¶ §Huisvlijt
De zon schijnt door het raam op mijn gezicht. Ik lig in mijn moeders huis op de bank en bespied twee eksters die samen een nest bouwen. Een bolvormig vlechtwerk in de top van een kaarsrechte beukenboom, precies op de plaats waar twee takken een perfecte vork vormen. De beuk heeft nog geen blad en daardoor is het nest voor iedereen goed zichtbaar. De boom buigt als de wind waait. Het nest zit stevig vast.
Vader en moeder ekster vliegen af en aan met takjes in hun bek, die ze vooral uit omliggende tuinen halen. Terwijl ze met hun snavels coniferen kaalplukken, steken hun lange, zwarte staarten parmantig uit het resterende groen. De bovenkant van het nest bedekken ze met bladeren. Op die manier kunnen roofdieren als buizerds, vale gieren en de paashaas niet bij de eieren. Slim, want pa en ma ekster hebben veel vijanden. Dat komt omdat ze alles stelen wat los- en vastzit: van zilveren lepels tot mussenkuikens en tuingereedschap. Het geeft me wel een huiselijk gevoel, zo’n nest in aanbouw. Niet het roofdierengedrag.
Ook zusjelief en haar man hebben onlangs een nieuwe woning betrokken. Het serieuze werk: semi-vrijstaand, kamer en suite, bijkeuken, twee badkamers en een openhaard met houtblokken die knetteren als ze verbranden. In de bijbehorende, diepe stadstuin huist ook een ekster. Af en toe laat de vogel zijn karakteristieke roep horen. Een akelig geluid waar andere vogels nerveus van worden. Ik krijg er kippenvel van.
Zelf moet ik het doen met mijn bescheiden tweekamerappartement. Niet veel groter dan een gangkast. Dit is niet overdreven. Daar slaap ik sinds een poos weer vaak. De trappen vormen geen hindernis meer en ik doe licht huishoudelijk werk zelf. Af en toe hupt op de rand van mijn balkon een roodborstje. De vogel schreeuwt niet, maar tjilpt. Hij geeft groot geluk.
Vrolijk Pasen.
¶ §Wonderbaarlijke genezing
Het is natuurlijk niet slim om te wachten met leuke dingen doen tot je de loterij wint. Zeker niet als je, net als ik, leeft in je reservetijd. Daarom besluit ik samen met vriendin M.
El torro bij de horens te vatten. Op een druilerige maandagochtend belanden wij in het reisbureau. Einddoel: een paar dagen mooi weer en veel cocktails. We moeten een kwartier wachten voordat we aan de beurt zijn. Ik kijk naar buiten. De straatklinkers glimmen door de motregen. Een vrouw houdt haar felrode paraplu nauwelijks onder controle. De windvlagen volgen elkaar snel op. Nog even en ze verdwijnt als een eigentijdse Mary Poppins de lucht in.
Een ouder echtpaar heeft al eerder een reis geboekt, maar is nu ontevreden teruggekeerd naar het reisbureau. De toegewezen kamer is niet naar wens. ‘Mijn man kan niet lopen’, zegt de vrouw, een deftig type met parelketting. ‘Hij kan dus helemaal niet douchen in een bad. Hij heeft een inloopdouche nodig. Een inlóópdouche... En waar moet hij zijn scootmobiel laten? Daar is toch geen ruimte voor in zo’n kleine kamer? We hebben een suite nodig. Een suite... En anders eisen wij een schadevergoeding. De reisorganisatie houdt geen rekening met gehandicapten. Het is ongehoord.’ Haar man bemoeit zich niet met het gesprek. Hij kijkt alleen schaapachtig naar zijn vrouw. Ook het meisje van het reisbureau blijft rustig. Knap.
Dan zijn wij aan de beurt. Het is zo bekeken. Aan het eind van de maand gaan we een paar dagen naar het Spaanse Valencia. De stad van honderd klokkentorens, sinaasappels en paella. Als we het reisbureau uitlopen, zie ik in de verte het echtpaar weer. De man loopt ferm naast zijn vrouw. Hij leunt wel op een stok, maar hij loopt. En zo ben ik op een trieste doordeweekse ochtend getuige van een wonderbaarlijke genezing. Uit een prullenbak aan de overkant van de straat steekt het restant van een rode paraplu. De wind speelt met de stukgewaaide stof. Even heb ik een beklemmend gevoel. Alsof er gevaar dreigt. Daarna is er weer ruimte voor vrolijkheid.
¶ §Jacht op de jackpot
Een hersentumor op zich is ellendig genoeg vind ik, maar de tumor zelf denkt daar anders over. Het blijft een lastig en eigenwijs geval. Als diamant op de gouden ring heeft hij er daarom maar epilepsie bij verzonnen. Ik had altijd een vrij ernstig beeld van die ziekte. Een klasgenote op de middelbare school kreeg regelmatig zware aanvallen. Zo zwaar, dat ze door twee leraren op een brancard naar een apart kamertje werd gedragen. Pas na een aantal uren kon ze de les weer moeizaam hervatten. Ze had dan een
grand mal. Een epileptische aanval waarbij iemand tijdelijk het bewustzijn verliest en waarbij spierkrampen van het hele lichaam centraal staan. Ook komt het voor dat mensen dan hun tong stukbijten.
Bij mij is het - plezierig genoeg - nog niet zo ver gekomen. Wel heb ik last van kleine, partiële aanvallen. Dat wil zeggen dat mijn benen midden in de nacht nog steeds vrolijk een
kozakkendansje doen (of jumpstijlen), mijn ooglid minutenlang zenuwachtig knippert en er ondefinieerbare tintelingen door mijn lijf gaan. Dit doet geen pijn en niemand ziet het, maar prettig is het ook niet. De frequentie van de aanvallen is door medicijnen inmiddels verminderd van enkele tientallen per dag, naar een stuk of vijf. Een acceptabel aantal.
Een bijeffect van de medicijnen is wel dat ik er merkwaardig van ga dromen. Zo was ik onlangs op verjaardagsvisite bij koningin Beatrix met Peter R. de Vries en kregen we ruzie over het cadeau: een schilderij van Picasso uit zijn blauwe periode. Ook verloor ik van Caroline Tensen met armworstelen en zette ik de bloemetjes buiten met Piet Paulusma. Tot slot won ik zeven miljoen in de staatsloterij. Dat was wel leuk.
Daarom waag ik het erop. Ik ga voor de derde keer in mijn leven een staatslot kopen. Eén ding staat daarbij vast: al win ik de jackpot, een gezond hoofd is niet koop. Een luxe appartement aan een zonovergoten costa zou op de korte termijn echter veel goedmaken. Het is een poging waard. Viva España!
¶ §Het doek valt?
Op dit moment ben ik al ruim anderhalf jaar ziek en daarom moet ik langzamerhand een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen bij het UWV. Hieraan gaat een uitgebreid medisch vragenuurtje vooraf. Iemand moet beoordelen wat ik nog wel kan en wat juist niet meer gaat. Hoewel mij geen enkele blaam treft, heb ik me nog nooit zo’n grote verliezer gevoeld. Een ballerina die in een vol theater haar enkel ongelukkig breekt en haar acte de présence vroegtijdig moet staken.
De keuringsarts is een aimabele man. Hij zit achter een groot wit bureau dat op zijn computer na helemaal leeg is. Tegenover hem staan twee smalle stoelen. Op één ervan neem ik plaats. Mijn broer is mee als extra geheugencapaciteit. Eerder heb ik het UWV ongeveer dertig pagina’s medische informatie toegezonden. Bijvoorbeeld een gedetailleerd rapport van mijn neuroloog dat vol staat met schuttingwoorden als: maligniteit, palliatief, infaust en terminaal. Ook staat erin dat mijn koorddansergang wiebelig is. Dat klinkt in ieder geval een stuk gezelliger, maar ook klunzig.
De arts beperkt zich nu tot standaardvragen die hij opleest van zijn monitor: Hoe besteed ik mijn dag? Hoe laat ga ik slapen? Wat zijn mijn hobby’s? Heb ik vaste ochtendrituelen? Ga ik voldoende naar buiten? Krijg ik regelmatig bezoek? Kan ik zelf stofzuigen? Lievelingskleur en favoriet vakantieland laat hij nog net buiten beschouwing. Aan de hand van mijn antwoorden formuleert hij een voorlopige diagnose die hij later zal bespreken met een reïntegratiedeskundige. Over de uitkomst krijg ik binnen veertien dagen bericht. Voordat ik vertrek, geef ik aan dat ik weer wil werken - graag zelfs- maar niet goed weet wat er nog mogelijk is. Dit wordt meegenomen bij de definitieve beoordeling.
Ruim twee weken later kleppert de brievenbus. Er liggen een reclamefolder van de postcodeloterij en een brief van het UWV op de grond. De brief heeft een negatieve strekking. Ik ben ongeneeslijk ziek. Geen kans op verbetering. Op de korte termijn ligt een verslechtering van mijn situatie voor de hand. Ik ben daarom volledig afgekeurd. Van mij worden geen reïntegratiewerkzaamheden meer verwacht. Werken op therapeutische basis is toegestaan en af en toe kan ik een freelance-opdracht doen. Punt.
Hier stopt mijn loopbaan. Een carrière in de communicatie kan ik verder vergeten. Een comeback als koorddanser helemaal. Voortaan beperk ik me tot ingewikkelde pirouettes in mijn woonkamer, want alleen zélf weet ik zeker dat ik nog heel veel kan. Punt uit. Of niet, dus.