Mijn stille ontmoeting met Outback Jack
Hij stapte de trein in en ik ook. Outback Jack. Bruine krullen en ogen, een mooie mond, een keurig gestreken overhemd en een bijpassende stropdas. Heel geraffineerd. Outback Jack zag mij ook. We wisselden blikken uit. Lang en zwoel. Ik vergat even dat het half acht s ochtends was. Isnt he lovely, zong mijn iPod. Het was flirten in de dageraad. Ik zocht zijn blik bij Maarssen. Hij die van mij in Breukelen. En zo ging het maar door. Totdat de weilanden transformeerden in flatgebouwen. De trein minderde vaart bij station Bijlmer. Ik stond op en vergat mijn sjaal. Nog eventjes keek ik in zijn bruine ogen. Wat was hij mooi. Mijn Outback Jack.We verlieten samen de trein. Ik volgde hem met mijn ogen. In welke van de driehonderd kantoorpanden zou hij werken? Hij tijgerde als een echte professional door de mensenmassa, zodat ik hem uit het oog verloor. In een flits verdwenen. Spontaan kreeg ik een ochtendhumeur.
Want vind jij ervan?, vroeg de kok.
Waarvan?, vroeg ik.
Van mijn kroketten, zei de kok. Die passen toch niet in het assortiment.
Dan moet je ermee stoppen, zei ik.
Dat mag niet. Echt iedereen wil kroketten hier.
Dat geloofde ik niet. Mijn ogen dwaalden door het bedrijfsrestaurant. Op zoek naar de kroketten. Ik zag inderdaad mannen en vrouwen met deze dampende snacks. Maar ik zag ook collegas met salades, broodjes en zelfs met wokmaaltijden. En ik zag Outback Jack..
Mmm klinkt spannend!