¶ §Niet leuk (2)
Het is best heet. Benauwd op zijn Hollands. En mijn auto heeft geen airco. Balen. Ik moet om half elf in Purmerend zijn voor mijn werk. Dat is een uur lang flink zweten in de auto. Halverwege trek ik mijn jasje uit. Als het 30 graden is dan mag het best wat minder representatief allemaal. Ik volg mijn routebeschrijving: bij de eerste stoplichten naar links, na de twee rotonde naar rechts. Het gaat voorspoedig. Er is zelfs nog een parkeerplaats voor de deur. ‘En dan gaat de telefoon…’
‘Maaike, draai maar weer om.’’
‘Hoezo?’
‘Hij is ziek!’
‘Maar ik ben er al!’
‘Dan weet je in elk geval de weg voor de volgende keer.’
‘Heel grappig.’
In mijn auto is het inmiddels een sauna. Ik kan niet nóg meer kleren uittrekken. De volgende keer rijd ik door naar het strand. Lekker puh. Nabij knooppunt Oudenrijn rijd ik zo een file in. Een paar bouwvakkers in een rode bestelbus zoeken sjans. Maar ik ben niet in de stemming om te flirten. Of toch wel? Misschien is het tijd voor actie. Binnenkort meer.
¶ §TVTAS
Toevallig is het helemaal niet raar dat ik nog nooit op een waddeneiland ben geweest. Ik ken ze wel hoor. Van aardrijkskunde op de lagere school. Het bekende ezelsbruggetje. TVTAS: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. ‘Wie gaat er nu naar de Hollandse eilanden als Spanje slechts twee uurtjes vliegen is’, zo redeneerde ik altijd. ‘En die Spanjaarden die bieden je zelfs gratis drankjes aan.’
Ik ga in eigen land bijvoorbeeld liever naar Maastricht. Daar heb je leuke terrasjes. ‘Je weet niet wat je mist’, zegt iedereen. ‘Je kunt er heerlijk fietsen en wandelen.’ Juist fietsen en wandelen… Heel leuk… Naar horen zeggen, waait het er ook behoorlijk. En Maaike, fietsen en wind gaan niet zo goed samen.
En dan heb ik ineens een vreemd idee. Al zeg ik het zelf. Ik wil in Ameland op een tandem fietsen en wadlopen. Dat lijkt me nu leuk. Zo’n fiets waar je met zijn tweetjes op kan fietsen. Waarbij de één net iets harder fietst dan de ander. In een ondoordacht moment vraag ik zuslief of ze mee wil. Tot mijn schrik zegt ze ja. Zelfs de tandem vindt ze wel geinig. Dus nu moet ik wel. In september, maar wel in een viersterrenhotel met sauna. Tenminste als er plaats is. En die tandem. Tja, ik weet nu al wie het hardste zal fietsen…
P.S. zuslief als je liever een gewone fiets wilt huren, dan mag dat ook hoor. Als ik maar achterop pas!
¶ §Niet leuk...
Bah! Je zal maar op vrijdagmorgen wakker worden en dan denken dat het zaterdag is.
Soms is het verschil tussen vrij zijn en werken heel klein.
Te klein helaas...
¶ §Arrivederci!
Een oude tempel aan Piazza del Populo. Twee meisjes eten een salade uit een pan met bloemenprint die ze van huis hebben meegenomen. Wij drinken veel te dure ijsthee met citroenijs op een elegant terras. Nog een paar uurtjes en dan gaan we naar het vliegveld. En je laatste minuten in Rome vul je natuurlijk met shoppen. Voor de Gucci-winkel staat net zo’n lange rij als voor het Colosseum eerder deze week. Een Amerikaans echtpaar maakt een homevideo op de Spaanse trappen. Ze houden het niet lang vol. Wij horen ze klagen: ‘It is hot as hell.’ In mijn tas zoek ik voor de laatste keer naar mijn metrokaartje. Rome is een stad die je gaat missen: de aardige en lieve mensen in de Joodse wijk; toeristen in alle soorten en maten; de prachtige cultuur; al dat overheerlijke eten; het chaotische verkeer en zelfs het ciao bella! Maar ach. Ik kom weer terug, want ik heb een muntje in de Trevifontein gegooid. Of misschien toch die leuke Italiaan mailen van wie ik een e-mailadres kreeg? Een adresje in Rome kan natuurlijk geen kwaad. Rest mij nog één ding: Roma, ti amo!
¶ §Drukte in Vaticaanstad
In de kerken in Rome kun je vrijwel nergens een kaarsje aansteken. In plaats daarvan is het mogelijk om een elektronisch lampje te laten branden. Wat nep. De overheid is te bang dat alle kunstschatten in vlammen opgaan. Vol bewondering kijken we bijvoorbeeld in de Sint Pieter naar de koepel die is beschilderd door Michelangelo. Hij is prachtig. Vooral door het sprookjesachtige licht dat er doorheen valt. Fototoestellen flitsen onophoudelijk. Bewakers controleren of iedereen zijn schouders wel bedekt houdt. Voor het Vaticaan museum staat een rij van een halve kilometer. Deze keer zullen wij in Rome de Sixtijnse Kapel niet zien. We gaan op een trapje zitten tussen een paar zuilen van Bernini. Rust. Er vliegt een helikopter over. Twee nonnen die langslopen, kijken even omhoog. Misschien is het de Paus wel. Het schijnt dat hij regelmatig naar zijn buitenverblijf vliegt. Ik heb niets met deze geestelijke en de ouderwetse ideeën van zijn kerk. Toch is het bijzonder om op ‘zijn’ plein te staan. In verband met alle geschiedenis die eraan vastzit. Niet vanwege hem. Een Japanse familie vraagt of we een foto van ze willen maken voor één van de fonteinen. Natuurlijk. Waarschijnlijk is het Pantheon hun volgende bestemming. Of het schilderachtige plein Piazza Navona, waaronder de resten van een klassiek stadion schijnen te liggen. Wij zijn lang niet de enige toeristen voor wie het Vaticaan slechts een toeristische trekpleister is.
¶ §Charme van Trastavere
Zaterdagochtend willen we met de bus naar Campo de Fiori. Een karakteristieke levensmiddelenmarkt in het centrum. Lijn 64 stopt vlak voor het hotel. Deze bus rijdt op en neer van station Termini naar het Vaticaan. Het is ook het werkgebied van zakkenrollers. Maar daar hebben we geen last van. Wel van enkele Italiaanse mannen die gebruikmaken van de overvolle bus. Zij drukken zich dicht tegen je aan, zodat je geen kant meer op kunt. Hoezo ongewenste intimiteiten? Per ongeluk (expres) op de tenen gaan staan, helpt niets. We zijn blij als we ter hoogte van het Largo di Torre Argentina de bus kunnen verlaten. Dit plein staat bekend om de grote hoeveelheid katten. Wij zien er geen één. Campo de Fiori is klein en pittoresk. De mensen zijn karakteristiek. Het ruikt er naar verse basilicum en andere Italiaanse kruiden. Van de markt lopen we via Ponte Sisto – een brug uit 1474 - naar Trastavere. In deze wijk komen niet zoveel toeristen. Een trotse bewoner vertelt ons dat we de kerk moeten bezoeken en de botanische tuin. Hier wil ik wonen als ik naar Rome zou verhuizen. Dan kan ik elke dag de lekkere salades eten van trattoria Da Gilda. Urenlang lunchen en dineren buiten in de zon. En lange wandelingen maken door de smalle en pittoreske steegjes. Tweede oude vrouwtjes hangen hun was op. Een groepje mannen zit in de schaduw voor de kerk. Straatmuzikanten spelen 'I did it my way'. Een bruidspaar maakt trouwfoto’s. Pas als de avondzon de terracotta huizen goud kleurt, gaan we terug naar het hotel. Het echte leven van Rome bevalt me wel.

¶ §Bruidstaart
Wie het monument van Victorio Emanuel (de eerste koning van het Verenigde Italië) wil bezoeken, heeft een zonnebril nodig. Het zonlicht weerkaatst zo fel op de witte marmeren trappen, dat je bijna niets kunt zien. De Italianen noemen het zelf schertsend de ‘bruidstaart’of ‘schrijfmachine’. Onder het toezicht oog van de soldaat bij het graf van de onbekende soldaat beklimmen we de trappen. Help! Mijn hoogtevrees speelt op. Gelukkig is het uitzicht de moeite waard. Aan de linkerkant zien we alle klassieke gebouwen en aan de rechterkant kijken we uit over terracotta daken en kerktorens. Victorio Emanuel was niet bepaald bescheiden. Hij liet een standbeeld van zichzelf maken dat maar liefst 12 meter hoog is. Het is erg indrukwekkend van dichtbij. We vervolgen onze weg naar het Colosseum. Nou ja, we doen een poging. Onze plattegrond klopt niet en we moeten de weg vragen aan welwillende Italiaanse mannen. Zouden ze dat expres doen? Vrouwelijke toeristen een verkeerde plattegrond in de handen drukken? Zodat we hulpeloos de weg moeten vragen? Voor drie euro mag je bij het Colosseum op de foto met een gladiator in traditioneel kostuum. Aangezien wij niet vallen op mannen in een rokje laten we die kans aan ons voorbij gaan. We duiken een achteraf straatje in om het echte Rome te leren kennen. Wel genoeg toeristische trekpleisters gezien voor vandaag.

¶ §Eerste indrukken
‘Jullie kamer is pas over een uurtje klaar’, zegt de receptioniste in vloeiend Engels. Het is half elf ’s ochtends. We zijn zonder vertraging in Rome aangekomen. ‘En het openbaar vervoer staakt. Maar jullie kunnen alles te voet bereiken hoor. Koffers kun je hier laten.’ De receptioniste overhandigt ons een plattegrond van de stad. We bevinden ons inderdaad op loopafstand van veel bezienswaardigheden. Het hotel ligt in een zijstraat van de Via Nationale. Als we deze hoofdweg volgen, komen we vanzelf uit bij het Forum Romanum. Maar eerst kopen we een flesje koud water. Het is warm. Verschillende Aziatische toeristen dragen paraplu’s om hun huid tegen het felle zonlicht te beschermen. Italianen die naar hun werk gaan dragen hun colberts nonchalant over de schouders. Het verkeer is een chaos door de staking. Overal toeterende Vespa’s. Het kan ons niets schelen, want ons doel is in zicht: Forum Romanum. Het hart van het politieke, commerciële en juridische leven in het klassieke Rome. Overal zie je hier overblijfselen van tempels en triomfbogen. Een groep Engelsen sjokt achter een gids aan. Wij hebben genoeg aan een boek. Na een uurtje – met het eerste Italiaanse ijsje achter onze kiezen – lopen we terug naar het hotel. ‘Jullie kamer is klaar hoor!’, zegt de receptioniste. Het is een kleine en brandschone ruimte. Slechts een kwartier later staan we weer buiten. Rome is geen stad om op je hotelkamer te verblijven. Hier moet je continu nieuwe indrukken opdoen. Wordt vervolgd.
¶ §Weer thuis!
Rome is fan-tas-tisch. Later meer!

¶ §Rome
Ik heb besloten dat ik morgen tóch naar Rome ga. Daarom even een logstilte tot woensdag a.s.
Ciao!
¶ §Kaarsjes branden
En dan moet je weer over tot de orde van de dag… Wassen, strijken, rekeningen betalen, stofzuigen, afwassen en opruimen. Het is ongelooflijk hoeveel achterstallig onderhoud je opbouwt in amper drie weken. Om even bij te komen van alle spanningen, strijken zuslief en ik neer op een terras in Den Bosch. Het mooie weer verzacht de knoop in onze maag niet. De klok van de Sint-Jan slaat vier uur. ‘Zullen we een kaarsje aansteken voor paps?’, vraag ik. ‘Dat is een warm gebaar.’ ‘Oké’, zegt zuslief. 'Dat doen we.' In de kerk is het donker en sereen stil. Er branden honderden kaarsjes. Op de een of andere manier doet het me goed dat wij niet de enigen zijn met verdriet. Een beetje onhandig steken we een waxinelichtje aan. We zijn geen ervaren kerkgangers. ‘Speciaal voor jou’, fluister ik. Daarna gaan we snel weer naar buiten. De kerkdeur slaat met een bons achter ons dicht. Ik knipper met mijn ogen door het felle zonlicht. Mensen op de naburige terrassen lachen en bestellen nog een biertje. Stratenmakers maken herrie met een drilboor. Er komt een paardenkoets voorbij en een klein meisje moet huilen. Het leven gaat door. Hoe onbegrijpelijk dat soms ook is.
¶ §Dierbaar
Het zusje van mijn vader is gestorven toen ze negen jaar was. Ze heette Maaike. Het verlies heeft een diep verdriet veroorzaakt in mijn familie. Mijn vader heeft niet voor niets zijn eerste dochter naar haar genoemd. Maaike liet ondanks haar jonge leeftijd veel mooie en tastbare herinneringen na. Bijvoorbeeld een plastic hertje dat ze na een schoolreisje aan haar moeder gaf. Het hertje heeft altijd bij mijn oma op de kast gestaan. ‘Niet aankomen!’, zei ze op het moment dat ik het van dichtbij wilde bekijken. ‘Dit is mijn dierbaarste bezit.’ Na het overlijden van oma verhuisde deze kostbare herinnering naar de studeerkamer van mijn vader. Het kreeg een mooie plaats naast de vergeelde foto van zijn zusje. Een meisje met stralende ogen en een aanstekelijke glimlach. Een sprankelende ster in mijn gedachten, ook al heb ik haar nooit gekend. Vanavond heb ik het hertje verplaatst van de studeerkamer van mijn vader naar mijn vensterbank. Helaas minimaal twintig jaar te vroeg.
Iedereen ontzettend bedankt voor de hartverwarmende reacties hieronder!