketting om mijn nek die mijn dag wat meer kleur moet geven. Als ik achter mijn hoofd het slotje vastmaak, breekt de draad en rollen alle kralen over de grond. Ze belanden op onmogelijke plaatsen. Zwarte parels houden buiten mijn bereik een theekransje achter het gasfornuis. Ik ga op mijn buik liggen om ze op te rapen. Het is een slecht voorteken op een dag als vandaag. Scherven brengen geluk, maar gebroken kettingen ook? Ik sta weer op en stoot keihard mijn hoofd tegen de vensterbank. Mijn hoofd, mijn zorgenkindje.

Dan zit ik bij de neuroloog. Hij vraagt of ik geniet van het mooie weer? En daarna of ik snel bruin word? En daarna of ik al op vakantie ben geweest? Ik vertel over Valencia en zeg dat het een aangename stad is. Dat weet hij, zijn zoon woont er in de buurt. Hij vliegt regelmatig naar Andalusië voor een korte vakantie. Dan valt mijn moeder hem in de rede: ‘Wij willen nu weten of de scan goed is?’ ‘Natuurlijk’, zegt hij. ‘De scan, de scan, ik vergeet het bijna, wat stom.’ Hij pauzeert even. ‘De scan is helemaal in orde. Geen enkele verandering te zien. Je behoort nu officieel tot de categorie wonderen.’

Ik sta buiten. Opgelucht, maar doodmoe. Ongeveer 75% van de patiënten met een hooggradige hersentumor overlijdt binnen een jaar na de diagnose. Ik heb, nu bijna twee jaar na dato, nog steeds vrijstelling. De gebroken ketting brengt geluk. De euforische vuist kan ik ballen. Ik weet dat er nog steeds kwaadaardige cellen rondzwemmen in mijn hersenpan en dat die eens zullen uitgroeien tot nieuw tumorweefsel, maar voorlopig ben ik dit de baas.

Deze bijdrage wordt vervolgd, want hier staat nu de champagne klaar. §

Wachten, wachten, wachten

Als het tien graden onder nul is, dan is wachten op de trein lastig. Als je in weinig tijd een gezonde maaltijd wilt bereiden, dan duurt het - voor je gevoel - uren voordat de pasta ‘al dente’ is. Acht minuten lijken in dat geval een jaar en met een strak tijdschema is dat best vervelend. Als je zes dagen moet wachten op de uitslag van een MRI-scan die misschien je leven gaat bepalen, dan is wachten niet lastig en ook niet vervelend. Nee, dan is wachten moordend. Om te voorkomen dat ik iedereen in mijn beschadigde blikveld te lijf ga, heeft mijn familie allerlei afleidingsmanoeuvres verzonnen, waarbij ze ook een complot hebben gevormd met Tarzan.

‘Wil je mee naar Tarzan?’, vraagt zusjelief hoopvol aan mij. ‘We hebben een paar kaartjes over, dus je kunt zonder problemen mee.’ Daar moet ik even over nadenken. De scan heeft me veel energie gekost en ik heb nergens zin in. Deze musical van Joop staat in alle eerlijkheid niet bovenaan mijn prioriteitenlijstje. Uiteindelijk besluit ik dat ruim een uur lang ongegeneerd kijken naar een gespierde man in een minuscuul lendendoekje geen kwaad kan voor mijn gemoedstoestand. Misschien zorgt het juist voor wat extra pit. Je weet maar nooit.

Een paar uur later zit ik daarom op een rode stoel in het Circustheater te Scheveningen en bungelt Tarzan, inderdaad in een minuscuul gevalletje, boven mijn hoofd met een liaan tussen zijn benen. De afleidingsmanoeuvre bevalt mij steeds beter. Het is alleen jammer dat het hele podium – heel realistisch – is gevuld met zingende gorilla’s. Bovendien heeft Tarzan slechts oog voor Chantal Janzen (Jane). Chantal is onlangs verkozen tot de meest sexy vrouw van Nederland en ze kan nog mooi zingen ook. Het is oneerlijke concurrentie. Zeker voor vrouwen met een after-chemo-hoofd die voornamelijk valse geluiden produceren.

Niet totaal onverwacht ga ik daarom na de voorstelling naar huis zonder Tarzan in een spannend pakje. Ik stap gewoon in de auto bij zusjelief en mijn zwager. Inmiddels is het wel bijna twaalf uur ‘s nachts en is er weer een lange, lange wachtdag verstreken. Nog maar een paar dagen te gaan en dan volgt de uitslag. De zenuwen gieren nu al met orkaankracht door mijn lijf. §

Euforische vuist

Het MRI-apparaat bonst, gonst, giert, tiert. Ik lig erin als een hotdog zonder mosterd. Een incompleet gevoel. Op mijn hoofd heb ik een grote koptelefoon, zodat ik naar de radio kan luisteren. Ditmaal probeer ik aan luchtige dingen te denken, in plaats van levensvragen die belangrijker zijn. Mijn gedachten fladderen naar het Europees kampioenschap voetbal. Binnenkort is het weer tijd voor het ‘oranjegevoel’.

Menig detaillist heeft nu al zijn assortiment aangepast. Van de week heb ik zelf in de folder van Blokker een mooi noviteitje gezien. Iets dat ik écht moet hebben: een toiletbrilsticker in de vorm van een voetbalveld met sinaasappelgeur. Heel handig, want je hebt dan geen toiletverfrisser meer nodig. De echte eyecatcher deze zomer is volgens Blokker evenwel een oranje tirolerbroek met bretels in de kleuren van de Nederlandse vlag. Draag er bijpassende klompen bij en je outfit is compleet. Ik vraag me serieus af wie er zo’n broek zullen kopen? Een Gooise vrouw uit Baarn? Ene Rita die apetrots is op Nederland? Of juist een hardcore Feyenoord supporter? Tot een antwoord kom ik niet, want het MRI-apparaat is plotseling stil en de dokter komt binnen. Ze heeft een co-assistent bij zich die, geloof het of niet, op oranje klompen loopt. Ze spuiten een dosis contrastvloeistof in mijn arm en daarna gaan ze verder met deel twee van de scan.

Tijdens deel twee luister ik geconcentreerd naar q-music, zodat ik minder last heb van het lawaai. Ook q-music draait al extra veel muziek met een Hollands tintje. Vandaag hebben ze Guus Meeuwis uit de platenkoffer getrokken. ‘t Dondert en `t bliksemt, zingt hij. Daarna volgt een diepzinniger gedeelte: Behoed je voor het ergste,wees heel goed voorbereid, houd het hoofd maar boven water in deze turbulente tijd. Daarmee brengt Guus me weer terug op aarde. Goddank is de scan klaar voordat ik intensief ga piekeren over de uitslag die ik pas op 22 mei krijg.

Nu de scan gemaakt is, hoef ik nog maar één ding te doen: zo snel mogelijk het ziekenhuis ontvluchten. Ik moet namelijk naar Blokker voordat alle tirolerbroeken zijn uitverkocht. Zouden ze ook verkrijgbaar zijn in roze? Ik wil er wel hip bij lopen deze zomer. Om te voorkomen dat ik oververhit raak van alle EK-spanning ga ik ook op zoek naar een handventilator in de vorm van een leeuw. Een beetje verkoeling tegen verhitte gemoederen heb ik misschien volgende week al nodig. Hopelijk kan ik dan, net als een voetballer na een doelpunt, een euforische vuist ballen. §

Gevangen in een sleurhut

Life is just a party that's all you need to know
It's your turn to shine baby let yourself go

- Madonna, spotlight -


Was ik vrij voordat ik ziek werd? Of geniet ik op dit moment juist van pure vrijheid, nu alles mag en niets meer hoeft? Over het antwoord op deze twee vragen heb ik de afgelopen dagen, geïnspireerd door bevrijdingsdag, diep nagedacht.

Voor augustus 2006 moest ik van alles. Mijn pension zeker stellen. Twee ons groenten en twee stuks fruit per dag eten. Een beperkte hoeveelheid vlees op het menu zetten vanwege milieuvervuilende uitlaatgassen van koeien. In pak op mijn werk verschijnen bij zakelijke besprekingen. Met de trap naar de achtste verdieping voor een optimale conditie. Geld doneren aan charitatieve instellingen, omdat niemand alleen is op de wereld. Reizen naar exotische oorden en ’s nachts de kakkerlakken van mijn lijf slaan (avontuur is leuk). Het journaal kijken en de krant lezen. Minimaal acht uur slapen per dag. Een aantrekkelijke man vinden om nageslacht mee zeker te stellen. Af en toe de trein nemen en zo in mijn eentje het fileprobleem oplossen. Altijd blijven lachen. Resumerend: mijn leven was een meterslange ketting van aaneengeregen verplichtingen en ingesleten gewoontes. Ik was gevangen in mijn eigen sleurhut.

Was ik vrij voordat ik ziek werd? Het antwoord is duidelijk nee. Sleur. Multatuli schreef er al over in Max Havelaar: wanneer men te lang met hetzelfde gezelschap in een rijtuig zit, dan is het goed om van tijd tot tijd van wagen te wisselen. Wijsheid komt niet uit een ongedeerd hart, meende hij ook. Met andere woorden: gooi de veiligheid over boord en kies je eigen weg, dan kom je veel verder. Maar zo eenvoudig is dat niet. Hobbels en kuilen zijn niet te vermijden. Mijn vrienden worstelen dagelijks met hun overvolle agenda’s. In hen zie ik mezelf amper twee jaar geleden. Altijd te druk en de pure vrijheid ver uit zicht.

Maar geniet ik op dit moment dan van pure vrijheid, nu alles mag en niets meer hoeft? Houd ik me nog steeds verkrampt vast aan oude gedachtenpatronen en gewoontes? Of heb ik aanvaard dat verdriet nu deel uitmaakt van mijn leven en is vrijheid juist daarom dichter bij dan ooit? De antwoorden op deze vragen heb ik nog niet geformuleerd. Misschien is ‘nu’ gelukkig zijn voldoende om mezelf vrij te voelen. Al is het maar voor even. De rest komt later wel. Later kan ook morgen zijn. §

Aftellen tot scan

Het is tien voor acht in de ochtend en de bel gaat. Ik ben net uit bed en ontoonbaar. Ik heb mijn korte piekhaar nog niet gekamd en mijn ochtendjas is gekreukeld. Ik kijk door het ronde raampje van mijn voordeur en zie een man met een dikke bodywarmer. Hij heeft een pakje shag in zijn hand en ziet er ongevaarlijk uit. Ik waag de gok en doe open, ondanks mijn shabby uiterlijk.

‘Ik ben Joop, uw monteur van het waterbedrijf’, zegt hij zo rap dat hij over zijn woorden struikelt. Het pakje shag stopt hij in zijn broekzak. ‘U krijgt vandaag een nieuwe watermeter.’
‘Dat is wel heel vroeg op de dag’, zeg ik nadat ik hem binnen heb gelaten. Regelmatig vergeet ik dat andere mensen wel moeten werken.
‘U hebt gewoon geluk. U bent de eerste vandaag,’ antwoordt Joop.
‘Hebt u zin in koffie?, vraag ik. ‘Of groene thee met jasmijn?’
‘Nee, dat mag niet’, zegt Joop sip. ‘Dat kost zeeën van tijd. Ik moet minimaal dertig watermeters per dag vervangen. Anders zijn de bazen niet blij.’

Tien minuten later weet ik alles over Joop en het ambt watermetermonteur. Soms doen mensen expres niet open. Soms hebben ze een agressieve poedel die hem tijdens zijn werkzaamheden in zijn kont wil bijten. Soms krijgt hij de meters niet direct los, dan moet hij extra gereedschap halen uit de bus. Of, in ernstige gevallen, hulptroepen inschakelen. Ik zie het al voor me: potige mannen in legerpak met gouden kettingen om hun hals die kwiek uit een zwarte bestelwagen springen en de hulpeloze Joop met veel kracht bijstaan. De meter moet en zal vervangen worden, want als hij aan het einde van de dag zijn target niet heeft gehaald, dan zwaait er wat voor Joop: ‘de bazen’, zijn niet mild voor hem. Om die reden drinkt Joop alleen nog maar koffie in de keet met de andere monteurs. Dat vinden de bazen wel goed.

Een paar dagen later zit ik op het terras van de Winkel van Sinkel in Utrecht. ‘Weten jullie’, zeg ik tegen de vriendinnen, ‘dat een monteur van het waterbedrijf, wel dertig watermeters per dag moet vervangen? De vriendinnen zijn dit soort gespreksthema’s niet van mij gewend en vragen of ik gek geworden ben. Dat klopt wel een beetje. Ik benut elk onderwerp, hoe onbelangrijk ook, om even niet na te denken over datgene wat er echt toe doet. Over 10 dagen, 10 uur, 24 minuten en 5 seconden (16 mei) moet ik weer een MRI-scan laten maken van mijn hoofd. Over 16 dagen, 3 uur, 5 minuten en 59 seconden (22 mei) krijg ik daarvan de uitslag. Nu die dagen dichterbij komen, nemen ook de steken in mijn hoofd en de zenuwen toe. Daarom wend ik me bij deze even tot Joop. Lieve, lieve monteur van het waterbedrijf, kan ik je hulptroepen binnenkort lenen voor wat extra kracht en een lesje zelfverzekerdheid? Zo ja, dan weet je me te vinden. Alvast bedankt en een hele dikke kus. §

Op de gevoelige plaat

Het is woensdag 30 april. Het is koud. Het is koninginnedag. Ik zet de televisie aan. Beatrix schrijdt in suikerspinroze door het beeld. Haar kleding kleurt niet bij al het oranje. Ze is in Makkem, Friesland. Een dorp met stadsallures. Tenminste dat zegt de burgervader tegen de commentator van de NOS. Ik geloof hem. Zeilen in een opgepimpte klomp is een activiteit die in menig wereldstad orde van de dag is. Hetzelfde geldt voor ringsteken met een schapenstaart. Een kleuter presenteert een gouden kaatsenbal op een fluwelen kussentje aan Beatrix. Ik vermijd vandaag de drukte. Mijn zaklooptalent is toch niet meer wat het is geweest. In plaats daarvan bekijk ik oude foto’s. Mijn moeder heeft een schoenendoos vol met portretjes die nooit zijn ingeplakt. Ik laat ze allemaal door mijn vingers gaan. Een groot aantal is verkleurd door de jaren.

Ik vind een foto van mezelf en mijn vader. We zitten in een motorbootje in Bobejaanland. Een pretpark in België en een locatie zonder glamour. Ik ben een jaar of acht en mijn vader is begin dertig. Hij heeft een rode polo aan met witte strepen. Mijn haar is donkerblond, dat van hem nog zwart. Aan de zijkant van het bootje spat water op. Op de oranje buitenboordmotor staat het cijfer vier. Nu een symbolisch cijfer. Vier juli is de geboortedag van mijn vader én zijn sterfdag, bijna drie jaar geleden.

Op deze grauwe koninginnedag denk ik even terug aan de begindagen van juli 2005. Live Aid was op televisie. Madonna trad op in het wit. Ik zag haar dansen op het scherm, maar hoorde niet wat ze zong. Mijn gedachten waren bij mijn vader. In zijn eigen huis in een ziekenhuisbed. Zijn twijgdunne armen boven een wit laken. Nog steeds een scherpe geest. Bij de vorige editie van Live Aid, twintig jaar eerder, danste hij door de woonkamer en speelde op een luchtgitaar. ‘Doe normaal pap’, riepen zusjelief en ik naar hem. Tieners schamen zich snel voor hun ouders. Hiervan zijn geen foto’s gemaakt. Sommige herinneringen vervagen in de nevel van de tijd, maar doemen op onschuldige momenten weer op. Net als een lentebloem die na het verdwijnen van de ochtenddauw weer scherpe contouren krijgt. Voor deze mooie flashback was niet meer nodig dan de koningin, een bewolkte ochtend en een suikerspinroze mantelpakje.

Linkdump

§

Oranje

Search

Archieven

01 Apr - 30 Apr 2009
01 Mrt - 31 Mrt 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Jan - 31 Jan 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Okt - 31 Okt 2008
01 Sep - 30 Sep 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Jul - 31 Jul 2008
01 Jun - 30 Jun 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 29 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008
01 Sep - 30 Sep 2007
01 Aug - 31 Aug 2007
01 Jun - 30 Jun 2007
01 Apr - 30 Apr 2007
01 Feb - 28 Feb 2007
01 Jan - 31 Jan 2007
01 Dec - 31 Dec 2006
01 Nov - 30 Nov 2006
01 Okt - 31 Okt 2006
01 Sep - 30 Sep 2006
01 Apr - 30 Apr 2006
01 Mrt - 31 Mrt 2006
01 Feb - 28 Feb 2006
01 Dec - 31 Dec 2005
01 Nov - 30 Nov 2005
01 Okt - 31 Okt 2005
01 Sep - 30 Sep 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Apr - 30 Apr 2005
01 Mrt - 31 Mrt 2005
01 Feb - 28 Feb 2005

Links

Pivot
Kaat
Karin
Puur Kaat
Saskia
Quirijne
Swan
Verynijs
Webbles
Soyrosa
Jet
Sunflowertricky
Rian
Tijdtussendoor

Stuff

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed