Weblog van Maaike

§

Kleine held

Zou het uit de hoogte klinken
Je het onbescheiden vinden als ik je vraag
Wil je mijn held zijn?
In harnas met schild tegen de pijn
Wil je mijn held zijn
Vanavond, vannacht
-Mijn held zijn - Van Dik Hout


De wachtruimte is goed gevuld. Orion heeft veel dates gepland vandaag en voorlopig ben ik nog niet aan de beurt. Ik neem een bekertje water uit een waterkoeler en staar vermoeid voor me uit. Goed gedaan hoor kanjer”, zegt een wat forse verpleegster tegen de patiënt naast mij. Ze knijpt hem daarbij liefdevol in zijn wang. Aait hem even teder over zijn kale bol. “Ja”, bevestigt hij alleen maar. Zijn woordenschat is nog beperkt. Het is slechts een peuter. Ik schat hem niet ouder dan drie jaar. Opeens voel ik me oud. Stokoud.

Het jongetje zit veilig op schoot bij zijn moeder. Ze wiegt zijn magere lichaam. Slaat haar armen zorgzaam om hem heen. Om haar rechterpols draagt ze een lange rij rinkelende armbanden. Oma is er ook bij. Ze leest haar kleinzoon een verhaaltje voor. Wat kan ze anders doen. De afdeling radiotherapie heeft geen ballenbak, geen dvd-speler met Disney-films, geen klautertorens of familieschommels. Het is geen omgeving die is ingesteld op kleine kinderen. Buiten dit zijn ze vaak te ziek om te spelen

“Het waaide verschrikkelijk”, vertelt oma met zachte stem. “Elmer de kleurtjesolifant schuilde voor de storm in een grot. Zijn vrienden waren er ook.” Het jongetje hangt aan haar lippen. Ik ken het voorleesboek goed. Elmer is een olifant die allerlei avonturen meemaakt. Ik geef het vaak cadeau aan de kinderen van vrienden. Met heel mijn hart hoop ik dat voorlezen in deze omgeving voor hen nooit nodig is. Geen fantasieverhalen tussen steriele ziekenhuismuren. Alleen maar mooie sprookjes in een prettige en vertouwde omgeving.

De ogen van het jongetje - rond, groot en diepbruin - kijken triest. Ondanks het vrolijke verhaal van oma. Ze missen de glans die vanzelfsprekend aanwezig lijkt in de blik van jonge kinderen. Door hem vwergeet ik even mijn pijntjes en mijn angst voor de toekomst. Ik maak me een paar tellen niet druk over bouwvakkerspillen en verkiezingsuitslagen. Er is dan ook één ding waar de kleine helden van de afdeling radiotherapie groots in zijn. Ze leren volwassen patiënten nóg beter relativeren. §

Op naar de tien

“Van wat voor soort muziek houd jij eigenlijk?”, vraagt Wim mijn taxichauffeur. “Van alles en nog wat”, antwoord ik. “Van klassiek, tot jazz, tot modern, tot fado. “Klassiek?”, herhaalt Wim verbaasd, “Dan heb ik iets heel moois voor je. Een paar tellen later is de taxi gevuld met de klanken van André Rieu. Het volume gaat op tien. Spaar me, denk ik. Ook vriendin H. - die vandaag met me meerijdt - kijkt bedenkelijk. Tja, je moet er wat voor over hebben om mijn chaperonne te zijn. Grote kans op hoofdpijn bijvoorbeeld. Gelukkig is het ziekenhuis niet ver meer. De plaats van bestemming.

“Welkom in Nijmegen de oudste stad van Nederland staat er op een groot wit bord boven de weg.” Monumentale panden die statig zijn opgesteld langs de Waal herinneren bezoekers van de stad aan het rijke verleden. Nu zijn er vooral advocatenkantoren gevestigd, banken en exclusieve restaurants. De taxi stopt noodgedwongen bovenaan de moderne Waalbrug. Wim laat een ambulance passeren. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over de stad. Het water van de rivier slingert zich kalm om de historie heen. De novemberzon weerspiegelt in het wateroppervlak in duizenden lichtjes. Helaas verstoort een groot rivierschip met gekleurde containers bruut de rust. In een paar seconden verandert de rustig kabbelende rivier in een woeste golvenzee. Net als in het echte leven, denk ik. Eerst is alles vredig en ontspannen, maar in één vernietigende beweging wordt het onzeker en onbestendig. Dan raak je losgesneden van alles wat vanzelfsprekend is. Zelfs van je eigen toekomst.

De ambulance scheurt voorbij met gillende sirenes. De taxi rijdt verder en ik verlies mijn oog voor de schoonheid om mij heen. Het schip glijdt uit mijn gehandicapte gezichtsveld. Ik had hier nog wel uren willen staan. Alleen met mijn gedachten en de rivier. Maar ik moet iets belangrijkers doen. Bestraling nummer twintig ondergaan bijvoorbeeld. Orion heeft helaas weinig begrip voor plotselinge uitstapjes. Nog tien keer te gaan. Dan is alle tijd weer voor mezelf. Ik kan niet wachten! Al dat speeddaten is werkelijk waar niets voor mij . §

Herfst op mijn kussen

Het is zaterdagochtend. Ik schiet in mijn sloffen, trek mijn dikke winterbadjas aan en bind de ceintuur stevig om mijn middel. Ook de capuchon zet ik op. Ik werp voor de tiende keer een blik op mijn kussensloop. De lichtblauwe stof is bijna niet meer zichtbaar. Overal liggen haren. Het is nu buiten herfst en herfst op mijn kussen. Sinds vannacht valt mijn haar uit. Een koude rilling gaat door mijn lijf. Wat een manier om het weekend te beginnen.

Ik zucht diep. Geen paniek... Eerst maar even ontbijten. Gewoon net zoals anders met een Senseo, een schaaltje frisse yoghurt met honing en een kiwi. En de krant lezen natuurlijk.Martin Bril schrijft in zijn column in Volkrant Magazine over bladblazers. Dat is modern gereedschap om snel en zonder bukken gevallen herfstbladeren op te rapen. Handig, denk ik. Zou zo iets ook bestaan voor losse haren op je kussen? Ander wereldnieuws: Bos en Balkenende natuurlijk; de bizon komt terug in de duinen bij Zandvoort en de mogelijke schuilplaats van Bin Laden. Schuilen, dat wil ik ook. Ik kruip terug in bed, trek het donsdek over mijn hoofd en luister naar de celloconcerten van Grieg op mijn iPod. Daar word ik op normale dagen rustig van, maar nu niet. Voor een bad hair day die al begint om half negen ’s ochtends is zwaarder geschut nodig. Het is alleen nog veel te vroeg voor een borrel of een troostijsje van Ben & Jerry's. Mijn ontbijt is nog niet eens gezakt.

10.00 uur. Ik verstuur de eerste sms van de dag vanuit mijn veilige haven en persoonlijke toevluchtsoord onder de dekens. Getver mijn haar valt uit. Ben in de rui. Ik baal enorm. Wens me sterkte. Veel liefs van Maaike. Het is de eerste in een lange rij berichten. Vandaag creëer ik mijn eigen wereldnieuws. Ongeacht hoe onbelangrijk dit ook is.

10.30 uur. Ik ontvang mijn eerste sms van de dag in mijn veilige haven en persoonlijke toevluchtsoord onder de dekens. Ik hoop dat je voldoende ijs in huis hebt. Mijn vrienden kennen me soms te goed... §

Praten over koetjes & kalfjes

Het is tijd voor ziekenhuisrit nummer veertien. Aan het einde van de week zit de helft van mijn speeddates met Rhea en Orion erop. Ik leer zelfs de taxichauffeurs al een beetje kennen. Ditmaal zit hondenliefhebber Stefan achter het stuur. Hij heeft een bulldog van ruim tachtig kilo waar hij behoorlijk dol op is. “Mensen hebben ontzag voor me als ik met hem door de stad loop”, zegt hij zelfverzekerd. Onder zijn bestuurdersstoel ligt een napje met foto’s die hij mij met gepaste trots laat zien. Het is weer eens wat anders dan babyfoto’s. Ik zie een enorm en toch - dat moet ik toegeven - mooi beest . Een hond bijna net zo groot als een pasgeboren kalfje, maar door zijn trouwe hondenogen heeft hij nog iets vertederends. Wel denk ik dat veel mensen vrijwillig een straatje omlopen als ze Stefan met zijn puppykoe tegenkomen. Zeker in het donker.

De taxi rijdt langs een nieuwbouwproject in het centrum van mijn woonplaats. Het is nu niet meer dan een verregend knollenveld. Op een vervallen bouwbord staat dat er 25 luxe appartementen komen. Losse houten planken zwaaien frivool in de novemberwind. “Ze bouwen echt alles vol hier”, zucht Stefan. “Daarom heb ik geen plaats meer om mijn hond fatsoenlijk uit te laten. Uitlaatveldjes zijn er bijna niet meer. Overal komen huizen. Daarom moet ik op stap met een poepschepje, want geen hond mag nog gewoon zijn behoefte doen onder een boom. En die van mij moet wel twee keer per uitlaatbeurt. Soms zelfs drie keer. Van al dat bukken, heb ik last van mijn rug gekregen.” Ik zeg niets, staar door het raam met een vies gezicht en onderdruk de neiging om mijn neus dicht te houden.

Hondendrollen, poepschepjes... Er waren tijden dat ik van gedachten wisselde over interessante onderwerpen. En toch vind ik het stiekem best prettig om over iets meer alledaags te praten dan haaruitval, het effect van radiotherapie en een tumor die met de staart tussen de benen moet verdwijnen. Het maakt mijn hoofd leeg en ik hoef even nergens serieus over na te denken. Ik zou willen dat mijn ellende zich beperkte tot een gebrek aan uitlaatveldjes en een huisdier met een te snelle stoelgang. Tja, in ieder geval hoef ik niet bang te zijn dat ik grijze haren krijg van mijn gepieker. Dat zie je straks niet meer, het valt immers uit. Zo probeer ik overal maar het voordeel van in te zien. Al is het piepklein. §

Goed gemutst

Op de plaatsen waar ik de meeste straling ontvang, zal mijn haar uitvallen. In mijn geval is dat precies bovenop mijn hoofd. Ofwel, alles tussen mijn linker- en rechteroor. Precies waar het operatielitteken zich bevindt. Niet echt de meest charmante plaats. De kans is daarom groot dat alles eraf moet met de tondeuse. Halfkaal of kaal, het is beide even lelijk.

“Wanneer valt mijn haar nu precies uit?”, vraag ik voor de duidelijkheid aan dr. N. “Meestal pas twee of drie weken na de eerste behandeling”, antwoordt ze. “Dit verschilt een beetje van patiënt tot patiënt. Het hangt af van de tolerantie van je haarzakjes. Maar daarna gaat het meestal wel heel snel.” Het is weer eens wat anders: tolerante haarzakjes. Gelukkig is er geen Rita Verdonk die het voor het zeggen heeft over mijn hoofd. Dan was ik nu al helemaal kaal geweest. En een generaal pardon zit er dan helemaal niet in. Met mijn duim en wijsvinger pak ik een pluk haar beet en geef er een stevige ruk aan. Ik heb bijna twee weken bestraling achter de rug. Het zit nog muurvast. Mooi.

“Heb je trouwens al een pruik aangeschaft?”, vraagt dr. N. “Of kies je toch voor een andere oplossing?” “Dat laatste,” zeg ik “Ik wil gewoon geen trofee van ellende op mijn hoofd. Een pruik kan ik niet los zien van hele zieke mensen, schaamtegevoelens, oprechte tranen en overleden dierbaren. Daarom wil ik niet zo’n ding op mijn hoofd. In plaats daarvan kies ik liever voor hoeden, petten en sjaals. Dat is zelfs hip deze winter. Dr. N. knikt begripvol. Ze is het met eens . “Veel frisser dan een pruik”, benadrukt ze. “Goede keuze.”

Of ik nu wil of niet: ik blijf voorlopig goed gemutst. Zelfs met een vernietigende tijdbom in mijn hoofd en kale kop. En anders heb ik nog een eeuwenoud kinderversje om me aan vast te houden:

Ben je boos
Pluk een roos
Zet hem op je hoed
Dan is het morgen weer goed.


Hier heb ik even niets meer aan toe te voegen.

Linkdump

Search

Archieven

01 Apr - 30 Apr 2009
01 Mrt - 31 Mrt 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Jan - 31 Jan 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Okt - 31 Okt 2008
01 Sep - 30 Sep 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Jul - 31 Jul 2008
01 Jun - 30 Jun 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 29 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008
01 Sep - 30 Sep 2007
01 Aug - 31 Aug 2007
01 Jun - 30 Jun 2007
01 Apr - 30 Apr 2007
01 Feb - 28 Feb 2007
01 Jan - 31 Jan 2007
01 Dec - 31 Dec 2006
01 Nov - 30 Nov 2006
01 Okt - 31 Okt 2006
01 Sep - 30 Sep 2006
01 Apr - 30 Apr 2006
01 Mrt - 31 Mrt 2006
01 Feb - 28 Feb 2006
01 Dec - 31 Dec 2005
01 Nov - 30 Nov 2005
01 Okt - 31 Okt 2005
01 Sep - 30 Sep 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Apr - 30 Apr 2005
01 Mrt - 31 Mrt 2005
01 Feb - 28 Feb 2005

Links

Pivot
Kaat
Karin
Puur Kaat
Saskia
Quirijne
Swan
Verynijs
Webbles
Soyrosa
Jet
Sunflowertricky
Rian
Tijdtussendoor

Stuff

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed