¶ §Levenslust is voor alle leeftijden
Het ging niet meer met de drie kuchende mannen op één kamer. Ik was ze beu. Bovendien functioneerde mijn richtingvermogen totaal niet, waardoor ik de wc niet kon vinden die naar mijn idee verstopt was in een duizelingwekkend labyrint aan gangen. Dit resulteerde zelfs in een nachtelijke speurtocht waarbij ik uiteindelijk in de verkeerde ziekenzaal belandde. Daar waren de mannen wel leuk. Ik kon mijn geluk niet op. ‘Zij hoort daar, in die andere kamer!’, riep een atletisch type in een rolstoel, direct nadat ik klunzig binnenschuifelde. ‘Roep de verpleegster, ze is verdwaald!’ De engel, dacht ik, ze bestaan.
Daar stond ik dan, een beetje verdwaasd in mijn kinderachtige pyjama. Een ‘betere’ indruk kun je als vrouw niet maken. Mijn puike haardracht (voor de helft kaalgeschoren) en Griekse pantoffels met wuppies op de neus maakten het geheel er niet beter op. Gelukkig beëindigde een attente verpleegkundige op tijd mijn genante pyjamaoptreden. Misschien was ik anders wel een dansje gaan doen. De volgende dag kreeg ik uit voorzorg een nieuwe kamer toebedeeld en een plastic polsbandje met daarop in vette letters mijn naam en kamernummer. Om te voorkomen dat ik onherkenbaar in andere, duistere uithoeken van het ziekenhuis zou belanden.
Dat is nooit gebeurd. Mijn nieuwe kamergenote, een pittige dame van tachtig, behoedde mij voor misstappen. Zij had zelf ook veel moeite met lopen en desondanks lukte het haar toch om weer zelfstandig naar het toilet te gaan. Dat verdiende mijn diepste respect. Elke dag kreeg ze trouw bezoek van haar man. Terwijl zij met veel moeite het zoutloze ziekenhuiseten oppeuzelde, at hij zijn zelfgesmeerde boterhammen uit een plasticzakje. ‘Ik zou zo graag een zachtgekookt eitje willen,’ zei ze dan tegen hem. ‘Dit smaakt nergens naar.’ Maar zachtgekookte eitjes kennen ze niet in ziekenhuizen. ’s Nachts was ik de enige getuige van haar stille verdriet. Zij moest in een verpleeghuis revalideren en ze mocht dus nog niet naar huis, naar haar man. Na vijftig jaar samen, ongewenst gescheiden.
Onlangs heb ik gehoord dat ze inmiddels is overleden. Ik denk met bewondering terug aan haar spirit en vechtlust. Haar strijd om haar waardigheid te behouden. Levenslust is voor alle leeftijden. De liefde ook.
¶ §Ondertussen bij de dokter
‘Het is ontzettend knap van je’, zegt de neuroloog. ‘Je staat elke keer weer stralend voor me, ondanks dat je zo ziek bent. Het moet mentaal heel zwaar voor je zijn. Het wordt weer lente, een half jaar geleden heb je misschien gedacht, dat je nooit meer het groen in de bomen zou zien.’ ‘Ik hoef er niet veel voor te doen’, antwoord ik. ‘Het gaat gewoon vanzelf.’ Dat laatste is natuurlijk niet volledig waar. Ik laat me liever niet kennen. Het vereist bij vlagen mentale oerkracht om vrolijk mijn oude leven weer op te pakken en stiekem aan een jaartje of tachtig extra te denken. Zeker nu mijn brievenbus niet meer vol zit met kaartjes en ik vaak alleen ben met een rommeltje aan gedachten in mijn hoofd. Echter, het gaat nu goed en dat is het belangrijkste. Ik hoef me van de dokter geen zorgen te maken over alle kleine klachten. Dat probeer ik dan ook te laten. Ik mag zelfs weer gaan sporten van hem, maar er zijn grenzen…. Op 16 mei schuiven ze me weer in de MRI-scanner voor een nieuwe, intieme blik in mijn hoofd. Pas als die scan goed is, kan ik écht weer even opgelucht zijn.
¶ §Prinsesje met vlaflip
Morgen mag ik weer naar de neuroloog. Het is nu anderhalf jaar geleden dat ik met spoed werd geopereerd. Niet in het ziekenhuis waar ik morgen naar toe moet, maar in Nijmegen waar knappe (in dit geval deskundige) chirurgen ingewikkelde neurologische ingrepen doen.
Het was best comfortabel in het Nijmeegse ziekenhuis. Ik was er vrij slecht aan toe en daarom kreeg ik een eenpersoonskamer inclusief televisie, telefoon en een privé-koelkast naast mijn bed. ‘Dat heeft de gemiddelde miljonair niet eens, een koelkast naast zijn bed’, riep ik de hele dag vol trots. Hierbuiten had ik continu een vriendelijke verpleegkundige tot mijn beschikking die mij op elk gewenst moment voorzag van mierzoete vlaflips. Zelfs om elf uur ‘avonds. Champagne was leuker geweest op dat tijdstip, maar dat mocht niet in verband met mijn medicijnen.
Aan dit prille prinsessenleven kwam na een paar weken een abrupt einde. Ik moest naar het ziekenhuis in mijn eigen woonplaats. Mijn plaats werd ingenomen door een ander prinsesje. Met een gepaste revérence nam ik afscheid.
In het nieuwe ziekenhuis deelde ik een schamel zaaltje met drie mannelijke longpatiënten. Eén zieke man is al lastig, maar drie zieke mannen is lastig tot de macht drie. Vooral als ze de gehele dag venijnig discussiëren met verpleegkundigen over het ziekenhuisbeleid en de neveneffecten van hun geïrriteerde longen: hoesten en rochelen. Daarvan ondervond ik ’s nachts meer hinder dan zij, vond ik. En er waren niet eens vlaflips en privé-koelkasten om mijn aandacht af te leiden.
Niets van dit alles zal ik morgen bespreken met mijn neuroloog. Af en toe heb ik pijnlijke steken in mijn hoofd. Het niveau van mijn klachten is verder redelijk en daarom verwacht ik niet meer dan een algemeen gesprek. Hoewel ik de invoering van de vlaflip best wil promoten voor alle ziekenhuizen. Dan neem ik de privé-koelkast op de koop toe.
¶ §Bonne chance
Op de fiets heb ik het concentratievermogen nodig van een neurochirurg. Dankzij mijn gevoelloze linkervoet en
hemianopsie is de kans op een valpartij groot. Met moeite kan ik daarom het gesprek volgen van de twee meisjes die voor mij rijden. Beide op een roze omafiets met een schooltas aan het stuur. Ik schat ze niet ouder dan een jaar of veertien.
Meisje éen: 'Een jongen moet natuurlijk groter zijn.'
Meisje twee: 'En ouder.'
Meisje één: 'Antoinette, die is pas kansloos.'
Meisje twee: 'Ja, haar vriend is jonger én kleiner. Ze kan niet eens hakken aan.'
Meisje éen: 'Hij is zelfs kleiner dan mijn broer.Tjonge, wat kansloos.'
Meisje twee: 'Jemig, echt kansloos.'
Goed, zo
kanslozen de dames nog even verder. Alles van ‘levensbelang’ komt langs: de sportsokken van de aardrijkskundeleraar; het kapsel van de jarige koningin, Jantje Smit en de onfrisse adem van klasgenoot Pieter. Ze stappen af van hun fiets als de spoorbomen rinkelen. Een minuut later komt de trein langs en daarna verlies ik ze uit het oog.
Ik ben jaloers. Het woord 'kansloos' heeft voor mij een andere betekenis. Het is meer dan een modewoord. Het staat voor: nooit meer moeder worden; nooit meer een hypotheek krijgen of een carrière uitbouwen en nooit meer rennen voor de trein in de ochtendspits (hoewel dat is een voordeel). Terwijl mijn vrienden exotische landen ontdekken, Bugaboo’s testen en plasma tv’s kopen, zit ik thuis met een hoofd vol kwaadaardige cellen die ik als een idioot in toom moet houden.
Maar van dit alles hebben de meisjes natuurlijk geen weet. Zij gaan thuis aardbeienthee drinken en braaf huiswerk maken op hun tienerkamers, zodat een
kansríjke toekomst weer een stap dichterbij komt. Althans, dat hoop ik oprecht voor ze.