Dé betervraag
Leven en laten leven
Nu het al zo lang best goed gaat, krijg ik hem steeds vaker: Dé betervraag. Of ik nu eigenlijk beter ben? Of ik misschien dan toch genezen ben, je weet immers maar nooit hé? Je houdt het toch al hartstikke lang vol zo? En dokters hebben het toch ook best vaak fout tegenwoordig. Misschien is dat bij jou ook wel zo? De wonderen zijn de wereld toch niet uit?
Alsof ik er niets voor hoef te doen én laten.
Op die momenten zou ik het liefst keihard willen schreeuwen, schelden en met mijn hoofd tegen de muur bonken, hoewel dat natuurlijk een heel slecht idee is. Ik denk ook niet dat mijn neuroloog dat verstandig vindt. Mensen die dé betervraag stellen, hebben helaas niet begrepen dat Mister Tumor niet voorgoed weg is, maar tijdelijk elders bivakkeert en dat ik nog altijd licht, maar blijvend hersenletsel heb dat met een paracetamolletje dus niet te genezen valt. Nooit meer, ook al bedenken knappe koppen een wondermiddeltje om Mister Tumor voorgoed te verjagen.
Mensen die de betervraag stellen, verwijt ik niets, ik begrijp het wel een beetje. Als niemand maar verwacht dat ik nu zo langzamerhand weer voldoende energie heb om allerlei Try before you die dingen te doen. Bungeejumpen, parachuutspringen, mezelf laten wegschieten als een menselijke kanonskogel, of doe eens extra gek, streaken op Wimbledon. Over twee weken moet ik opnieuw voor levende tosti spelen in de mri-scanner en dat alleen is al spannend genoeg.