4 mei
Een gymnastiekwedstrijd in 1943. Zij beweegt zich soepel over de brug. Mensen kijken bewonderend toe. Hij is direct verliefd. Het is wederzijds. Ze wonen niet in dezelfde stad, maar dat maakt niets uit. Dertig kilometer is niets als er liefde in het spel is. Elk weekend bezoeken ze elkaar. Eerst op een fiets met banden. Later op een fiets zonder banden. En uiteindelijk te voet. Een fiets kun je inleveren, maar echte liefde niet. Ze houden voor altijd van elkaar. Daar komt geen bezetter tussen. En dat klopt. Heel wat jaren later zijn ze nog steeds samen. Het zijn mijn oma en opa aan vaderskant.De Tweede Wereldoorlog. Een jong gezin is wanhopig. Hun kleine meisje is ziek. Ze heeft hoge koorts. Maar medicijnen zijn er niet. De bezetters helpen niet. De smeekbede van een vader en moeder blijft onbeantwoord. Ze willen haar hun eigen leven geven. Ook dat kan niet. Het kleine meisje vecht en vecht. Voor niets. De dood is sterker. Ze is nog maar twee jaar oud en slachtoffer van een oorlog. Niemand zal haar ooit nog vergeten. De ouders dragen voor altijd een stil verdriet met zich mee: mijn oma en opa aan moederskant.
Liefde en dood. Beide horen bij het leven. Helaas is in tijden van oorlog het evenwicht bruut verstoord. Daarom is het zo belangrijk dat wij de verhalen van onze opas en omas verder vertellen. Om herhaling te voorkomen.
Mooi, Maaike. Het eerste verhaal prachtig romantisch, het tweede zo triest…