Gewonde smurf
Twee keer trots op één dag is dubbeltrots
Ik had al bijna tien kilometer gefietst mét tegenwind en ik was trots, want ik voelde me voor het eerst in ehh minstens vijf jaar zelfs een beetje fit. Ik reed op een B-weggetje met scheuren in het wegdek, steentjes en opgedroogde koeienpoep. Van de andere kant naderde een grijze auto. Heel hard. Ik twijfelde of het weggetje wel breed genoeg was voor ons tweeën. Of ik de auto kon passeren zonder slingeren en stuurfouten. Juist in dat moment van twijfel smakte ik met mijn kin op het asfalt. Boem.
Dat deed pijn. Goddank was de koeienpoep opgedroogd.
‘Bloed, ik bloed’, schreeuwde ik naar mijn moeder die voor mij fietste. Mijn bloeddruppels vormden een abstract schilderij op het wegdek. Bij een boerderij langs de weg stonden bouwvakkers. Ik kreeg pleisters van ze en mocht mijn kapotte hand, knieën en kin afspoelen bij een buitenkraan in een modderig weiland. Het is niet ideaal om licht gewond te zijn in the middle of nowhere.
Ik strompelde met mijn fiets aan de hand naar het dichtstbijzijnde dorp. Ondanks de pleister sijpelde er bloed langs mijn kin. Ook mijn knie was rood. ‘Ik heb wel nieuwe pleisters voor je’, zei de serveerster van het pannenkoekenhuis aldaar. ‘Het zijn blauwe, want het zijn keukenpleisters.’ Voor ik het wist was ik omgetoverd tot gewonde smurf. ‘En nu?’, vroeg mijn moeder. ‘Nu fiets ik naar huis, maar wel over het fietspad en niet via smalle B-wegen. Dat doe ik nóóóóóít meer.’
Tegemoetkomende fietsers keken wat vreemd toen ze me op de terugweg zagen passeren. Zou ik ook doen, een gewonde smurf zie je niet zo vaak in het wild. Het kon me alleen niets schelen. Ik was té trots. Ditmaal niet vanwege de door mij afgelegde afstand, maar omdat ik mijn pijnlijke lijf weer op de fiets had gehesen.
Nu opnieuw mijn fietsangst overwinnen.
Niet te lang wachten om terug op de fiets te gaan maar ik vind je zo al heel stoer hoor…met pleisters en al ;))