Weblog van Maaike

§

Vrijmarkt

Je hebt ze ongetwijfeld gezien vandaag: mensen op kleedjes die spullen aanbieden. Rotzooi van het soort huilende zigeunerjongetjes, lampenkappen, bloemetjesserviezen en vliegenmeppers. Alles is té lelijk om zelf te houden. Dus verkoop je het aan verzamelaars en rommelmarktmensen. Volgend jaar wil ik zelf een kleedje. Ik heb heel wat moois in de aanbieding. Heus. Een felgekleurd Mexicaans kleed dat in Mexico véél leuker was. Het siert nu de onderkant van mijn kledingkast. Of een paarse hangmat uit Nicaragua, die te groot is voor mijn balkon. Ik weet nu dat het verstandiger is om hangmatten – net als kleding – niet op de groei te kopen. Het boek Blauw van jou. De kunst van het inmaken mag ook op het kleed. Daar staat in dat je van liefdesverdriet geneest als je heel veel jam maakt. Ik kan je vertellen, dit werkt niet. Het boek liegt. Een spijkerrokje in maat S. Acht jaar geleden zat hij perfect. Zucht. Een rode eierwekker in de vorm van een ei (jawel) die tien seconden te vroeg rinkelt. Parfum van Armani waar ik hoofdpijn van krijg. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Gelukkig eindigen slechts mijn bezittingen op een kleedje op de Vrijmarkt. Maar mijn herinneringen niet. Die zijn té kostbaar. §

De fuut en koninginnedag

Jullie dachten dat ik het niet vol zou houden hé? Nou, mooi wel. Ik fiets bijna elke dag. Zelfs als het een beetje regent. En ik vind het nog leuk ook. Op de fiets zie je veel meer dan in de auto. Zo rijd ik elke dag langs de koningin. Ze zit trots op haar troon in het water. Ik bedoel in dit geval niet Bea - dat zou pas nieuws zijn - maar een fuut. De fuut krijgt binnenkort kleine fuutjes. Ik kan niet wachten totdat het zover is. Ten eerste omdat ik nog nooit kleine fuutjes heb gezien. Ten tweede omdat de geboorte van prinsesjes altijd mooi is. Behalve als ze Louana heten. De fuut heeft ook hofdames. Twee meerkoeten. Die houden de hele dag de wacht. Er komen geen vijanden bij haar in de buurt. Net echt. Als ik ’s morgens naar mijn werk fiets, dan ben ik best jaloers. Ik zou ook wel de hele dag op het water willen dobberen. Verschil moet er zijn. Je bent koningin of je bent het niet. Morgenvroeg ga ik de fuut brood brengen. Dan is ze jarig. Het is koninginnedag. Hoewel, het zal wel morgenmiddag worden met het oog op mijn plannen voor vanavond. Lang leve de koningin én de fuut. Ik wens iedereen veel plezier. Zeker diegenen die een barbecue hebben in Groningen. §

Blik op oneindig

‘Als je twijfelt, moet je stoppen’. Tenmiste dat waren de wijze woorden van mijn rij-instructeur. En die nam ik behoorlijk letterlijk. Dus zakte ik drie keer voor mijn rijbewijs. Omdat ik zo aarzelde. Zo nu en dan kan het geen kwaad om het gaspedaal stevig in te drukken. Anders kom je nooit verder. Ik ben ervaringsdeskundige. Toch twijfel ik nu over van alles. Moet ik mijn leven drastisch veranderen? Of even doorgaan zoals het is? Dingen nemen zoals ze zijn? Mijn rij-instructeur had nog meer wijze woorden. ‘Autorijden is vooruit kijken. Je zicht is te beperkt als je naar de motorkap blijft staren.’ Dus keek ik voorzichtig om mij heen. Ik zag auto’s, mensen, vogels en voetgangers, zonnestralen en regenwolken. Een nieuwe wereld. Op dit moment betrap ik mezelf erop dat ik weer té veel naar de motorkap staar. Terwijl er zoveel moois op mijn pad komt. Geremd door twijfels. Dat ben ik. Terwijl ik het liefst plankgas wil geven. In volle vaart vooruit met een blik op oneindig. §

Op kraamvisite

Als je twintig bent dan bestaat je leven uit feestjes. Met goedkope wijn. En dronkemanspraat. Als je dertig bent dan bestaat je leven ook uit feestjes. Met beschuit met muisjes. Roze of blauwe. Studentenfeestjes kennen hun eigen etiquette: zelf een fles wijn meebrengen. Kraamvisites ook. Een cadeautje meebrengen is verplicht. Niet alleen voor de baby, maar ook voor de andere kinderen in het gezin. Anders worden ze jaloers. (Als vrijgezel ben je dus altijd de klos. Je krijgt nooit spontaan cadeaus. Maar al die bruiloften en kraamparty’s zijn een aanslag op je portemonnee. Dit terzijde.) Nieuwe baby’s zijn altijd lief, snoezig en mooi. ‘Ach, wat een schatje’, roepen is standaard. Ook al meen je het niet. Het is ook standaard dat je de naam mooi vindt. En dat is best lastig. Sommige ouders schieten iets te ver door bij het bedenken van creatieve namen. Royce en Diesel kunnen echt niet. Of ben ik nou gek? Tot slot vind je ook alle babykamers mooi. Zelfs als je door een overschot aan kitscherige knuffels de baby niet meer kunt zien. Ook in dat geval ben je niet eerlijk. Maar glimlach je onschuldig. Overigens was mijn laatste kraamvisite (gisteren) heel leuk. Bijzonder hoor zo’n baby op mijn schoot. En ik geef zelfs toe dat ik kirgeluidjes heb gemaakt. Maar daar kan ik niets aan doen. Toevallig. Als vrouw heb je last van bepaalde hormonen. Die spelen op als je een klein wonder ziet. En waar je als twintiger in een tijdelijke roes raakt van goedkope alcohol, raak je als dertiger in een tijdelijke roes van een baby. Verschil moet er zijn. §

Spoorloos

Een jonge vrouw is opgevoed door pleegouders en zoekt haar échte vader en moeder. De tocht leidt naar het buitenland. Spoorloos vindt de ouders. In een vervallen flat. Ze moesten het kind noodgedwongen afstaan. Om financiële redenen. De moeder erkent de jonge vrouw direct. Het is haar kind. De vader denkt dat ze van de postbode is. Een roddel die 29 jaar geleden werd gefluisterd. De moeder is er zeker van: het is óók zijn kind. Een vaderschapstest brengt de waarheid aan het licht. De jonge vrouw is niet van de postbode. Hij is haar echte vader. Ze heeft ook nog een zus. Die weet pas sinds drie weken van haar bestaan. De zus snapt haar ouders niet. Omdat ze zelf kinderen heeft. Ze wil de jonge vrouw graag ontmoeten. Hetzelfde geldt voor de ouders. De ontmoeting. Eerst een koele handdruk. Daarna een warme omhelzing. Moeder huilt. Vader lijkt nog steeds sceptisch. De zus en haar kinderen huilen ook. En ik jank mee. Ik ben gegrepen door emo-tv. Gatsie. §

Cupido (deel I)

Zo Cupido. Je weet wat de deal is. Vanavond ben ik de kroeg in Den Bosch. En vergis je niet. Er zijn meer kroegen. Het is die met de leuke barmannen. Op de hoek. Ik draag een zwarte broek, een zwart T-shirt en een glitterriem. Dat laatste heb ik speciaal voor jou gedaan. Zodat je me beter herkent. Ga je vanavond nog niet tot actie over? Dan geeft dat niets hoor. Een volgende keer mag ook. Dat houdt de spanning erin. Maar wil je dan wel de Brabantse boeren bij me weghouden? Dus geen eenzijdige pijlen afschieten. Please. En hetzelfde geldt voor de limochauffeur en advocaatje. Die zijn stom. Dan zijn mijn vriendinnen je ook erg dankbaar. Ik heb overigens geen voorkeur voor blond of donker. Het mag allebei. Kleur ogen maakt ook niet uit. Lange mannen vind ik wel het mooist. Als ik mag kiezen, dan lijkt hij René. Al is het maar een beetje. Dus lieve Cupido. Je weet wat je te doen staat. S'il vous plaît…

Update: Cuup, wat hadden wij nou afgesproken? Het was echt niet nodig om het volledige Mannenkoor het Karrenspoor uit te nodigen. En waarom heb je in vredesnaam de verkeerde Fransman op me afgestuurd? §

Irritatie

Het komt uit mijn onderbuik. Ik let er continu op. Daarom heeft het zijn weerslag op mijn concentratie. Een irritatie. En ik ben echt wel assertief hoor. Echt waar. Want ik heb er wat van gezegd. Al meermalen. Maar het heeft een averechts effect. Het wordt alleen maar erger. Dus zucht ik veel. Heel veel. Mijn moeder maakt zich zelfs al zorgen. Dat hoeft niet. Ik ben best ontspannen als mijn irritatiebron zich koest houdt. Vroeger sliep ik met zuslief in een tent. Zij ademde luid in haar slaap. Daar kon ik niet tegen. Dus gaf ik haar een duw en een mep. Niet zo hard. Maar toch. Het hielp niet. Meestal ontaardde het in een kussengevecht. Of een boze paps. Ofwel, herrie in de tent. Helaas kan ik dat nu niet doen. Iemand een mep verkopen. Of een kussengevecht houden. Maar ik zou het wel supergraag willen. Toch heb ik me iets voorgenomen. Ik ga er niet meer op letten. Ik ga er niet meer op letten. Ik ga er niet meer op letten. Driekeer is scheepsrecht. Anders is het weer herrie in de tent. Zo. Dat is eruit. Maar nu mijn belofte nog waarmaken. §

Mooi weer spelen

Soms is mijn werk stom. Vooral als het buiten mooi weer is. Als de zon heerlijk door de ramen schijnt. Vaak moet ik de lamellen dichtdoen. Omdat ik anders niets kan lezen op mijn monitor. Dan heb ik het gevoel dat ik een kluizenares ben. Terwijl ik juist de warmte op mijn huid wil voelen. Of bootje varen. Of skeeleren. Sommige collega’s mogen vroeg naar huis. Omdat ze parttime werken. ‘Fijne middag’, zeggen ze dan. Dat is helemaal stom. En oneerlijk. Ik heb maar 25 vakantiedagen. Dus ik ben zuinig op mijn vrije tijd. Op stomme dagen speel ik geen mooi weer. Dan ben ik chagrijnig. Maar soms, soms is mijn werk wél leuk. Ik mag de wijde wereld in. Een hele middag fotografie begeleiden. Helaas in het Rivierengebied en niet in Londen of Parijs. Maar toch. Het is best mooi hoor in het midden van het land. Echt waar. Geloof me nu maar. Ik heb zelfs mijn camera meegenomen. Om het te bewijzen. Wist je trouwens dat senioren massaal op de fiets stappen als de zon schijnt? En dat ze allemaal hetzelfde fleecevest dragen? Dat terrasjes in de provincie op donderdagmiddag overbevolkt zijn? Inderdaad met senioren. Zo wil ik ook oud worden. Alleen ik hoef geen fleecevest. Dit heb ik vandaag besloten. De natuur laat je gedachten fladderen. Mooi hé?

Schaapje, boompje, bloemetjes


huisjes

§

Steekpenning voor Cupido

D. heeft een nieuwe vriend. Ze is helemaal in love. Dat is best leuk voor haar. De afgelopen tien jaar was ze drie maanden vriendloos. Dus het werd hoog tijd. Althans dat zegt ze zelf. D. dringt voor. Ik wacht al ééuwen (nou ja) netjes op mijn beurt. En ik sta met lege handen. Maar bij haar is het na drie maanden raak. Ze heeft net een boedelscheiding achter de rug. Verdorie. Die Cupido is dus een watje. Hij laat mensen voordringen. Terwijl ik braaf in de rij sta.

En ik weet precies wat jullie gaan zeggen. Maar ik ben niet té kritisch. Ik ben geen psychopaat. Ik heb geen muur om mij heen. Ik leef niet als een kluizenaar.Ik heb een goede baan. Ik heb leuke kleren. Ik ben niet ongeschoren. Ik praat ABN. Ik eet groenten en fruit. Ik laat mensen toe in mijn leven. Ik ben sportief. Ik ben aardig. Ik lees klanten. Ik ben lief. Ik weet wie de nieuwe Paus is. Dus daar ligt het niet aan. Het ligt aan de voordringers en aan Cupido.

Oh ja, voordringers. Ik gun het jullie hoor: de liefde. Een aantal van jullie behoort tot mijn beste vrienden. Dus ik wil geen ruzie. Maar het kan echt geen kwaad om even te wachten. Vriendloos zijn is bést handig. Kortom: leer jezelf kennen, eet alles wat je zélf lekker vindt en slaap diagonaal in je tweepersoonsbed. Dat is heel leuk. Heus.

De deur van de wachtkamer zit op slot. Maar niet voor mij. Binnenkort ben ik smoorverliefd. Dat gaat absoluut lukken. Want ik heb een geheim wapen. Ik heb Cupido omgekocht. Als de voordringers het spel niet eerlijk spelen, dan doe ik het ook niet. Lekker puh! En waag het niet om ‘dream on’ te roepen! §

Biecht voor broerlief (en de nieuwe paus)

‘Jij schrijft nooit iets positiefs over mij’, zegt broerlief. ‘Dat is niet eerlijk.’ ‘Er is zoveel niet eerlijk’, zeg ik. ‘Je had sowieso een meisje moeten zijn. Dus zeur niet.’ In 1980 was mijn moeder zwanger. Van een zusje. Dat kon niet anders. Zuslief en ik waanden ons in een poppenhemel. Een meisje erbij dat was nog meer barbies in huis. Maar het lot besloot anders. Zuslief werd een broerlief. Mijn vader was dolgelukkig. Zuslief en ik niet. We moesten mee naar het ziekenhuis. Kijken naar broerlief. Terwijl het nóg een zuslief had moeten zijn. Wat moesten we nou met hem? Een jongen in een glazen bedje. De vijand. Een pestkop, voetballer, macho, charmeur, legodeskundige en postzegelverzamelaar in spe. Tien jaar later was van onze mening over jongens niets meer over. Op dat moment waren jongens juist alles: avontuurlijk, brutaal, spannend, knap, stoer en sportief. Toch moet ik iets opbiechten. Zeker nu er vandaag een nieuwe paus is gekozen. Ik vond je altijd al lief hoor broerlief. Ook toen je als negenponder op de wereld kwam. Stiekem. Ik noem je niet voor niets broerlief.

Op het moment dat ik dit logje type hoor ik een luide knal. Mijn badkamerlamp is naar beneden gevallen. Kapot. Ben ik direct gestraft voor bovengenoemde leugen? Of brengen scherven gewoon geluk? §

American Flopcorn

Het is heel simpel American Popcorn in de magnetron. Althans dat dacht ik. Magnetron opendoen. Popcorn erin. Vijf minuten op de hoogste stand. Klaar is Kees. Dus niet. Mijn popcorn was warm. Dat wel. Maar ook zwart. En er kwam rook uit de zak. Zelfs zoveel rook dat ik keihard ‘brand’ riep. Dat is niet overdreven. De zak smeulde. Met gevaar voor eigen leven heb ik hem opengeknipt en onder de kraan gehouden. Het koele water doofde het vuur. Lees: enkele vonkjes. American Flopcorn, dat was het. En een zondagavond zonder snack. Ik heb niet eens de moeite genomen om een foto te nemen van het eindresultaat. Met het oog op ieders eetlust. Toch nieuwsgierig? Kijk in een willekeurige asbak. Dan weet je het. Overigens had ik gewoon de gebruiksaanwijzing beter moeten lezen. Om al dit leed te voorkomen. ‘Doe de popcorn 1 á 5 minuten in de magnetron. Afhankelijk van het type. Als de popcorn niet meer popt, is hij klaar.’ Maar als ik dat zou vermelden, dan was dit verhaal natuurlijk een stuk minder spannend. En zouden jullie denken dat ik een stomme idioot ben. Dat is natuurlijk geenszins het geval. Ahum. §

Autodief?

Ik heb een glimlach op mijn gezicht. Het was een fijne avond. Bijkletsen met een oud-collega tot laat in de avond. Den Bosch is nu verlaten. In de verte zie ik een groepje jongens fietsen. Ze komen mijn kant op. Ik versnel mijn pas en houd mijn tas iets steviger vast. De jongens fietsen rustig voorbij. ‘Goedenavond’, zeggen ze beleefd. Het is nog vijf minuten lopen naar mijn auto. In een normaal tempo. Ik kom langs het ziekenhuis. Een ambulance passeert mij met gillende sirenes. In de gracht zwemmen geen eenden. Waar zijn die ’s nachts? Twee meisjes in korte rokjes en op hoge hakken lopen op straat. Tik, tak, tik, tak… Ze zijn aangeschoten. De geur van parfum en drank prikkelt mijn neusvleugels. Ik moet ervan niesen. Het geluid van hun tikkende hakjes vervaagt. In de verte staat mijn auto. Een man met een leren jas aan verdwijnt achter een boom. Daarna rent hij naar het midden van de straat. Plotseling zie ik hem weer. Hij ligt op de grond. Ik ben een beetje ongerust. Het is vast een autodief. Of een junk die radio’s steelt. Dan roept hij iets vreemds: ‘Sneeuwwitje kom. Please, het is veel te laat om te spelen. Goed zo. Heel goed.’ De man staat op. Hij heeft een witte kat in zijn armen. Ik ben gerustgesteld. Sneeuwwitje. Wat een stomme naam voor een kat. §

Porseleinkast

‘Ik ben een theekopje van Wedgwood. Met verfijnde rode rozen en een gouden randje. Porselein dat op elk moment uit elkaar kan vallen. In duizend kleine stukjes op de grond.’ Deze gedachte komt bij me op als ik over de snelweg rijd richting Den Bosch. Een uit- en invoegstrook komen samen. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik een donkerblauwe bestelbus. Tussen ons slechts een meter asfalt. Ik kan hem niet voorbij laten gaan. De auto voor mij rijdt te langzaam. Bumperkleven is levensgevaarlijk.

Mijn zusje geeft een auto voorrang op een T-splitsing. Zij let op, maar de bestuurder achter haar niet. Een flinke klap volgt. Blikschade en een pijnlijke nek. De volgende dag zit ze bij de huisarts. Bang voor een whiplash. Dit is amper een week geleden. Zij is een theekopje van Wedgwood. Met verfijnde rode rozen en een gouden randje. Porselein dat op elk moment uit elkaar kan vallen.

Vannacht. Een hotelbrand in Parijs. Een jongetje van een jaar of acht ontsnapt aan de dans van de dood. Met grote, angstige ogen kijkt hij de wereld in. Een volwassen vrouw grijpt hem bij zijn arm. Waar zijn de ouders? Leven zijn broers en zusjes nog? Ook dit jongetje is een theekopje van Wedgwood. Met verfijnde rode rozen en een gouden randje. Porselein dat op elk moment uit elkaar kan vallen. In duizend kleine stukjes op de grond

Kwetsbaarheid. Het leven is een porseleinkast. Ik voel het als ik op straat loop. Ik zie het vooral als ik hem zie liggen. Zo fragiel. Zo delicaat. Zo ziek. Hij is een theekopje van Wedgwood. Met verfijnde rode rozen en een gouden randje. Porselein dat op elk moment uit elkaar kan vallen. In duizend kleine stukjes op de grond. §

Penalty en mythologie

E. is enthousiast: ‘Heb je nog gekeken gisteren?’ ‘ Waarnaar?’ vraag ik. ‘Naar PSV suffie. Het was spannend joh.’ ‘Nee. Ik heb niets gezien’, zeg ik. ‘Je weet toch dat ik niet tegen spannende wedstrijden kan?’ E. knikt bevestigend. Vorige zomer speelde Nederland in de kwartfinale van het EK-voetbal tegen Zweden. Ik verafschuw 'alles of niets' wedstrijden. Op belangrijke momenten schakel ik direct over op een ander net. Maar dat is een beetje asociaal als je samen met vrienden kijkt. Dus heb ik deze wedstrijd thuis gekeken. Verstopt onder mijn dekbed met een boek over Griekse mythologie. ‘Als ik over helden lees, dan worden onze voetballers het ook’, aldus een bijgelovige Maaike. En aangezien ‘we’ wonnen - zelfs met penalty’s – had ik gelijk. De halve finale heb ik wel samen met vrienden gekeken. Nou ja, mijn vrienden keken en ik was buiten. Of ik had een kussen voor mijn gezicht. Tot op de dag van vandaag ben ik ervan overtuigd dat ik thuis had moeten blijven. Met mijn mythologieboek. Dan hadden ‘we’ beslist gewonnen. Het verliezen van de wedstrijd lag dus niet aan de trainer, de voetballers of de tegenstander. Het lag aan mij. Daarom kijk ik liever niet meer naar voetbal. Veel te pijnlijk. Overigens is dat niet de enige reden dat ik de wedstrijd gisteren heb gemist. Ik heb een hekel aan PSV. Dus heb ik ook niet gelezen in mijn mythologieboek. Expres. En dan winnen ze toch. Daar snap ik dan weer helemaal niets van… §

Surrogaatman

‘Kun jij straks even helpen met tafels sjouwen?’, vraagt mijn collega. Het is weer zover. Op mijn werk ben ik een surrogaatman. Dat komt omdat er veel vrouwen werken en weinig sterke mannen. Surrogaatmannen zijn niet goed in het verplaatsen van zware dingen. Maar doen alsof. Anders worden ze het mikpunt van spot. Dus lach ik lief naar mijn collega. En kruis mijn vingers achter op mijn rug. ‘Natuurlijk kan ik dat. Geen probleem. Ik ben een geboren verhuizer. En minstens zo sterk als jij.’ Even voor de duidelijkheid. Een surrogaatman mag een leugentje om bestwil gebruiken. Zeker als er échte mannen op hun stoel zitten en niets doen. Dat komt regelmatig voor. Een surrogaatman is ook geen mietje als ‘hij’ zeurt over een gebroken nagel. Of een slappeling als ‘hij’ de volgende dag spierpijn heeft. Het is net als met surrogaatkoffie. De surrogaatman is en blijft minder sterk dan de échte variant. §

Levensgevaarlijke doucheknop

Momenteel douche ik met gevaar voor eigen leven. Het zit zo. De aanhechting van mijn douche is gebroken. Het gevolg is dat mijn douchekop maar vijf minuten blijft hangen. Daarna valt hij op de grond. Het is een levensgevaarlijk projectiel. Ik sta gemiddeld twintig minuten onder de douche. In die tijd kan ik vier keer een flinke hersenschudding oplopen. Daarom houd ik met één hand mijn douche vast. Maar dat kan niet de hele tijd. Ik moet ook mijn haren wassen. En dat zet mij aan het denken. Ik woon alleen. Als ik getorpedeerd wordt door mijn douchekop is er niemand in de buurt om mij te helpen. Met een beetje pech lig ik uren op de grond. Bewusteloos. En dat is niet fijn. Bejaarden hebben voor dit soort situaties een noodknop. Die kunnen ze indrukken op het moment dat er iets mis gaat. Maar daar kom ik niet voor in aanmerking. Balen. Daarom wil ik een alarmknop voor jonge vrouwen die alleen wonen. En een reddingsteam met mooie mannen. Lees: Brad Pitt dubbelgangers. Een beetje zoals in Baywatch. Ik zal echt nóóit per ongeluk de knop indrukken… En zeg nou niet dat ik maar een vriend moet nemen. Want de kans dat ik die op korte termijn vind, is kleiner dan een aanvaring met mijn doucheknop. Toevallig. §

Boerin in Zandvoort

Het boerenleven is hot! Iedereen loopt weg met Piet, Peter, Joris, Teus en Hans. Heel Nederland volgt hun liefdesperikelen. Ik zie het niet zitten om met één van deze heren te rollenbollen in het hooi. Nou ja… Joris… Bovendien ben ik niet in de wieg gelegd voor het boerenleven. En dat baseer ik op ervaring. Dertien jaar geleden heb ik een keer aardbeienplantjes gepoot. Daarvoor moest ik midden in de zomer om vijf uur opstaan. In de kas was het bloedheet. Veel te warm om hard te werken. Iedereen was sneller dan ik. Er zat continu zand onder mijn nagels. Bovendien kreeg ik regelmatig op mijn donder. Mijn plantjes zaten verkeerd om. Ik kon er wel om lachen. De boerin niet. Ze stuurde mij naar huis. De rest van de zomer lag ik op het strand in Zandvoort. Ontspannen, maar met zwarte nagels. Die kreeg ik niet meer schoon. ‘Ik ga nooit meer terug naar de boerderij’, riep ik zelfverzekerd. Toch moet ik iets bekennen. Soms – heel soms – zou ik best een dagje boerin willen zijn. Of tuinman. Of ijsjesverkoper. Want wie wil er nou binnenzitten op zo’n mooie dag als vandaag? §

Op de vlucht in de buurtsuper

Sommige mensen draaien hun hoofd om voor verdriet en ellende. Mijn moeder heeft er wekelijks last van. Een aantal ‘goede kennissen’ vermijdt haar zelfs opzettelijk in de supermarkt. Ze rijden met hun kar naar de kaasafdeling. Dan zijn ze plotseling vergeten dat ze zojuist een kilo Old Amsterdam hebben gekocht. Mijn moeder negeert dit. Maar natuurlijk doet het wél pijn. Ik zou het anders aanpakken. Het is niet zo moeilijk om in de buurtsuper een botsing in scène te zetten. En met je kar tegen een goede kennis aan te knallen. ‘Dat is toevallig. Hoe gaat het nu met jou?’ zou ik vragen. Op een opvallend vriendelijke (sarcastische) manier. De goede kennis voelt zich dan erg ongemakkelijk. Heerlijk. Stille wraak. Gelukkig heb ik hier zelf geen last van. Mijn vrienden negeren me niet. Ze vragen regelmatig hoe het gaat. En sturen lieve kaartjes met opbeurende teksten. En dat zijn geen mensen van in de vijftig. De meesten hebben beide ouders nog. Juist daarom begrijpen ze goed hoe ik me voel. Mijn vader is ongeneeslijk ziek. Ooit zullen ook mijn vrienden hun ouders gaan verliezen. Meer heb je niet nodig om je in een ander te kunnen verplaatsen. §

Wel of geen vlees?

Ik heb nog niet alles verteld over het wilde zwijn. Na zijn inval duwden twee stoere mannen hem naar buiten met een bezem. Niet veel later hoorde ik een hartverscheurend geschreeuw. Het beest werd bruut vermoord. Dat vond ik zielig. De tiran veranderde spontaan in een schattig biggetje. Hij moest blijven leven. Op dat moment besloot ik dat ik geen vlees meer wilde eten. De dag erna werden voor mijn ogen twee kippen een kopje kleiner gemaakt. Dat maakte mijn keuze nog gemakkelijker. Vlees eten is niet goed. Ik hield dit precies een half jaar vol. Totdat mijn lichaam het begaf. Ik propte mezelf vol met overheerlijke tofuburgers, ijzerpillen, spinazie, granen en alfalfa. Desondanks kwam ik niet van mijn bloedarmoede af. ‘Je moet vlees gaan eten’, was het advies van de huisarts. Met pijn in mijn hart gooide ik weer gehakt in een boodschappenkarretje. Weliswaar van scharrelkoeien. Nog steeds ben ik geen vleeseter. Maar het moet (soms) op doktersrecept. Ik doe zelf een moord voor een overheerlijke vegetarische spaghetti en niet voor een biefstukje. Wat dat betreft ben ik blij dat ik in Costa Rica ben aangevallen door een zwijn en niet door een bordje dampende pasta. Want dan had ik mezelf vast niet in de hand gehad. §

Wild zwijn

Opeens borrelde de reislust in mij op. Ik zag op tv een wild zwijn. En boem daar was het. In Costa Rica beleefde ik een hilarisch moment met zo'n beest. Het kwam in agressieve toestand een restaurant binnen gerend. Binnen één seconde stond ik boven op mijn stoel. Alle andere mensen bleven ontspannen zitten. Een lachsalvo klonk door het restaurant. Ik was de held op sokken van de avond. 'Een wild zwijn is levensgevaarlijk', vertelde een gids mij eerder die dag. 'Als je er één tegenkomt, klim dan in een boom.' Vanwege een gebrek aan bomen in het restaurant sprong ik op mijn stoel. Voor de duidelijkheid. Dat was niet op 1 april. Het liefst zou ik vandaag nog afreizen naar Cuba. Maar door familieomstandigheden is dat even niet mogelijk. Drie weken rondreizen in een cabriolet met de Cubaanse zon op mijn bolletje. En dan niet in mijn uppie, maar samen met een leuke lover en de muziek van de Buena Vista Social Club. Dit gaat helaas niet. Daarom zoek ik de passie later dit jaar op. Ik droom nu van ‘Tierra del Fuego’. Oftewel, Vuurland. Als het even mee zit ga ik aan het eind van dit jaar naar Chili en Argentinië. Ik geloof niet dat daar agressieve wilde zwijnen zijn. Oef. §

Berkenboom

Hij staat voor mijn raam. De boosdoener. Ik ga je pesten vandaag. Er zijn geen vluchtroutes. Zijn macht hangt in de lucht. Hij is overal. Met rode ogen kijk ik hem aan. Tranen lopen over mijn wangen. ‘Waarom ben je zo gemeen tegen mij?’ Alle vreugde van de lente gaat verloren. Door hem. Het is niet zo dat ik over me heen laat lopen. Ik ben zelfs aan de pillen. Maar hij krijgt me klein. Heel klein. Door hem verlang ik naar regen en niet naar zonneschijn. ‘Het is de tijd van het jaar’, roept iedereen. ‘Het gaat wel weer over’. Maar de ellende blijft. Ik ontkom er niet aan. En hij doet alsof zijn neus bloedt. Door hem huil ik de hele dag. Ik ben zó zielig. Niets of niemand kan iets voor me doen. Zelfs de huisarts niet. De boosdoener heeft overal broers en zussen. Behalve in de tropen. Ik wil naar een Caribische eiland. Het is de enige manier om aan zijn greep te ontspannen. Of kan het rigoureuzer? Een cirkelzaag bijvoorbeeld? Stomme berkenboom met je vreselijke pollen. Je maakt een moordenaar van me.


Boosdoener

§

Belle de Jour

Greetje was rijk. Als wij op bepaalde tijden met haar kinderen speelden, gaf ze ons vijftig gulden om ijsjes te kopen. En dat was begin jaren tachtig erg veel geld. Greetje had wel honderd onderbroeken. Die hingen op dinsdag aan haar waslijn. Ze leken niet op de saaie sloggi’s van mijn moeder. Het waren kanten slipjes in alle kleuren van de regenboog. ‘Greetje doet stoute dingen’, zei mijn moeder. ‘Blijf daarom uit haar buurt.’ Na een tijdje ontdekte ik dat Greetje haar geld niet verdiende met belletje lellen. Ze was een prostituee met twee jonge kinderen. Ik moest aan haar denken door het boek Belle de Jour. Belle woont in Londen en is callgirl. Dat wil ze zelf. Wat bezielt vrouwen die in de prostitutie gaan? Aandacht? Drugs? Onderdrukking? Gebrek aan zelfrespect? Of juist trots? Belle doet het voor het geld. Ik veroordeel haar niet. Het is haar lichaam en haar keuze. Maar ik vind het niet verstandig. Waarschijnlijk omdat ik weet hoe het met Greetje is afgelopen. Ze is doodgeschoten door haar ex-man in een groezelige kroeg. Haar leven eindigde op een barkruk. In het gezelschap van haar tienjarige zoontje. Triest. §

Zonnesteek

Het is heerlijk in de zon. Ik heb weer een gezicht vol sproetjes. Wat ben ik vrolijk en energiek! Een gevoel om te delen met een vriendin. Dus grijp ik in mijn tas naar mijn mobiel. Hij staat uit. Ik doe het klepje open en toets mijn pincode in. En dan gaat het mis. Ik weet de code niet meer. Dat is mij nog nóóit overkomen. ‘Het was ongeveer dit’, zeg ik hardop. ‘Twee, negen, twee…’ Ik druk op bevestigen. ‘Pieeeep’, zoemt mijn mobiel gemeen. ‘Code onjuist. U heeft nog twee pogingen.’ ‘Shoot’, zeg ik. Ook poging twee en drie verknal ik. Dus vraagt mijn mobiel om een PUK-code. En die ligt thuis. Tenminste dat hoop ik. Anders heb ik een probleem. Zonder mobiel ben ik nergens. Ik race naar huis op mijn fiets. Al mijn hoop is gevestigd op een paarse ordner met nutteloze informatie. Garantiebewijzen en dat soort zaken. Die heb je doorgaans nooit meer nodig. Hetzelfde geldt voor PUK-codes als je onder de zestig bent. Gelukkig zit de code in de map. En hij klopt. Het gemene piepgeluid maakt plaats voor een hemels toontje. Mijn mobiel doet het weer. Op het display verschijnt mijn welkomsttekst: ‘Hello sunshine.’ Ik bel direct een vriendin. ‘Weet je’, zeg ik. ‘Het is drie april en ik heb mijn eerste zonnesteek dit jaar al gehad!' §

Popie Jopie

Mijn ouders leerden elkaar kennen in 1972. Zij katholiek. Hij atheïst. Hun relatie gaf in het begin problemen. Een ongelovige in de familie was taboe. Mijn oma sprak niet meer met hem en mijn moeder. Uiteindelijk nam ze mijn vader toch op in haar gezin. Hij werd stilzwijgend geaccepteerd. Bij ons thuis verliep de belevenis van het geloof altijd dubbel. Een strijd tussen mijn vader en moeder. Geven en nemen. Ik werd gedoopt en deed mijn communie, maar zat op een openbare school. Op een gegeven moment ging mijn moeder niet meer naar de kerk. ‘Ik geloof in mijn hoofd’, zegt ze altijd. Daar sluit ik me bij aan. Geloof is mooi én gevaarlijk. De paus is overleden. De wereld in rouw. Ik doe niet mee. Hij veroordeelde homoseksualiteit, samenwonen en geboortebeperking. En met hem heel veel anderen. Dat kan niet meer in 2005. Twee jaar geleden zat ik tijdens Spaanse les naast een Pools meisje. Onze docent vroeg wie de belangrijkste persoon in haar leven was. 'De paus', antwoordde ze. De man heeft ongetwijfeld veel goede dingen gedaan voor zijn geboorteland. Maar om hem heilig te verklaren. Nee. Mijn gevoel is dubbel. En dat is niet alleen het gevolg van mijn opvoeding. §

Telefoonterreur

Ze bellen altijd rond zeven uur. De stalkers. Wil ik soms een lening? Een abonnement op een krant? Gisteren maakten ze het nog bonter. ‘Bent u tevreden over uw hypotheek?’, vroeg de stalker. ‘Nou nee’, zei ik. ‘Ik woon in een huurhuis’. Detail. De stalkers bellen een aantal keren per dag. Anoniem. Vaak neem ik niet op. Maar soms gaat het mis. Dan kan het voorkomen dat ik per ongeluk meedoe aan een onderzoek over batterijgebruik. Onderschat dit niet. Ik wist niet hoeveel batterijen ik in huis had. Wie wel? ‘Loop dan even een rondje’, zei de stalker. ‘Oké’, zuchtte ik. Natuurlijk liep ik geen rondje. Na twee minuten gaf ik een grove schatting door. ‘Het zijn er ongeveer tien.’ Dat vond de stalker erg weinig. Maar ik wist haar te overtuigen van mijn batterijloze bestaan. Bovendien hoeft de stalker niet alles te weten. Ik twijfel nog steeds over de geloofwaardigheid van het onderzoek. Wie loopt er nou op commando een rondje door zijn huis? Dat is toch zielig voor alle oudjes die slecht ter been zijn… Mijn batterij is leeg als het gaat om telemarketing. Vanochtend heb ik het uitgemaakt. Definitief. Met behulp van een website. Nog bedankt Goedemorgen Nederland voor de tip. Dag lieve callcenter jongens en meisjes. We bellen (niet)!

Linkdump

§

Echt & nep


§

Rommel

Uit mijn portemonnee




§

Snoepje van de week

§

Wegdromen

§

Nieuw tafelkleed

§

Tot ziens in 2006

En nu echt...

Search

Archieven

01 Jul - 31 Jul 2009
01 Jun - 30 Jun 2009
01 Apr - 30 Apr 2009
01 Mrt - 31 Mrt 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Jan - 31 Jan 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Okt - 31 Okt 2008
01 Sep - 30 Sep 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Jul - 31 Jul 2008
01 Jun - 30 Jun 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 29 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008
01 Sep - 30 Sep 2007
01 Aug - 31 Aug 2007
01 Jun - 30 Jun 2007
01 Apr - 30 Apr 2007
01 Feb - 28 Feb 2007
01 Jan - 31 Jan 2007
01 Dec - 31 Dec 2006
01 Nov - 30 Nov 2006
01 Okt - 31 Okt 2006
01 Sep - 30 Sep 2006
01 Apr - 30 Apr 2006
01 Mrt - 31 Mrt 2006
01 Feb - 28 Feb 2006
01 Dec - 31 Dec 2005
01 Nov - 30 Nov 2005
01 Okt - 31 Okt 2005
01 Sep - 30 Sep 2005
01 Aug - 31 Aug 2005
01 Jul - 31 Jul 2005
01 Jun - 30 Jun 2005
01 Mei - 31 Mei 2005
01 Apr - 30 Apr 2005
01 Mrt - 31 Mrt 2005
01 Feb - 28 Feb 2005

Links

Pivot
Kaat
Karin
Puur Kaat
Saskia
Quirijne
Swan
Verynijs
Webbles
Soyrosa
Jet
Sunflowertricky
Rian
Tijdtussendoor

Stuff

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed