Zes jaar geleden kreeg ik in Nicaragua een rondleiding van een plaatselijke dokter. Hij had in Nederland medicijnen gestudeerd. De dokter was onze gids. Alleen met het behandelen van patiënten kon hij zijn salaris simpelweg niet verdienen, de straatarme bevolking was niet in staat om hem te betalen. Alle zorg die hij kon bieden, gaf hij uit liefde voor zijn vaderland en landgenoten. Gratis. Op straat werd de dokter dan ook verschillende keren aangeklampt door wanhopige mensen. Eén keer zelfs door een dertienjarige moeder met een zieke baby op haar arm… Hij moest haar teleurstellen. Simpelweg omdat hij op dat moment ook niet voldoende geld had voor haar medicijnen, een eenvoudig penicillinekuurtje.
Nicaragua is na Haïti het armste land van het Amerikaanse halfrond. Het land heeft ook verschillende oorlogen en natuurrampen achter de rug. Eind jaren negentig is bijvoorbeeld veel vernield door orkaan Mitch. In de op het oog vele vrolijk gekleurde huisjes die het land rijk is, zitten kogelgaten en overal waar je kijkt, proberen kinderen met vaak lege ogen extra geld te verdienen met het poetsen van schoenen. Straten gevuld met armoede, maar ook met een beetje zichtbare hoop. Een land in opbouw. Je moet er niet aan denken hoeveel schade een nieuwe natuurramp dan met zich meebrengt. Ik moest er aan denken toen ik de eerste beelden van de aardbeving in Haïti zag.
In Haïti ook die kinderen met lege ogen, geen hoop gereflecteerd in doodse blikken, zelfs geen wanhoop. Een ramp te groot om te bevatten ontvouwt zich om hen heen. Omdat het simpelweg niet hoort, kinderen met lege ogen, heb ik vandaag een bedrag overgemaakt aan giro 555. Sceptici, of misschien zijn het wel realisten, beweren dat het zinloos is en het geld waarschijnlijk in verkeerde handen belandt, maar als ik slechts één iemand een beetje hoop kan geven, dan neem ik dat voor lief. En een beetje hoop is misschien wel het mooiste dat ik iemand kan geven. Levensenergie is de motor voor alles.
¶§
Komt een vrouw bij de dokter
Een vrouw voor mij in de rij haalt een groot pak tissues uit haar tas. ‘Dat wordt zo lekker janken’, zegt ze tegen haar zus, ze lijken sprekend op elkaar. ‘Ik ga het ook niet droog houden hoor’, zegt H. die naast mij in de rij staat . ‘Dan ben je vast voorbereid.’ Even vraag ik mezelf af wat ik hier doe bij dé (met alle respect) kankerfilm van het moment: ‘Komt een vrouw bij de dokter’. Heb ik niet genoeg aan mijn eigen ellende? Moet ik nu zo nodig keihard de confrontatie met mijn eigen verdriet aangaan? Misschien leidt het tot nieuwe slapeloze nachten? Maar mijn nieuwsgierigheid wint het…
Voor diegenen die het nog niet weten – ik kan het me haast niet voorstellen – ‘Komt een vrouw bij de dokter’ is het verfilmde boek van Kluun over Carmen die vecht tegen borstkanker. In de tussentijd gaat Stijn haar man vreemd. Zoiets doe je toch niet? Nee, inderdaad zoiets doe je niet, maar daarom is het direct het eerlijkste boek over kanker dat ik heb gelezen. Het beschrijft hoe kanker niet alleen de patiënt, maar vooral ook de omgeving tot wanhoop drijft en levens volkomen op zijn kop zet. Of zoals de trailer van de film zo treffend zegt: ‘En dan in één keer kanker…’
En dan in één keer kanker… Daar kan ik dus over meepraten. Het eerste ingehouden gehuil klinkt in de bioscoopzaal als Carmen, overtuigend en zonder vals sentiment gespeeld door Carice van Houten, te horen krijgt dat ze niet meer beter wordt. Ik huil niet. Niet omdat ik keihard ben of me afsluit van de werkelijkheid, maar het is zo anders en duizend keer rauwer als je zelf die boodschap krijgt. Op het witte doek is niet te vangen hoeveel emoties op dat moment koppeltje duikelen in je hoofd. Hoe je het liefst onmiddellijk keihard wilt wegrennen uit het ziekenhuis. Hoe je het liefst de arts een dreun op zijn schedel wilt geven… Het blijft een film. Het blijft voor mij emotioneel te ver van de werkelijkheid om er oprecht verdrietig van te worden. Ik heb het droog gehouden, zonder dat ik daar trots op ben
In de film ligt de focus te veel op het overspelige gedrag van Stijn (Barry Atsma). Terwijl Kluun in het boek juist zo treffend beschrijft hoe verscheurd Stijn is, hoe Stijn zich al rollebollend moeizaam een weg baant door die nieuwe en onwerkelijke kankerwereld. Seks en blote borsten zijn goed voor de kijkcijfers en psychologisch geneuzel niet. Wat meer diepgang had geen kwaad gekund.
Toch is de film absoluut de moeite van het bekijken waard. Al is het maar om het slot van de film. Carmen die Stijn op haar sterfbed verzoekt om vooral te blijven genieten. Dat is ook wat ik zou willen schreeuwen naar een aantal dames in de bios. Vooral blijven genieten van het leven, want voor je het weet is een avondje lekker janken verandert in een 24x7 kankeravontuur. Daar is geen doosje tissues tegen bestand. De boodschap van 'Komt een vrouw bij de dokter' is voor mij duidelijk. Geen ode aan de liefde, maar wel een grote ode aan het leven.
¶§
Slippertje
2009 ben ik geëindigd met een slippertje. Ik kan al moeilijk lopen als het niet glad is, maar nu de straten én vooral stoepen overal wit zijn, is lopen onmogelijk. Ik leun als ik loop te veel op mijn rechtervoet en dan glij ik dus op mijn kont. Dit wegglijden kwam maar een héél klein beetje doordat ik eigenwijs op hoge hakken liep. Sneeuw, hoge hakken, een luie voet: het is gewoon geen combi. Nu durf ik amper naar buiten, omdat ik last heb van het welbekende ik-ben-bang-dat-ik-op-mijn-hoofd-val-syndroom. Daarom mag van mij gewoon heel snel de dooi intreden. En lieve mensen wilt u allemaal uw stoep goed schoonmaken, dan kan ik weer veilig mijn huisje verlaten. Beloof ik dat ik mijn hoge hakken thuislaat.
¶§
Positief
2004
Ik krijg het trieste bericht dat mijn paps ongeneeslijk ziek is. Gestart met dit weblog (een deel van het archief is inmiddels niet meer zichtbaar).
2005
Mijn vader sterft op vier juli op 56-jarige leeftijd.
2006
Ik beland op de intensive care met een hersentumor in mijn hoofd, door mij omgedoopt tot Mr. Tumor. Een te mooie naam voor zo’n lelijk ding. Kans op genezing is nul.
2007:
Jaar vol chemo, opkrabbelen en de moed erin houden.
2008:
Alleen maar positieve hersenscans, maar tot mijn verdriet word ik volledig arbeidsongeschikt verklaard en kan/mag ik niet meer fulltime werken.
2009:
Voor het eerst in mijn leven ben ik (suiker) tante. Mr. Tumor slaapt als een roosje.
2010 ???
Het mooie aan een nieuw jaar vind ik, dat het open is en dat ik het kan vullen met alle stoute en minder stoute plannen in mijn hoofd. In 2010 wil ik de positieve lijn van 2009 voortzetten, meer schrijven en vooral fotograferen, sporten en ik ga een miljoen winnen… Opdat iedereen het maar vast weet!
Allemaal een gelukkig nieuw en in alle opzichten rijk decennium toegewenst!
Een van de weinige voordelen van Mr. Tumor is, dat ik hem te pas en te onpas overal de schuld van kan geven. Maak ik mijn badkamer schoon en stap ik tot twee keer toe in de emmer met sop: het is de schuld van Mr. Tumor. Raak ik 576 keer per dag mijn sleutels en mobiele telefoon kwijt: het is de schuld van Mr. Tumor. Is mijn banksaldo aan het eind van de maand bijna nul: het is de schuld van Mr. Tumor. Dankzij hem zit mijn haar slecht en dat moet natuurlijk gecompenseerd worden met een nieuwe, onverslijtbare trui van Fillippa K. Heb ik geen inspiratie om ‘leuke’ stukjes te schrijven, dan komt het doordat ik middenin een Mr-Tumor-verwerkingsproces zit en ik liever op de bank lig om naar koolmezen op een pindasnoer te kijken, dan dat ik achter mijn computer zit. Reageer ik zelf te weinig op blogs van anderen, idem dito
.
Nu is het bijna Kerst en is het natuurlijk Mr. Tumor’s schuld dat ik voor het derde jaar op rij geen kerstpakket krijg. Ik ben gewoon dol op kerstpakketten. Niet op de inhoud, maar op het verrassingseffect. Wie weet bevat het een weekend Parijs, of een diner in een sterrenrestaurant? Je weet het maar nooit... Als je het pakket haastig openscheurt, dan roep je uiteindelijk heel hard: ‘O wat leuk! Een koffiemok die Rudolph the Red-Nosed Reindeer speelt als je een slok neemt. Moet je kijken 162 pasteibakjes, één blikje Unox-ragout, kaarsen met Kerstmannen erop en espressokopjes in de vorm van gouden sneeuwballen. Dat heb ik altijd al willen hebben!’ De volgende dag fiets je keihard naar de tweede kans om met lichte tegenzin afstand te doen van je Rudolph-mok, maar wel met het idee dat je hiermee weer iets goeds hebt gedaan voor deze wereld. Er is vast iemand nog blijer met zo'n Rudolph-mok.
Als WIA’er heb ik gewoon geen recht op deze vorm van kerstplezier en stort ik me wederom op het online shoppen om mijn gevoel van teleurstelling te verdringen. Het gevolg: ik moet nogmaals Mr. Tumor de schuld geven van mijn winkeldriften. Die eikel heeft het ook altijd gedaan…
Speciale note voor Mr. Tumor: Schat, ik bedoel het bovenstaande niet verkeerd, maar soms lucht schelden gewoon even op. Begrijp je dat?¶§
Mexicaanse griep II
Ik ga vanmiddag niet voor prik II en dat voelt heerlijk rebels. Als iedereen in België, maar één prik hoeft, dan hoef ik er ook maar één. Toch? Of ben ik nu een te eigenwijze Hollander die iets te gemakkelijk met haar toch al wankele gezondheid omgaat?
¶§
Mexicaanse griep
‘Misschien kun je toch maar beter een Mexicaanse griepprik halen’, zei de neuroloog. Daar was ik het niet mee eens. Niet omdat ik bang was om met behulp van het vaccin via minuscuul kleine microchips gechipt te worden door buitenaardse wezens, of omdat ik bang was te eindigen als het hyperactieve zusje van Speedy Gonzalez, maar omdat ik schoon genoeg heb van alles wat te maken heeft met naalden en dokters. De neuroloog was onverbiddelijk, Zo’n prikje kon er ook nog wel bij, vond hij. ‘Mexicaanse griep is niet goed voor mensen met lichte epilepsie, hersentumoren enzovoort, het kan er erger door worden.’
En zo belandde ik in een hele lange rij met heel veel vijftigplussers en voor het eerst in drie jaar lang reizen door kankerland vond ik mezelf een kneus. Ik hoorde niet thuis in die lange rij mensen met grijze haren, steunkousen en bloemetjesjurken. Ik hoorde thuis in een rij met jonge moeders, een rij met jonge carrièrevrouwen of desnoods een rij met wereldreizigers. Maar nu stond ik daar met kromgebogen schouders in een rij met soortgenoten die niet aanvoelden als soortgenoten. Een kind op het strafbankje. Voor de gelegenheid had het medisch centrum een paar met sombrero’s gemutste Mexicaanse mariachis ingehuurd om het prikken wat op te leuken... En terwijl de mariachis ayayayayay canta no IIora (zingen en niet huilen) inzetten, wist ik dat ze gelijk hadden, maar voelde ik het niet.
En nu moet ik nog een herhalingsprik halen ook...
¶§
Vrouw op lelijk bankje II
Ik fiets naar het centrum over de Moespot, het fiets- en wandelpad dat langs het lelijke bankje loopt. Eerst nog langzaam, maar na honderd meter draai ik de pedalen wat sneller rond. Aan mijn rechterhand ligt het verpleegtehuis en ik word liever niet geconfronteerd met het verpleegtehuis. Elke keer als ik er langs fiets, besef ik dat ik er zelf had kunnen liggen, als de neurochirurg zijn werk niet goed had gedaan bij het elimineren van Mister Tumor. Een milliliter te veel of te weinig tumorweefsel wegsnijden kan in het geval van een hersentumor catastrofale gevolgen hebben. Dan had ik misschien wel nooit meer kunnen lopen, of erger. Daar denk ik dus liever niet aan. Ik fiets graag een eindje om, om mijn gedachten op een zijspoor te brengen. Maar vandaag niet. Ik fiets rechtdoor en fluit een liedje van Jodie Bernal off all people, want het is bijna november en nog zestien graden buiten. Dat is een zomers liedje waard. Zelfs een slecht zomers liedje. En dan zie ik haar: de vrouw van het lelijke bankje zonder fiets met fietstassen.
De vrouw van het lelijke bankje is niet alleen, maar samen met een andere vrouw. Het zou haar zus kunnen zijn: zelfde motoriek, zelfde ferme stappen, zelfde plooirok, zelfde regenjas. Ze komen uit de poort van het verpleegtehuis en praten zachtjes. Opeens heb ik het vermoeden dat de man van de vrouw van het lelijke bankje (volgt iedereen het nog) in het verpleegtehuis is opgenomen. Ze heeft hem zojuist opgezocht met haar, of misschien is het zijn zus. En nu gaat ze naar huis. Mogelijk een tweeondereenkap bij mij in de buurt. Het huis is pijnlijk leeg zonder haar echtgenoot van wie ze elke dag afscheid moet nemen, zijn geruite pantoffels onder de kapstok confronteren haar telkens weer met zijn afwezigheid. Ze geeft de eenzaamheid dus echt een smoelwerk, denk ik. Maar als ik een uurtje later terugfiets, zie ik haar samen met de andere vrouw op het lelijke bankje met een thermosfles koffie tussen hen in. Of geeft ze toch de genieter een gezicht? Ik weet het niet meer. Als ik de volgende keer tijd heb, zal ik het vragen.
¶§
Knijpflessen behoren tot het plastic afval, Schatje!
Zo, ik was weer veel te lang weg en ditmaal is het niet mijn schuld. En dat terwijl ik best wel veel te vertellen heb. Over mijn nichtje Linde die heel erg vrolijk wordt van liedjes van Frans Duijts (geen commentaar) . Over mijn nieuwe val van de fiets, waardoor ik bijna net zo vaak val als de banken in ons land en dat vind ik persoonlijk best stom. Over het mysterie rondom de vrouw op het bankje, dat ik deels heb ontrafeld. Over mijn garderobeprobleem dat een dag na mijn 35e verjaardag spontaan is ontstaan. Over het nieuwe boek van Carlos Ruiz Zafón waar ik maar niet doorheen kom. Over Il y a longtemps que je t'aime: één van de mooiste films die ik de laatste tijd heb gezien. Over de boom voor mijn huis die bladeren heeft in de kleur van warme croissantjes en de luchtbelletjes in mijn verwarming die tinkelen als ijsblokjes in een glas, maar ik was gewoon te druk met Afval Scheiden.
Het regionale afvalbedrijf heeft bedacht dat ik mijn plastic afval apart moet aanleveren. Daarvoor heb ik een speciale plastic zak gekregen waar met gemak een ouderwetse breedbeeldtelevisie in gaat. De zak past op geen enkele manier in mijn keuken, maar daar heeft het afvalbedrijf een oplossing voor bedacht. ‘Hang hem aan een haakje in de schuur’, staat in de bijgeleverde instructiefolder. Briljante oplossing, want dan moet ik vier trappen op en af. Maar dat is niet het grootste probleem. Het grootste probleem is wat er in de zak moet: tamponwikkels, oude legoblokken, blisters, lege flessen afwasmiddel, knijpflessen Heinz tomatenketchup, maar dan wel het liefst schoon en zonder stickers. Stickers zijn van papier en moeten weer in de papierbak om bomen te besparen. En zo gaat het maar door.
Het kost overigens 35 liter water om een ketchupfles schoon te spoelen, maar het belang van het plastic inzamelen gaat kennelijk boven efficiënt waterbeheer. Als de zak vol is. , moet ik hem zelf naar de supermarkt sjouwen en hem in een speciale container gooien. Helaas is die container bijna altijd vol, waardoor er in de sloot naast de supermarkt nu, als tropische eilandjes, diverse zakken met plastic drijven die niemand eruit vist. Het plastic verdwijnt alsnog in de natuur.
Maar het kan nog erger: van het ingezamelde plastic afval worden uiteindelijk geen onverwoestbare plastic Tupperware bakjes gemaakt die meegaan tot in de lengte van dagen, waaruit de achterkleinkinderen van nichtje Linde over een jaartje of honderd nog hun magnetronmaaltijd kunnen eten. Nee er worden onder andere fleecetruien van gemaakt.
Fleecetruien…
Fleecetruien zijn best wel lekker warm op wintersport, maar verder ontzettend lelijk en ik woon niet in Zwitserland. Het liefst zie ik ze vandaag nog uit het straatbeeld verdwijnen. Dus heb ik besloten dat ik mijn plastic gewoon recalcitrant in de afvalbak gooi tussen de spaghettiresten van gisteren.
Duizendmaal SORRY nichtje Linde dat jouw achterkleinkinderen later moeten opgroeien in een leefomgeving die ernstig is vervuild door mijn tamponwikkels, maar daar is tegen die tijd vast wel een passende oplossing op gevonden. Om het goed te maken heb ik wel een Nee/Nee-sticker op mijn brievenbus geplakt. Doe ik toch nog iets.
Stichting STOPhersentumoren.nl is genomineerd voor een prijs van het 3FM Fonds. Het gaat om een bedrag van € 50.000 euro dat o.a. wordt besteed aan onmisbaar onderzoek. Klik hier als je jouw stem wilt geven. En hierom (o.a.) heb ik gestemd. Thanks! ¶§
tricky (Bijna poëzie): ik hoop met je mee dat het gauw lente wordt…
sneeu… Lous! (Bijna poëzie): Zon! Zon! Zon! Hebben we geen sneeuw meer, denkt mo… Marianne (Bijna poëzie): Laat de lente maar komen! Heerlijk. caro (Bijna poëzie): Helemaal mee eens. Ik kan niet wachten tot de lente… Maureen (Bijna poëzie): Haha ik geloof dat je niet de enige bent!