Voor het goede doel
De jongens en meisje van het goede doel stellen zich altijd op strategische plaatsen op in de stad. Je moet er wel langs. Ditmaal hebben ze rode jassen aan. Natuurlijk spreken ze mij aan. Ik zie eruit als iemand die aan goede doelen geeft. En dat klopt. Maar soms zeg ik ook nee. Omdat je niet overal geld aan kunt geven.De rode jas: Mevrouw, kent u Stop Aids Now?
Ik: Ja.
De rode jas: Weet u wat wij doen?
Ik: Lijkt me simpel. Het verspreiden van aids voorkomen.
De rode jas: Klopt. En op welke gebieden richten wij ons?
Ik: Azië en Afrika.
De rode jas: Ja en de focus ligt met name op kinderen.
Ik: Dat is mooi.
De rode jas: Die kunnen er niets aan doen dat ze deze ziekte hebben.
Dan gaat het mis. Voordat ik het weet zet ik weer mijn handtekening onder een machtigingsformulier. Ik kan gewoon niet tegen leed van kinderen. Zeker niet als ze zinloos ziek zijn. Veel mensen halen in Afrika hun 35e levensjaar niet door aids. Dat is erg. En dus vind ik dat Stop Aids Now wel wat ondersteuning kan gebruiken. Na Amnesty International, Greenpease, het Wereld Natuur Fonds en oneMen...
Ik probeer ze altijd te omzeilen.