Mister Tumor mijn fietsmaatje

Samen tegen de wind in fietsen

Waar of niet waar?

Ik weet niet of bovenstaande uitspraken tegeltjeswijsheden zijn, loze kreten of waarheden. Misschien kun je ze alledrie terugbrengen tot de wet van ‘karma’ waarbij, volgens boeddhisten, alles wat wij in gedachten en daden uitstralen onvermijdelijk bij ons terugkomt. Uiteindelijk vertaalt dit zich in geluk of lijden. Misschien was ik in mijn vorige leven de beul en Mister Tumor de guillotine en fietsen wij nu om die reden samen tegen de wind in. Misschien hebben wij in dit leven een negatieve inborst gehad en was onze rendez vous nodig om op een pijnlijke manier duidelijk te maken dat je geluk kunt afdwingen en tevreden kunt zijn met niets. Als ik te diep nadenk over de zin van leven en dood, dan raak ik verstrikt in mijn eigen gedachten en kom ik er helemaal niet meer uit. Misschien is dat wel de ware levenskunst. Niet nadenken en het gewoon laten gebeuren…

NB: val ik zo langzamerhand in herhaling qua onderwerpen? Wil iemand iets anders weten?

maaike Maandag 30 Maart 2009 at 8:22 pm | | Mr T | Elf reacties

Geluk met een staartje

Hoe belangrijk is een beetje haar?

Het is natuurlijk ontzaglijk, gigantisch, onmetelijk bekrompen om blij te zijn met een beetje haar. Ik bedoel, er zijn natuurlijk mensen met hele enge ziektes enzo én hoe belangrijk is een beetje haar dan? Nou heel belangrijk. Daarom ben ik de hele middag druk geweest met een digitale camera, om een foto van mijn achterkant te maken. Dat valt niet mee met de zelfontspanner. Ik moest er zelfs mijn hele woonkamer voor verbouwen. Dit alles om aan iedereen hier te laten zien, dat ik (met behulp van 149 schuifspeldjes) weer een staartje in mijn haar kan en dat je bijna niets meer van het litteken kunt zien. Ook de dunne plek bovenop mijn hoofd is steeds minder zichtbaar. Wat is geluk soms simpel. Trouwens, van de achterkant gezien heb ik best rare oren.
Als je haar maar goed zit

admin Dinsdag 24 Maart 2009 at 2:45 pm | | Standaard | 23 reacties

Nadeel van het rookverbod

Geen stiekem gedoe onder de dekens meer

Het is voor mij als niet-roker nu aangenamer in de kroeg dan vroeger zou je denken. Geen sigarettenrook meer die in mijn ogen prikt, geen confetti van brandwonden op mijn armen dankzij rondvliegende peuken en mijn kleren stinken aan het eind van de avond niet meer naar een pakje zware shag. De kroeg zou voor niet-rokers nu het summum moeten zijn van reinheid en properheid. Helaas, ik heb een ander probleem geconstateerd: de mannenscheet.

Terwijl ik met een glas witte wijn op een barkruk zit, komt er een man voor me staan. Hij draait zijn magere billen naar me toe en begint een gesprek met een vriend over voetbal. Ook kijkt hij begerig naar een vrouw. Een echte man dus. In meer opzichten, want even later laat hij zo’n stinkende wind dat ik direct van mijn kruk spring en twee meter verderop ga staan. Hij kijkt even quasi-onschuldig over zijn schouder en doet verder alsof er niets aan de hand is. Hij hoeft niet eens moeite te doen om het manco van zijn sluitspier te verbergen, want de muziek is zo hard dat de begeleidende trompettergeluiden toch niet opvallen. En ja hoor, twee minuten later is het weer raak, maar ditmaal verdenk ik een blonde koorbal in een poloshirt. Stiekem gedoe onder de dekens is er niet bij. Laat ze gewoon glippen die jongens!

‘Tjonge’, zeg ik tegen een vriendin die ook haar neus heeft dichtgeknepen. ‘Dat zo’n lucht uit zo’n nietszeggend kontje kan komen.’ De vriendin legt uit dat het door het rookverbod komt: ‘Vroeger, in 2008, werden ongewenste lichaamsgeuren perfect gemaskeerd door de rook van tientallen sigaretten, maar nu is er geen enkele manier om zweet en scheet te maskeren.’ Cafébezoek in 2009 is gelijk aan een uitstapje naar het platteland in mesttijd. Jaloers kijk ik naar buiten. In een rokerstentje dat beschermt tegen de kou staat een groepje rokers dat het naar hun zin heeft. Niemand knijpt zijn neus dicht. De sigarettenrook nemen ze voor lief. Als je leeft, moet je het goed doen.

Ik ben benieuwd wat Clean air Nederland en minister Klink hiervan vinden. Misschien zitten er wel schadelijke stoffen in zo’n windje (da’s dan heel beschaafd gezegd) en komen ze binnenkort met een verbod op chili con carne vóór kroegbezoek en vinden ze hiervoor ter controle zelfs een blaastest uit. Tot die tijd verkas ik naar het rokerstentje waar het veel gezelliger is. Wel met een chocoladesigaretje.

admin Zondag 22 Maart 2009 at 12:07 pm | | Standaard | Dertien reacties

Tjielp, tjielp

Een ekster vliegt, eet, paart, bouwt nesten en is tevreden

De eksters zijn terug. Tenminste, er zit weer een ekster in het eksternest. En nu vraag ik me af of het dezelfde eksters zijn als een jaar geleden. Of zijn het misschien de kinderen van de eksters die nu klaar zijn om zelf een gezin te stichten en daarvoor de voorkeur geven aan het ouderlijke nest? Ik heb geen idee hoe dat zit met eksters. Hoe lang zo’n vogel leeft en hoe oud een ekster is als zij haar eerste ei legt? Wat ik wel weet, is dat ik zelf best een ekster zou willen zijn. Dan had ik vleugels en kon ik vliegen en zou ik me nooit zorgen maken over niets en over alles.

Eksters maken zich gewoon geen zorgen over levensvragen. Ze vragen zich ook niet af, of ze misschien een tros druiven en vijf tomaten per dag moeten eten, omdat dat helpt tegen hersentumoren (een advies dat ik laatst kreeg). Eksters hebben geen weet van tumoren. Ze zitten schreeuwend in de boom en af en toe roven ze het nest van een andere vogel leeg. Of een konijnenhol. In hun bescheiden hersenpan cirkelt waarschijnlijk nooit de vraag:


Ik stel mezelf continu die vraag. Ik ga niet naar een natuurarts, peperdure vitaminepreparaten kan ik haast niet betalen, een homeopaat heb ik niet nodig, accupunctuur vind ik te vaag. Dat het tot nu toe zo goed gaat, heb ik aan mezelf te danken. Daar ben ik trots op, maar is het genoeg? Doe ik genoeg? Hoe lang is de kracht van mijn geest nog sterker dan mijn lichaam…?

Een ekster vliegt, eet, paart, bouwt nesten en is tevreden. Althans zo lijkt het, want misschien schuilt in een ekster juist wel een filosoof. Een vogel die op een tak rust en diep nadenkt en ‘ik vlieg dus ik ben’ fluistert. Een vogel die peinst over de dood en het lot niet instinctief op zich af laat komen, zoals de schijn doet vermoeden. In dat geval ben ik toch liever een olifant. Sterk, robuust en onverwoestbaar.

admin Dinsdag 17 Maart 2009 at 4:59 pm | | Standaard | Acht reacties

Slapen in T-shirt dat hij vergeten heeft

Het zou zo de nieuwste van Marianne Weber kunnen zijn

Soms zoeken mensen in google een apart woord op, bijvoorbeeld magnetronpopcorn. In dat geval komen ze via een korte omweg op mijn blog terecht. Ooit schreef ik op deze plaats dat je daarmee perfect je oven in de fik kunt steken. Andere populaire sleutelwoorden om hier te belanden zijn: de schoondochter van Mart Smeets, sexy niemendalletje en oefeningen voor duveltjes. Tot zover niets extreem vreemds. Maar van de week googelde iemand om elf uur ’s avonds het volgende: ‘ik slaap in het T-shirt dat hij heeft vergeten’ (probeer het op google en je ziet www.tussenons.nl tussen de hits staan).

Ik vroeg me af wie? En wat moet het een teleurstelling zijn als diegene uiteindelijk op een site belandt, die inmiddels hoofdzakelijk over een enge ziekte gaat en alles wat ermee samenhangt. En niet op een site van iemand die ook al jaren in het T-shirt slaapt van een ex-geliefde met alleen maar de vurige wens dat het óóit weer goed komt.

Was het misschien een tekstschrijver van smartlappen driftig op zoek naar inspiratie? ‘Ik slaap in het T-shirt dat hij heeft vergeten’, het kan probleemloos de nieuwste van Marianne Weber zijn. Bedenk er de melodie bij van Hepie en Hepie’s: Ik lig op mijn kussen stil te dromen, en het plaatje is compleet. Het vervolg van deze nieuwste tophit zou bijvoorbeeld kunnen zijn: ‘Door mijn liefde voor jou is het nu tot op de draad versleten. En toch wil jij helemaal niets meer van mij weten.’ Levensliederen zijn natuurlijk nooit zo vrolijk hé. In het geval van een wraaklustige ex-minnares kan zij de tweede regel vervangen voor: ‘Helaas stinkt het nog wel enorm naar jouw heimelijke scheten.’ Ja, het is wel een beetje plat ik geef het toe, maar het zou wel kunnen.

Het kan ook een meisje van een jaar of zeventien zijn geweest met lang blond haar en bloeddoorlopen ogen van het huilen. Het t-shirt is in dit geval een verwassen PSV-shirt dat tot ver haar kniën reikt als ze het aan heeft. De karakteristieke rode strepen op het shirt zijn niet roze geworden door het vele wassen. Het shirt mág simpelweg niet gewassen worden, omdat zijn geur dan is verdwenen en daarmee de liefde voorgoed tot het verleden behoort. Ik zal nooit weten wie dit heeft ingetypt.

Soms is het wel fijn om onwetend te blijven. Onwetendheid leidt tot inspiratie en soms tot dé carnavalskraker voor 2010. Ik hou me aanbevolen.

admin Woensdag 11 Maart 2009 at 7:46 pm | | Standaard | Veertien reacties

Take a walk on the wild side

Simpel muisgrijs T-shirt is diepzinniger dan je denkt

Een beslissing is niet meer dan de aanvang van een lange weg die je overal heen kan brengen. Zonder beslissing, geen nieuwe wegen. En toch, ik twijfel te veel. Of ik niet meer risico moet nemen? Of ik me niet te veel verstop achter mister Tumor? Of een veilig gevoel, niet slechts schijnveiligheid is? Van de week kocht ik een simpel muisgrijs T-shirt. Niets bijzonders aan, maar aan de binnenzijde van het label stond een boodschap. Ik geloof niet echt in predestinatie, maar wel in toeval. Is dit toeval?

admin Maandag 09 Maart 2009 at 1:45 pm | | Standaard | Negen reacties

Niet voor babyolifantjes

Het is toevallig wel de limo onder de wandelwagens!

In de woonkamer van zusjelief staat een kartonnen doos waar met gemak een babyolifant in past. ‘Teutonia’ staat erop. Rare naam voor een olifantje. Ik vraag me af waarom die doos zo pontificaal in haar woonkamer staat. Ze kan er amper langs met haar dikke buik. Straks valt ze nog.

‘Wie is Teutonia? Is het een olifant?,’ vraag ik.
‘Nee joh, het is een waááágen’, zucht zusjelief.
‘O, wat voor waááágen? Een circuswagen?’
‘Nee, een kinderwagen suffie’, zucht zusjelief weer (daar zijn wij best goed in bij ons in de familie, zuchten).
‘Wat een rare naam voor een kinderwagen.’
‘Het is toevallig wel de limo onder de kinderwagens. Hij is superpraktisch. Je kunt er zelfs het strand mee op.’
‘Dan moet je wel eerst een uur in de auto te zitten om bij het strand te komen. Dat vind ik niet echt praktisch’, zeg ik.
‘Maar mocht er toch een strand in de buurt zijn, dan kunnen wij erop met de wagen. Dat is praktisch met voorbedachte rade,’ zegt zusjelief. ‘Wacht ik ga hem wel even halen.’ Ze verdwijnt in de bijkeuken.

Even later sloft zusjelief op haar sokken over het parket achter haar lege wandelwagen en krijg ik een uitgebreide productdemonstratie met bijbehorende moederpraat. Ze demonstreert de kinderwagenbak met passende matras; de windbescherming en regenhoezen; de omkeerbare duwstang en het gemak van de zwenkwielen. ‘En de ’ zomervoetenzak is bij de prijs inbegrepen,’ besluit zusjelief. ‘Wil jij nu even rijden?’
‘Eh, nee zullen we gewoon kleertjes gaan kopen?' antwoord ik. ‘Daar ben ik veel beter in.’ Ik durf stiekem niet te vragen wat een zomervoetenzak is, bang om een onnozele indruk te maken. Verder dan wintertenen kom ik niet.

Een paar uurtjes later zitten we bij Gusto in Den Bosch achter een panini met provolone en gegrilde aubergine. Op de grond staan papieren tassen vol met schattige babyshirtjes. ‘Kijk!', roept zusjelief’, terwijl ze naar buiten wijst. ‘Zij heeft ook een Teutonia.’ In de stromende regen sjokt een vrouw achter een wandelwagen mét kind. Op straat ligt confetti, een restant van carnaval. Zusjelief spot nog meer kinderwagens. Het is een mooie dag.

admin Woensdag 04 Maart 2009 at 3:17 pm | | Standaard | Vijftien reacties