Terugblik (3)
Dit is het vervolg op terugblik (2).Het is vannacht weer verkeerd gegaan. Ik was misselijk, zo gruwelijk misselijk. Met veel moeite verzamel ik alle projectinformatie die ik kan vinden en stop een stapel papieren in een plastic mapje. Daarna bel ik met mijn opdrachtgever om te zeggen dat ik de komende week niet kom. Te ziek om te werken. Pijn maakt verstandig.
Ik stap in de auto en rij eerst naar de huisarts. In zijn spreekkamer doe ik mijn trui uit en hij meet mijn bloeddruk op. Daarna krijg ik mijn trui niet meer aan. Ik weet niet in welke mouw ik mijn linkerarm moet steken en in welke mijn rechterarm. Wat ben ik moe, wat ben ik een kluns. Hij zegt dat ik direct een afspraak moet maken met een neuroloog. Mijn coördinatieproblemen vindt hij zorgelijk.
Daarna rij ik naar mijn werk om mijn project over te dragen aan een collega. Met mijn hand houd ik mijn broek vast, omdat hij anders van mijn heupen glijdt. De afgelopen weken ben ik minstens vijf kilo afgevallen. Ik ga achter mijn pc zitten en print een paar belangrijke e-mails. Een collega vraagt wat ik op kantoor doe. Volgens mij ben je zo ziek als een hond, zegt ze. Ga toch naar huis. Dit is niet normaal Maaike.
Ja, ja, antwoord ik. Ik moet mijn project overdragen. De documenten moeten vóór het vakbondsoverleg van volgende week compleet herschreven zijn. Het kan niet wachten. Ik kan pas rustig ziek zijn, als dit in goede handen is. Soms ben ik té plichtsgetrouw. Als ik opsta uit mijn stoel moet ik mijn hoofd vasthouden, omdat ik bang ben dat mijn schedel kapot knalt.
Een half uur later lig ik weer in bed. Met de man met de drilboor, dus gezellig is het niet. Misschien heb ik wel een nekhernia of zoiets. De hele nacht heb ik op de bank gelegen met mijn ogen open. Ik wilde wakker blijven. Opeens marcheerde de angst mijn leven binnen. Tussen het overgeven door heb ik alleen maar gehuild uit machteloosheid. Waarom helpt geen enkele pijnstiller meer tegen die stampende, pompende, dreinende en drammende hoofdpijn? Ik kan er niet meer tegen.
De volgende dag staat mijn moeder voor de deur. Ze vindt het vreemd dat ik nog steeds zo ziek ben. Je gaat nu mee naar mijn huis en ik bel de dokter. Geen discussie over mogelijk, zegt ze. Ik heb geen kracht meer om tegen te stribbelen. Voor het eerst sinds jaren slaap ik weer een nachtje in mijn oude tienerkamer. Op de plaatsen waar ooit mijn posters van Madonna en Wham hingen, is het behang licht beschadigd. Mijn huisarts komt niet langs. Morgen gaat het vast wel weer beter, denk ik.
(gebeurtenis uit 2006)
zeven reacties
Wat een afschuwelijke ‘nachtmerrie’. En dan zie ik op tegen zoiets als een bevalling,… Dat valt natuurlijk in het niet bij wat jij doormaakte en nog mee leeft!
Je bent vleesgeworden arbeidsethos, als je het mij vraagt :) Maar op een gegeven moment zeggen een lijf en een moeder ho. Als ik me probeer voor te stellen wat je allemaal hebt doorgemaakt in die periode, word ik zelf bijna misselijk.
@Esther: achteraf heb ik daar zo’n spijt van. Het was mijn gezondheid ten goede gekomen als ik eerder de handdoek in de ring had gegooid, maar helaas weet je niet alles vooraf.
Ik schrok in eerste instantie, had dat “terugblik” niet gezien.
Het maakt het echter niet minder erg…
Hey Maaike, wat een ellende en wat weet je het nog goed en wat een kei van een moeder heb jij!!!!!!!!!!!! Wat fijn dat je met zo’n enge en zware dobber bij haar aandacht en rust kon vinden. Maar het meeste moet je toch zelf doen, lijkt me, al zal die steun van haar jou zeker moed gegeven hebben!