¶ §Kozakkendans & knuffelberen
Allereerst heb ik weer haar. Ten minste het heet haar, het lijkt op stro. Alle chemicaliën in mijn lijf zijn niet bevorderlijk voor de conditie van mijn nu schamele haardos. Ik heb dus nog steeds veel dunne plekken op mijn hoofd, dat komt door de bestraling. Mijn haar groeit niet gelijkmatig terug, daardoor is het ultrakort en karig. Een beetje als Angelina Jolie, maar dan zonder Brad Pitt aan mijn zijde (ik dacht al, ik mis iets). Sinds vorige week durf ik ook weer blootshoofds naar buiten en laat ik mijn haren wapperen in de wind. Dat wil zeggen: de weerbarstige stekels die ik nu rijk ben. Veel wapperen is er nog niet bij.
Ten tweede heb ik normale proporties. Ik hoef geen bouwvakkerspillen meer en dat scheelt enorm veel kilo’s. Het heeft een paar maanden geduurd, maar alle vochtophopingen zijn zo goed als verdwenen. Au revoir Sponge Bob! Ik wil niet langer je vriendinnetje zijn. Het is zelfs zo dat ik momenteel juist gewicht verlies (zorgwekkend).
Ten derde doen mijn ledematen niet wat ik wil. In de avonduren heb ik veel last van tintelingen en vliegen mijn benen alle kanten op. Wanneer ik ’s avonds wil slapen, doen ze gezellig een wedstrijdje kozakkendans. Heb ik weer. Volgens mijn arts zijn dit broertjes en zusjes van de epilepsie en kan er uiteindelijk een grotere aanval op volgen. Een fijn vooruitzicht. Dit heeft overigens niets te maken met een mogelijk actieve tumor in mijn hoofd. Het is te wijten aan littekenweefsel dat is ontstaan door de operatie. Gemiddeld duiken deze klachten een klein half jaar na een operatie op. Bij mij duurde het wat langer.
Ten vierde heb ik deze week mijn laatste chemokuur. Dat betekent dat ik geen last meer heb van 301 bijwerkingen en dat ik verlost ben van anti-misselijkheidspillen met aardbeiensmaak en vervelende bloedonderzoeken. Misschien dat ik nu ook snel wat fitter wordt. Ik ben zo langzamerhand een onvervalste oma en brei zelfs babyslofjes en knuffelberen. (Vergeet dit snel weer). Het is mijn streven om snel weer volledig terug naar mij huisje te gaan. Helaas heb ik nog teveel hulp nodig bij allerlei eenvoudige dingen en kan ik nog lang niet alles zelf.
En nu? Op drie augustus a.s. mag ik weer onder de scan. Een paar dagen daarna weet ik of de tumor nog steeds rustig is en of er toch nog vervolgstappen mogelijk zijn in de behandeling. Hiervoor ben ik nu al nerveus. Volgens mijn arts gaat het bovenverwachting goed en daar houd ik me aan vast. In mijn hoofd duiken stiekem vakantieplannen op en ik durf zelfs een klein beetje vooruit te denken. Waarom? Paulo Coehlo weet het treffend te zeggen:
Het is de mogelijkheid om een droom te verwezenlijken die het leven boeiend maakt. Hier sluit ik me volledig bij aan.