Paar dagen in een prachtige stad, aanrader
Even in Sevilla geweest en bij toeval de Ferias meegemaakt. Alle vrouwen dragen dan traditionele Flamencojurken (leuk) en hele families gaan samen naar het stierenvechten (niet leuk) en naar de traditionele kermis (wel leuk, behalve de draaimolen met echte pony's). Veel te veel tapas gegeten, maar het Iberische varkenshoofd niet uitgeprobeerd. Ja, ik ben een schijterd als het op eten aankomt. Op één van de vele bankjes in de zon gezeten met uitzicht op sinaasappelbomen en een gekke, zigeunerachtige Spaanse die in een knalroze outfit overal keihard koeroekoeroe zong en wild in haar handen klapte. Had ik al gezegd dat het er 27 graden was en ik direct weer terug wil naar de mooiste stad van Spanje wat mij betreft. Later hier en op Flickr meer foto's.
Uitwaaien aan zee
Af en toe wil ik even niet aan ziektes denken en gewoon mijn hoofd leeg laten waaien. Dan komt het mooi uit dat je van lieve mensen een uitnodiging krijgt om een paar dagen in hun Bed & Breakfast in Scheveningen te verblijven. Ik wandelde langs het strand en keek naar de vervallen pier. De kracht van het onverwoestbare daar moest ik aan denken terwijl een golf mijn schoenen zeiknat maakte. Een Duitse toeriste rende op blote voeten door het ijskoude water een jongetje schepte schelpen in een emmertje. En het leven gaat door, daar moest ik ook aan denken. Soms is het even alsof er niets aan de hand is. Dat is fijn.
Geen schoon gevoel
Op Twitter merkte ik dat het nog steeds een beetje onduidelijk is of ik beter ben of niet. Dat is niet erg, het zit ook best ingewikkeld in elkaar. Af en toe snap ik er zelf ook geen snars van.
Inmiddels is mijn laatste behandeling ruim vijf jaar geleden. Mijn neuroloog heeft onder zijn patiënten nooit eerder iemand gehad die zo lang* na de behandeling van een (graad 3/4) hersentumor nog leeft. Bij veel andere vormen van kanker word je genezen verklaard als je vijf jaar na behandeling nog ‘schoon’ bent. Bij een kwaadaardige hersentumor geldt dat niet, omdat die altijd weer terugkomt, tenzij in mijn geval het wonder zich voortzet.
De blijdschap die ik aan het begin van de week, na de schone mri voelde, was dubbel. De tumorcellen van Mister Tumor zitten dus hoogstwaarschijnlijk nog altijd tussen mijn gezonde zenuwcellen, alleen zijn ze zo klein dat ze niet zichtbaar zijn op de mri. Als ze gaan groeien is het foute boel. Ik ben zelf dus niet schoon, ik ben nog steeds vies. Dan heb ik het niet eens over alle andere kwaaltjes. Kwaaltjes die mijn neuroloog zo mooi ‘de tol die ik betaal voor het wonder noemt.’
Mister Tumor moet zich opperbest blijven vermaken op zijn tropische eiland. De kans dat hij op korte termijn genoeg heeft van het zonnebaden en bierzuipen is nu klein, maar uitgesloten blijft het niet. Blijdschap en onzekerheid blijven stuivertje wisselen. Altijd.
*of kort het is maar net hoe je het bekijkt.
Ook op de nieuwste scan is geen spoor te bekennen van Mister Tumor. Ik ben nu vreselijk moe, doordat ik een hele week in spanning heb gezeten. Later meer bijzonderheden.
Nieuwe telefoon ter afleiding
Mijn favoriete zin deze week was: ‘Help wat doe ik nou weer.’ Die zin gebruikte ik nogal vaak omdat ik sinds deze week een smartphone heb. Ik moest wel want mijn ‘domfoon’ was ermee opgehouden. Stom ding. En nu heb ik dus een telefoon met een aaischerm, waarmee je mee kunt internetten, sadistische spelletjes spelen (vogels uit de lucht halen met stenen) en whatsappen. Alleen wrijf ik steeds op de verkeerde plaats over het scherm, waardoor er allerlei vreemde dingen gebeuren.
Mijn favoriete woord deze week was ‘kutding’ en dan bedoelde ik dus de nieuwe telefoon en niet de oude, ik riep het nadat ik per ongeluk al mijn sms’jes had gewist inclusief de activeringscode voor internetbankieren en ik die sms’jes dus niet meer kon terughalen. Of nadat ik in mijn bellijst zag dat ik per ongeluk een onbekend nummer had gebeld in Amerika. Of nadat ik de gegevens van de ene vriendin per ongeluk naar de andere stuurde enzovoort.
Mijn minst favoriete persoon deze week was de telefoonverkoper, omdat hij goochelde met mijn simkaart. ‘Maak je geen zorgen’, zei de telefoonverkoper ‘het gaat echt allemaal goed komen.’ Vijf minuten later was ik al mijn telefoonnummers kwijt en daarom ben ik al dagen aan het mailen om het lijstje weer compleet te krijgen. Wat een fiasco.
Een voordeel van al dat gevloek en gemopper was wel dat ik even vergat waar het echt om gaat. Maandag dus de uitslag van de mri en die moet me blij maken. Ondertussen ga ik maar eens op zoek naar een antistress app.
Heb je inmiddels nog geen mailtje van mij ontvangen, dan heb ik waarschijnlijk geen of een oud e-mailadres van je. Kun je mij dan even een berichtje met je nummer sturen? Alvast bedankt.
Leven en laten leven
Nu het al zo lang best goed gaat, krijg ik hem steeds vaker: Dé betervraag. Of ik nu eigenlijk beter ben? Of ik misschien dan toch genezen ben, je weet immers maar nooit hé? Je houdt het toch al hartstikke lang vol zo? En dokters hebben het toch ook best vaak fout tegenwoordig. Misschien is dat bij jou ook wel zo? De wonderen zijn de wereld toch niet uit?
Alsof ik er niets voor hoef te doen én laten.
Op die momenten zou ik het liefst keihard willen schreeuwen, schelden en met mijn hoofd tegen de muur bonken, hoewel dat natuurlijk een heel slecht idee is. Ik denk ook niet dat mijn neuroloog dat verstandig vindt. Mensen die dé betervraag stellen, hebben helaas niet begrepen dat Mister Tumor niet voorgoed weg is, maar tijdelijk elders bivakkeert en dat ik nog altijd licht, maar blijvend hersenletsel heb dat met een paracetamolletje dus niet te genezen valt. Nooit meer, ook al bedenken knappe koppen een wondermiddeltje om Mister Tumor voorgoed te verjagen.
Mensen die de betervraag stellen, verwijt ik niets, ik begrijp het wel een beetje. Als niemand maar verwacht dat ik nu zo langzamerhand weer voldoende energie heb om allerlei Try before you die dingen te doen. Bungeejumpen, parachuutspringen, mezelf laten wegschieten als een menselijke kanonskogel, of doe eens extra gek, streaken op Wimbledon. Over twee weken moet ik opnieuw voor levende tosti spelen in de mri-scanner en dat alleen is al spannend genoeg.
Waar blijft de zon?
Het moest, ondanks de gladheid, lukken om zelf naar de supermarkt te gaan vond ik en deed nogal achteloos de voordeur achter me dicht. Helaas zat mijn boodschappentas ertussen. 'Heb ik weer, heb ik weer, heb ik weer', zei ik en ik gaf een harde schop tegen de deur, waarbij ik mijn tenen bezeerde. Dit hielp ook al niets, mijn boodschappentas zat nog steeds klem tussen de voordeur en dat niet alleen, de tas blokkeerde het cilinderslot waardoor ik de sleutel niet kon omdraaien en mijn huis niet meer in kon. Wat nu? Via de regenpijp omhoog klimmen? Geen goed plan.. Ik probeerde nogmaals de tas los te wrikken, maar het ging niet, geen beweging in te krijgen. Dus stond ik drie kwartier in de kou, met bevroren handen vól in de gure oostenwind tot mijn buurmeisje ten slotte thuiskwam en met zijn tweeën kregen we wél beweging in de boodschappentas waardoor de deur alsnog opensprong. 'Rotwinter,' mopperde ik hoewel ik deze domme actie natuurlijk geheel aan mezelf te wijten had, was het allemaal een stuk lachwekkender geweest als de zon had geschenen.. Een positief punt is dat ik dit jaar nog niet één keer gevallen ben.
En een klein beetje penisnijd.
Een waarschuwing vooraf: lieve zwager van me, misschien kun je de onderstaande drie alinea’s beter niet lezen…
Nichtje L. heeft de wimpers uit haar Baby Born getrokken. Dat is best wel sadistisch ja, maar als je twee bent, mag je nog ongestraft sadistische dingen doen. Nu lijkt haar Baby Born sprekend op Chucky uit Child’s Play, maar dan met een kaal hoofd in plaats van feloranje piekhaar. Nichtje L. heeft dit niet van een vreemde. Ik herhaal ze heeft dit niet van een vreemde.
Het was ongeveer 1980. Ik had een pop met blond nylon haar voor mijn verjaardag gekregen die echt kon plassen. Zoals dat gaat met zussen wilde zusjelief voor haar verjaardag ook zo’n pop en het liefst dezelfde. Die kreeg ze ook, maar dan met bruin haar om verwarring te voorkomen. Op het moment dat zusjelief haar pop voor het eerst had ontdaan van haar snoezige jurkje, ontdekte ze bij haar nieuwste schat een piepklein plastic piemeltje van ongeveer 7 millimeter. ‘Ik wil geen jóóóóóóngen, ik wil een meissssssjespop,’ huilde zusjelief’. Dikke tranen biggelden over haar wangen en de pop werd rücksichtslos in de hoek gesmeten.
Een dag later is het plastic piemeltje onder verdachte omstandigheden compleet verdwenen, terwijl zusjelief geheimzinnig een schaar verborgen probeerde te houden onder haar hoofdkussen. In haar ogen een zelfvoldane blik die ik later niet vaak meer heb teruggezien. Pop Joost, kreeg een meisjesnaam. Dan valt het uittrekken een paar wimpers nog best wel mee. Toch?
Boek over sterven en onsterfelijkheid
Ondanks dat ik me nu maar moeilijk kan concentreren, heb ik De Tijgervrouw van Galina van Téa Obreht uitgelezen. Een sprookjesachtig verhaal dat zich ergens in een Balkanland afspeelt. Hoofdrolspelers een jonge vrouw, haar opa en een mysterieuze tijger die in de bergen woont. Ook een onsterfelijke man heeft een belangrijke rol in het boek. Ook al schieten ze hem drie keer door zijn hoofd, de man staat gewoon weer op. ‘Weten dat je doodgaat is veel pijnlijker dan plotseling het leven verlaten’, vindt de onsterfelijke man.
Ik denk dat hij gelijk heeft, maar andersom is het voor familieleden weer veel pijnlijker als iemand het leven plotseling verlaat. Daar zou ik zelf ook veel moeite mee hebben. Hun geluk is voor een deel ook mijn geluk. Een liefdevol afscheid verzacht het verdriet als iemand er niet meer is. Ik ben heel gelukkig doordat ik na reanimatie, een operatie, bestraling en chemokuren een tweede kans heb gekregen, maar de gedachte dat mijn ziekte ongeneeslijk is én terugkomt, blijft me kwellen en laat me nooit meer los. Dat is pijnlijk, daar heeft de onsterfelijke man dus gelijk in. Maar of het pijnlijker is?
Gedachtes als deze gaan niet continu door mijn hoofd, maar door het lezen van dit boek moest ik hier veel aan denken. Het is ook geen vrolijk onderwerp om mijn blog in 2012 mee te beginnen, maar het is zinvol om hierover te filosoferen, hoewel ik hoop dat ik niemand afschrik. Soms wil ik ook mijn serieuze kant laten zien, om te voorkomen dat het allemaal een ‘makkie’ lijkt.
Gaap, gaap, gaap
Rond Sinterklaas was ik in de ban van de marsepein. Geen gewone marsepein, maar pillen (anti-epileptica) met een naam die lijkt op marsepein. Net als marsepein wat ik persoonlijk niet te vreten eten vind, verdroeg ik ook deze pillen niet. Mijn huid werd zo rood als de mantel van de goedheiligman en tegen de epilepsie hielpen ze niet, dus kreeg ik andere medicijnen. Sindsdien ben ik lamlendig, heb ik nergens zin in en loop ik de hele dag te gapen. Ook valt mijn haar uit, bestaat de mogelijkheid dat ik er tien kilo van aankom en dat mijn haar blonder wordt.
Nu genoeg geklaagd. Tijd voor wat positiever getyp. Ik krijg misschien gratis waarvoor tienduizenden vrouwen uren bij de kapper zitten (blonder haar). Mijn epilepsie is sterk gereduceerd. Niet over helaas, maar het is nu draaglijker. Van Mister Tumor heb ik nog steeds weinig gehoord. Ik heb hele leuke kerstcadeautjes gekregen en gegeven, Het is niet glad buiten; ik kan nog steeds zonder sneeuwschoenen naar buiten wat mij veel deugd (bleh wat een ouderwets woord) doet. Met nichtje D. gaat het boven verwachting goed en er staan al bomen in bloei!
|
Toon berichten 1-10 van 426 |
Volgende Pagina »