¶ §Charme in Cordes
Het voorjaar komt eraan. Een flauw zonnetje toont zich aan en de terrassen nabij de Sint Jan in Den Bosch zitten al vol met dappere mensen. Niet slecht voor januari. Zelf kies ik met vriendin E. liever voor de warmte van café Cordes. Kunstzinnig en gezellig. Vroeger was dit een koekjeswinkel en nu een ontmoetingspunt voor artistieke mensen. Binnen klinkt opgewekte Cubaanse muziek die mij laat verlangen naar Zuid-Amerika. Een beetje onhandig neem ik plaats aan een te kleine tafel . Een paar dagen geleden ben ik hard gevallen met mijn fiets en mijn linkerbil is nu bont en blauw (niet verder vertellen). Vriendin E. verdwijnt direct naar het toilet. Gezellig. Ik werp een blik op de felroze, geplastificeerde menukaart en bestel bij de serveerster een cappuccino, verse muntthee en twee broodjes geitenkaas.
Aan het tafeltje tegenover mij zit een hippe jongen - type webdesigner - met een apple ibook. Vanachter zijn trendy brillenglazen houdt hij mij nauwlettend in de gaten. Ik vraag me af wat hij ziet: een leuke dame: een zieke dame, of een onhandige dame die regelmatig nogal dom van haar fiets lazert. Ik hoop het eerste, maar vrees het laatste. Pas als E. weer tegenover me zit, verliest hij zijn belangstelling. De serveerster keert terug naar onze tafel. Ze heeft onze drankjes niet bij zich . “Het duurt even wat langer”, zegt ze. “De broodjes zijn nog niet klaar.” Ik vind het niet erg, dan zijn ze tenminste vers. Bovendien is één van de weinige voordelen van mijn zieke hersens dat ik op een doordeweekse dag in de kroeg kan zitten, zonder haast en inmiddels ook zonder schuldgevoel.
De webdesigner gaat weg. Hij lacht en ik lach. Wanneer hij de glazen buitendeur opent, dringt een koude windvlaag meedogenloos de kroeg binnen. De lente lijkt opeens weer mijlenver weg.
¶ §Loop van het geweer
In 2004 was ik op vakantie in Nicaragua, maar het kan ook een jaar eerder zijn geweest. Mijn geheugen doet het nog steeds niet zo best. Voor ons hotel in het enigszins criminele bergstadje Matagalpa zat ’s nachts een nachtwaker met een bierbuik en een grote snor met opkrullende punten. Dat was op zichzelf niet zo eng, maar wel het wapen dat hij tegen zijn bezwete borst had gedrukt. Het was vooral groot, eng en leek in niets op de fluorescerend groene waterpistooltjes van Intertoys die ik vaker had gezien. Maar hij zat daar voor mijn veiligheid en dus was ik niet bang. De volgende ochtend wilde ik douchen en waren alle handdoeken verdwenen uit de hotelkamer. Ik ging daarom op zoek naar reserve-exemplaren in een stoffige gangkast. Daar lag tussen een berg verwassen roze badstof ook het geweer van de nachtwaker. Ik raakte het even voorzichtig aan met mijn duim, maar gooide daarna met een klap de kastdeur dicht, zodat een wolk stof als een veertje door de gang dwarrelde. Dichter bij een moordwapen kwam ik nooit meer.
Totdat het in mijn hoofd opdook. Het is natuurlijk niet zo dat de besnorde nachtwaker zijn speelgoed hardhandig in mijn koppie heeft geramd, maar mijn hooggradige hersentumor heeft ongeveer hetzelfde verwoestende effect. Nu kan ik helaas geen kastdeur dichtsmijten om het gevaar buiten te sluiten, of een corpulente nachtwaker inschakelen. Zelfs niet één mét snor. Kon ik dat maar. Toch lukt het mij aardig om de rust te bewaren. Sinds de positieve scan van augustus is mijn situatie stabiel. Nieuwe klachten blijven, afgezien van een paar kleinigheidjes (afkloppen) uit. Dat is dus best een applausje waard. In februari moet ik weer voor controle naar de specialist. Meer specifiek nieuws volgt dan.
Tot slot graag nog even aandacht voor:
www.stophersentumoren.nl