Dichtbij het nieuws
Nu volgt een spannend verhaal. Dus wees gewaarschuwd.Het was gisteren een dag als alle anderen. Nog een beetje slaperig strompelde ik de trein uit. Ik groette twee bouwvakkers op het station. Ze waren vrolijk. Erg vrolijk. De ene floot een liedje dat vroeger van André was. De ander zong zuiver mee. Geef mij nu je angst. Ik geef je er hoop voor terug. Goedemorgen meissie, riep de ene bouwvakker met een dik Amsterdams accent. Mogguh, zei ik suf. Nog niet helemaal wakker hé, riep de andere bouwvakker. Hij zong vrolijk verder. Ik antwoordde niet.
Moet je nou eens kijken, zei de tijdelijke collega. Die hijskraan is neergestort. Bovenop het station. Misschien zijn er wel gewonden gevallen. Of doden. Vanaf de achtste verdieping tuurden we naar beneden. We zagen wat mannen driftige gebaren maken, maar geen ambulances of traumahelikopters. Volgens mij is er alleen materiële schade, zei ik. Kijk maar, het perron is beschadigd. De tijdelijke collega knikte. Gelukkig maar, zei hij. Ja, gelukkig maar, zei ik.
De bouwvakkers waren dus minder wakker, dan ik die ochtend dacht. Wie laat er nou een hijskraan vallen? Misschien moeten we morgen koffie meenemen voor de bouwvakkers. Dan blijven ze bij de les. Straks valt er nog meer uit de lucht, zei ik tegen de tijdelijke collega. Golfplaten, bakstenen, heipalen. Het is gewoon gevaarlijk hier. Mijn aandacht was even afgeleid van het flexkofferprobleem. Ik ga nooit meer met de trein, zei ik. Ik ga vanavond met de taxi naar huis. Punt.
Anticlimax: maar vandaag zoefde ik gewoon weer over het spoor. Zonder koffie voor de bouwvakkers. Er viel niets uit de lucht. Ik kan het weten, want ik heb maar 271 keer omhoog gekeken. En nu was er niemand die Geef mij nu je angst zong. Ook dat nog.
Heb jij weer. Maar je had ook geen koffie bij je.